fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Vissers en jagers

    Ds. Henk Poot - 24 oktober 2017

    Ik hou van Israël en ik hou van de Bijbel en ik begrijp steeds meer hoe dat met elkaar te maken heeft. Ik heb als zoveel mensen moeten leren om niet maar, ‘hap-snap’, teksten uit het Oude Testament te plukken en die toe te passen om mijzelf of de gemeente.

    Dat is lang een gebruikelijke praktijk geweest. Ook werden de prachtige profetieën over de toekomst toegepast op de kerk en werden oordeelsprofetieën gereserveerd voor Israël of teksten werden vergeestelijkt of er werd mee geassocieerd in de prediking. Hele gedeelten werden ook overgeslagen omdat niemand er iets mee kon. Langzamerhand leer je inzien dat de beloften van het Eerste Testament nog steeds slaan op Israël. Het is helemaal niet nodig om woorden van God om te buigen of een nieuwe betekenis te geven.

    “Dus ik dacht zonder al te veel na te denken dat de uitleg en de toepassing wel zou kloppen.”

    Maar eerlijk is eerlijk: soms moet je ook bedachtzaam met de profetieën over Israël omgaan. Dat geldt trouwens voor alle profetieën in de Bijbel. Ik denk dat het voorkomt dat mensen profetieën, in hun enthousiasme of in hun overmoed, een betekenis geven waar achteraf van blijkt dat er niet zoveel van klopt. Ik heb al heel wat anti-christussen voorbij zien komen de laatste tien jaar: Sarkozy en Obama waren blijkbaar goede kandidaten.

    Je zou voor de (on) aardigheid eens een profetisch blad of boek ter hand moeten nemen van een paar jaar geleden en moeten zien wat er werkelijk gebeurd is. U merkt wellicht een lichte irritatie en dat merkt u goed. Natuurlijk mensen kunnen zich vergissen maar het zou toch gepast zijn om dat achteraf openlijk en ruiterlijk toe te geven.

    Eén van die profetieën is Jeremia 16:16. Dat gaat over vissers en jagers. Er staat dat God eerst vissers zal zenden naar zijn volk en dan jagers. De vissers zullen hen opvissen en de jagers hen opjagen van elke heuvel en berg en waar de Joden zich ook maar verbergen. Ik dacht: Dat slaat op de terugkeer van het Joodse volk naar Israël in onze tijd.

    Er is eerst een tijd dat wij mensen uit Israël rustig opzoeken en opvissen en dan komt er een tijd dat het met verdrukking en geweld zal gaan. En waarom ik dat dacht? Omdat iedereen dat om mij heen zo zei en omdat ik van vissen houd en ik het een zeer aangenaam en rustgevend tijdverdrijf vind. Dus ik dacht zonder al te veel na te denken dat de uitleg en de toepassing wel zou kloppen.

    Totdat ik – een beetje laat geef ik toe – ging lezen in Jeremia 16. Dat blijkt een aanzegging van oordeel en straf te zijn op de drempel van de Babylonische ballingschap. God zegt tegen zijn volk dat de vreugde en de feesten voorbij zullen gaan en dat er een tijd zal komen, ver weg in de toekomst dat mensen niet alleen zullen denken aan de Exodus uit Egypte, maar ook uit de terugkeer uit het Noorderland Babel. Want daarheen zal God zijn volk verdrijven, weg uit het beloofde land.

    Israël heeft Gods land ontwijd met haar afgoden en nu zet God ze eruit. En Hij zal iedereen weten te vinden. Ze zullen worden opgevist als vissen en worden opgejaagd als dieren, waar ze zich maar verstoppen. En zo is het ook gebeurd. Later zal het Joodse volk niet alleen de terugkeer uit Egypte maar ook uit Babel gedenken.

    Wil dat nu zeggen dat de terugkeer in onze tijd niet door de Bijbel voorzegd is en dat het misschien toch niet op twee verschillende manier zal gaan. Nee, dat niet, maar dan moet je naar andere profetieën kijken. Bijvoorbeeld die van Jesaja 60:8. Daar gaat het over Israëlieten die komen aangevlogen als duiven naar hun til en over hen die als wolken komen aangedreven.

    Een vooraanstaande rabbijn voegde mij ooit toe dat sommige Joden vrijwillig en met vreugde zullen terugkeren naar Sion. Maar ook dat God het anderen zo moeilijk zal maken in het verre land waar zij wonen dat ze als wolken zullen worden voortgedreven naar het land waar Israël hoort. En ik denk dat we dat laatste steeds meer mee maken.

    Natuurlijk is het wel een beetje jammer om het etiket ‘visser’ te moeten missen. Maar laten we niet te vroeg treuren. Misschien moeten we Johannes 21 in dat licht lezen. Daar wordt immers gesproken over het weiden van de schapen van Israël, in bedekte termen wordt met het getal 153 gewezen op ‘de kinderen van God’ en worden de discipelen door het woord van Jezus vissers van mensen. En ik denk dat we in die traditie mogen gaan staan.

    Over de auteur