• Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Chanoeka in Bergen-Belsen

    Petra van der Zande - 14 december 2017

    “De geest van een mens is een lamp van de HEERE.” (Spreuken 20:27)

    Rabbijn Shraga Shmuel Shnitzler, een Hongaarse chassied en Thoraleraar kwam vanuit Theresienstadt in 1944 in Bergen-Belsen aan. Ondanks de verschrikkingen die hij nog steeds moest doormaken, probeerde hij altijd zijn medegevangenen te bemoedigen. “Een Jood en wanhoop kunnen niet samengaan,” zei hij altijd.

    Een paar weken voor Chanoeka ging Reb Shmelke, zoals hij nu genoemd werd, op zoek naar olie of iets dergelijks dat brandbaar was. In Bergen-Belsen Chanoekakaarsen aansteken zou de Joodse gevangenen hoop geven. Er zou licht schijnen in deze diepe duisternis. De overwinning van een handjevol over velen zou gevierd worden. Er was echter niemand die hem aan olie kon helpen, niet eens een paar druppeltjes om de eerste Chanoekalamp een paar seconden te laten branden.

    Rabbi Shmelke

    De dag voor Chanoeka werd Reb Shmelke door de SS naar een barak gestuurd om een overleden gevangene weg te halen. Terwijl hij over het veld liep, zakte zijn voet in een holletje. Snel om zich heen kijkend of de Nazi-wacht niet keek, boog hij voorover want hij zag iets! Het bleek een flesje olie te zijn. Olie voor Chanoeka! Maar er was meer. Een pakje bevatte acht kleine glaasjes en acht katoenen draadjes. “Wie begroef dit?” vroeg hij zich af. “Waar is hij? Naar een ander kamp gedeporteerd? Gestorven? Misschien komt die persoon zijn verborgen schat ophalen.” Snel stopte Reb Shmelke alles weer terug in het holletje. Het zou ook te gevaarlijk zijn geweest om het bij zich te houden. Die dag, vroeg hij aan iedere Jood die hij tegenkwam: “Heb jij misschien olie en een menora verstopt?” Zijn medegevangenen dachten dat hij malende was geworden.

    Op de eerste avond van Chanoeka keken de mannen in Reb Shmelke’s barak toe hoe hij het kaarsje aanstak en de zegen uitsprak. Glimlachend of huilend keken de gevangenen in stilte hoe het vlammetje zijn eeuwige strijd tegen de duisternis voerde. Het sprankje hoop in hun gebroken harten werd acht avonden lang aangewakkerd.

    Vier lange maanden later werd Bergen-Belsen door de Geallieerden bevrijd. Reb Shmelke keerde terug naar een Hongaars stadje dat “Tchabe” genoemd werd. Daarna verhuisde de “Tchabe Rov” naar Londen, waar hij een Thoracentrum opzette voor jonge studenten. In 1950 kwam hij in Israël, waar hij in 1990 op 90-jarige leeftijd overleed.

    Tijdens een van zijn reizen door Amerika, bracht Reb Shmelke een bezoek aan de Satmar Rebbe, Rabbijn Yoel Teitelbaum, in Brooklyn. “Ik hoorde dat u de grote eer had om in Bergen-Belsen Chanoeka kaarsen aan te steken,” zei de Satmar Rebbe.
    “In 1943 zat ik ook in Bergen-Belsen,” vertelde hij. “Ter voorbereiding op Chanoeka kocht ik bewakers om, zodat ik een setje met olie, glaasjes en lontjes kon samenstellen. Die begroef ik in een veld, maar vier dagen voor Chanoeka werd ik gered.” Glimlachend zei hij: “Ik heb altijd geloofd dat het gevonden zou worden door iemand die precies wist wat hij ermee moest doen.”

    Over de auteur