• Hamasleider Yahya Sinwar met een gevolg bij de grens met Egypte. - Foto: Flash90
Nieuws

Hamas is helemaal niet uit op ‘verzoening’

Haviv Rettig Gur - 1 december 2017

In de verzoeningsovereenkomst van vorige maand, gaf PA-leider Mahmoud Abbas zijn nalatenschap in handen van Hamas. Hamas liet zien dat het sterk genoeg is om zijn volk de oorlog in te voeren, maar niet naar vrede.

Op 1 november ontmandelde Hamas alle controleposten die de organisatie onderhield bij de door Israël gecontroleerde grensovergangen met de Gazastrook. Het was een dramatische stap. Palestijnen die de grens passeren zouden niet langer geconfronteerd worden met ondervragingen door inlichtingenfunctionarissen van Hamas. Ook zouden ze niet langer de hoge importbelastingen en andere kosten die door Hamas waren ingesteld hoeven te betalen.

Laat me dat herhalen. Met deze stap gaf Hamas – een groep die door vijanden van vrijwel alle kanten, zowel binnen- als buitenlands, onder druk staat – gewillig een lucratieve bron van inkomsten op die jaarlijks miljoenen shekels opleverde. Sterker nog: het was een stap verder dan wat Hamas strikt gesproken vereist was te doen in dit stadium van de verzoeningsovereenkomst.

“Als Fatah en Hamas zich kunnen verzoenen, kunnen wellicht wijdere kloven – zoals die tussen Israël en de Palestijnen – worden overbrugd.”

Het is niet voldoende om dit simpelweg ‘daden van verzoening’ te noemen. Hamas’ toewijding aan nationale verzoening hebben nooit zover gereikt. Wat is er veranderd? Wat kan Hamas er mogelijk toe brengen om dit deel van zijn beheer over de Gazastrook op te geven en zulke belangrijke bronnen van invloed en geld af te stoten?

Winnaars en verliezers

Op ’t eerste gezicht lijkt Fatah, niet Hamas, de duidelijke winnaar van deze overeenkomst. In de verzoeningsdeal herwint Fatah weer voet aan de grond in de Gazastrook, waaruit het in 2007 zo wreed werd verjaagd.

De voordelen voor Fatah zijn groot. PA-voorzitter Mahmoud Abbas heeft nu een weerwoord op de zo vaak gehoorde kritiek dat hij geen vredesovereenkomst kan sluiten omdat hij niet alle Palestijnen vertegenwoordigt, laat staan bestuurt. Vergelijkbaar krijgt zijn imago op het wereldtoneel een boost door het simpele feit dat er iets beweegt. Er is een barst in de status quo. Als Fatah en Hamas zich kunnen verzoenen, kunnen wellicht wijdere kloven – zoals die tussen Israël en de Palestijnen – worden overbrugd, zo hebben sommige diplomaten al stil gesuggereerd.

Die mogelijkheid om vooruitgang te tonen heeft ook financiële implicaties. Als de PA Hamas zou inlijven in een nieuwe PA-regering, zou dat de PA waarschijnlijk deerlijk kosten. Veel landen en internationale organisaties zouden het moeilijk vinden om Palestijnse partijen te steunen die gelinkt zijn aan (leden van) Hamas. Aan de andere kant, als Fatah Hamas voldoende kan omarmen om ‘verzoening’ te realiseren, en tegelijkertijd een firewall in stand kan houden tussen Hamas en de hulp ontvangende instituten, zou de overname van Gaza financiëel veel kunnen opleveren. De internationale steun aan Gaza is onder Hamas zo goed als opgedroogd. Als dit onder PA-beheer weer op stoom zou komen, zou er veel te winnen zijn voor Fatah.

En wat heeft Hamas in ruil hiervoor gewonnen? Het antwoord is, ironisch genoeg, dat dat wat de organisatie heeft verloren, zijn belangrijkste winst is.

Toen Hamas Fatah uit Gaza verjoeg in 2007, verklaarde de organisatie dat de overname hun visie op een islamitisch Palestina valideerde. Dat de opkomst van Hamas – tegen alle verwachtingen in, tegen de uitdrukkelijke wens van de PA en veel van de internationale gemeenschap – bewees dat deze tegenstanders konden worden overwonnen en dat vrome moslims succesvol zouden blijken.

Hamas’ problemen begonnen misschien toen het zijn eigen propaganda ging geloven. Uit naam van zijn vrome toewijding, dreef de organisatie Gaza van de ene ideologische confrontatie in de volgende. Hierbij sleepte Hamas de lang lijdende bevolking van de Gazastrook niet alleen in herhaaldelijke oorlogsrondes met Israël, maar ook in de bloedige chaos van de burgeroorlog tussen het Egyptische leger en de Moslimbroederschap, Hamas’ ideologische voorgeslacht.

“Hamas kon beschuldigen en schreeuwen wat het wilde, maar het was steeds moeilijker om te beweren dat het Gaza naar een betere toekomst leidde.”

Bovenop de Israëlische blokkade vanaf de start van Hamas’ bewind in de Gazstrook, zagen de inwoners van Gaza zich vanaf 2014 ook steeds meer door Egypte afgesneden. Het antwoord van het Egyptische leger op Hamas’ bemoeienis in de situatie in Egypte. En begin 2017 trok de PA van Abbas een financiëel wurgkoord aan, door de Hamasregering in Gaza geld te ontzeggen voor basale services zoals elektriciteit.

Hamas kon beschuldigen en schreeuwen wat het wilde, maar het was steeds moeilijker om te beweren dat het Gaza naar een betere toekomst leidde.

Hamas’ politieke leiderschap heeft de afgelopen tien jaar geprobeerd te bewijzen dat de beweging meer was dan slechts een paramilitaire organisatie. In 2017 kreeg bij interne verkiezingen de militaire vleugel de overhand en kreeg Yahya Sinwar de leiding over Hamas in Gaza. Hij concludeerde dat Hamas’ poging om breder dan zijn visie als guerilla-organisatie te opereren een val, een afleiding was geworden. Het zadelde de organisatie op met de ondankbare, eentonige en bindende verantwoordelijkheden van het civiele bestuur. Plotseling moest het beslissen over economisch welzijn, gezondheid, onderwijs en veiligheid van miljoenen. En waarvoor?

En zo menen beide kanten in de verzoeningsdeal dat ze iets belangrijks winnen. Fatah herstelt iets van zijn verloren privileges en macht na tien jaar vernedering in Gaza. Hamas kan de afleidende last van het civiele bestuur van zich afwerpen. De verantwoordelijkheid, waardoor de organisatie zo is gedaald in populariteit.

Misvattingen

Abbas’ voorganger, voormalig PA-leider en –oprichter Yasser Arafat, stierf in 2004, nadat hij zag hoe al zijn inspanningen vreselijk faalden. Zijn Palestijnse Autoriteit vrijwel verpletterd en het Westen – normaal gesproken zo sympathiek tegenover de Palestijnse zaak –, met de aanslagen van 9/11 nog vers in het geheugen, vol onbegrip over de Palestijnse massamoorden op Israëlische burgers. Na Arafats dood werd zijn fundamentele strategie door de Palestijnse elite grondig onder de loep genomen.

Tegen de tijd van Arafats dood was één man de populairste Israëlische leider sinds tijden: Ariel Sharon. Die man had Arafat verwoest, had hem vernederd, door een deel van zijn hoofdkwartier, de Muqata, in Ramallah te verwoesten, terwijl Arafat nog binnen was. Die man had Israëlische troepen Palestijnse bevolkingscentra in gestuurd om terroristen te vangen en terreurgroepen te ontmantelen om zo de golf aan zelfmoordaanslagen in Israëlische steden te stoppen. Sharon won zijn populariteit op eenvoudige wijze. Tijdens een golf van ontploffende pizzeria’s en massamoorden op Israëlische kinderen, beëindigde hij het tien jaar oude experiment van onderhandelen met de Palestijnen op basis van de aanname dat zij vrede zouden kunnen en willen sluiten.

Arafats falen en Sharons paralelle succes maakte iets duidelijk over de oorzaak van dat falen. Het was grotendeels te wijten aan het niet begrijpen van de Israëli’s.

Arafat geloofde kennelijk in die laatste jaren van zijn leven dat de rücksichtsloze terreurcampagne die in 2000 begon de Israëli’s ervan zou overtuigen dat de Palestijnse geest niet te onderdrukken viel en uiteindelijk onweerstaanbaar zou blijken. Dat de Israëli’s zouden beseffen dat ze nooit veilig zouden zijn in dit land en uiteindelijk gedoemd waren om de lange oorlog tussen de twee volken te verliezen.

Maar Israëli’s trokken de tegenovergestelde conclusie uit die ervaring. Uit talloze en uitgebreide peilingen bleek dat veel Israëli’s concludeerden dat de Palestijnse politiek de verleiding niet kon weerstaan om elke vooruitgang aan de onderhandelingstafel te transformeren in een voedingsbodem voor gewelddadige jihad tegen Israëlische burgers. De Palestijnse eisen waren dus onvervulbaar, omdat ze niet eindigden bij de Groene Lijn. Het maakte niet uit of men een gematigde Palestijn zou vinden om mee te onderhandelen. Er zouden altijd Arafats, Barghouti’s en Yahya Sinwars zijn, die op de zijlijn voorbereidingen troffen om elke winst voor vrede te misbruiken voor een nog dodelijker oorlogsvoering.

De meeste Israëli’s waren gaan geloven dat Palestijns geweld niet gevoelig was voor beleid of concessies. Dat er niets was dat zij zich konden veroorloven aan de Palestijnen te geven om het te beëindigen. En dat het daarom aan Israël zelf was om de Palestijnse gevechtscapaciteit de kop in te drukken.

Het is niet de bedoeling hier te betogen dat deze mainstream Israëlische opvatting juist is. De Palestijnse maatschappij en politiek zijn complex en Palestijnse opvattingen zijn gedurende de jaren veranderd. Of de Israëlische opvatting objectief waar is, is een kwestie van goed beoordelingsvermogen, maar een die gebruikelijk wordt beoordeeld met te weinig bewijzen. Het punt hier is om op te merken dat deze Israëlische opvattingen strategische implicaties meebrengt voor de Palestijnse toekomst.

“Arafat vergiste zich in de Israëli’s. Abbas vergist zich in de Palestijnen.”

De Palestijnen moeten nog bijkomen van Arafats misrekening over de Israëlische psychologie. Zijn misvatting over hoe Israëli’s zouden reageren op het geweld van de Tweede Intifada. Ze moeten de economische integratie en het politieke potentiëel nog herwinnen, waarmee eens de Palestijnse economie werd gedreven en zijn zaak op het wereldtoneel werd gebracht.

Toch was het ironisch genoeg in de dertien jaar na Arafats dood, onder het minder-dan-insprerende, minder-dan-competente leiderschap van zijn opvolger Mahmoud Abbas, dat de Palestijnen in een nog fundamentelere misvatting. Arafat vergiste zich in de Israëli’s. Abbas vergist zich in de Palestijnen.

Abbas heeft de meeste jaren sinds 2004 een politiek nagestreefd, waarvan hij al lange tijd een voorvechter was. Het vervangen van het Palestijnse terrorisme door internationalisme. Hiermee wil hij een vorm van druk wegnemen, die de Palestijnen zijn medestanders kost, alsook de vooruitgang die ze hadden geboekt onder het Oslo-proces. In plaats daarvan wil hij een vorm van druk uitoefenen, die gericht is op het herstellen van de banden met die medestanders en het manipuleren van de winst van Oslo.

Zijn beleid, om het samen te vatten: om de Palestijnse zaak aan de voeten van de wereld te werpen.

Maar Abbas’ internationalisme-strategie rust op twee ononderzochte vooronderstellingen. Ten eerste dat de Israëlische weerstand om zich terug te trekken uit de betwiste gebieden en relatief zwak sentiment is, dat zich uiteindelijk zal laten overhalen door internationale kritiek of sancties. Ten tweede, en tegen alle bewijzen voor het tegendeel, dat de Palestijnse bevolking met deze strategie zou meespelen.

Abbas snapt dat de twee Palestijnse strategieën – terreur en internationalisme – elkaar tegenwerken: dat terrorisme de Israëlische weerstand tegen terugtrekking versterkt, en zo de internationale druk en eventuele resultaten daarvan ondermijnt. Maar zijn inzicht vertaalt zich alleen op het tactische niveau. Abbas’ veiligheidstroepen hebben de afgelopen tien jaar veel tijd besteed om Palestijnse terreurgroepen te bestrijden in de door de PA bestuurde gebieden.

Abbas’ probleem strekt echter veel verder dan het zo nu en dan tegenhouden van een terreuractie. Onder Palestijnen is het gewelddadige ‘verzet’ niet slechts een tactiek die door een handjevol extremisten wordt toegepast. Het is een fundamentele peiler van hun verhaallijn over nationale bevrijding; een vehikel om de waardigheid te herwinnen die ze verloren; een vuurproef die aan velen de glans van bevrijdende theologie leent aan hun lijdensweg.

De vleeswording van deze visie van een gewelddadige herovering van nationale eer is Hamas, gesponsord met cash uit Qatar, Iran en andere plaatsen en in stand gehouden door het religieuze leiderschap in de Palestijnse samenleving in de meeste Palestijnse dorpen en steden. Inderdaad lijkt het vaak de enige resterende strohalm die de Palestijnen het idee geeft dat ze hun lot nog zelf kunnen bepalen, of dat overwinning tegen het onwrikbare Israël nog mogelijk is.

Na Arafats dood, keerde Abbas zich af van de tactiek van terreur, maar hij lijkt nooit serieus te hebben nagedacht over het strategische probleem van de reservoirs van ideologie en identiteit die nog steeds sterk leven in de Palestijnse politiek.

Uiteindelijk leeft Abbas in een soort ideologisch vagevuur. Hij kan de gewelddadige strategie, die hij zo spectaculair heeft zien falen, niet nastreven. Maar hij kan ook de fout in zijn diplomatieke strategie niet toegeven: het trieste feit dat Israëli’s, die zich niet door terreurgolven lieten afschrikken, zich waarschijnlijk ook niet zullen laten afschrikken door internationaal tongklakken en gesis. Erger nog, de val is permanent. Israëls weerbarstigheid tegen internationale kritiek is gesterkt door de verwachting van meer terreurgolven. De ene Palestijnse strategie ondermijnt de andere.

Zware lasten

In de eenheidsdeal die Hamas en Fatah onlangs sloten, legde Abbas zich er in feite bij neer dat de partij die het meest verantwoordelijk is voor het verharden van de Israëlische politiek tegen de Palestijnse aspiraties, nu opgeslokt wordt door de PA, waarmee hij juist diplomatieke vooruitgang nastreeft.

“Hamas kon zijn militaire vleugel niet opgeven, omdat het bezig was zijn militaire vleugel te worden”

En zoals je zou mogen verwachten heeft hij dit gedaan zonder enige mogelijkheid om te controleren wat Hamas doet of zegt in naam van de Palestijnen. Hamas lijkt gretig alle instrumenten van soevereiniteit in Gaza af te leggen, behalve datgene wat er toe doet: zijn militaire vleugel blijft intact, en onder zijn controle.

Dit was niet Hamas’ ‘rode lijn’, zoals sommige commentatoren suggereerden, met de suggestie dat Hamas grootmoedig was met zijn andere concessies. Het was het originele punt en doel van de hele oefening van verzoening. Hamas kon zijn militaire vleugel niet opgeven, omdat het bezig was zijn militaire vleugel te worden, vrij van de extra lasten van civiele politiek.

Het is geen toeval dat Hamasleiders in de kwetsbare dagen voorafgaand aan de overdracht van Gaza’s grensposten aan de PA zorgvuldig hun woorden kozen tegenover hun Fatah-tegenhangers dat deze het voortbestaan van de militaire vorm van Hamas niet hoefden te vrezen. “Onze natie is nog altijd volop bezig met onze inspanningen voor nationale bevrijding en daarom kunnen we onze wapens niet inleveren”, zei Sinwar op 25 oktober. Maar hij verzekerde: “Onze wapens horen onder de paraplu van de [door Fatah gedomineerde] PLO.
De wapens van de Qassam Brigades [Hamas’ militaire vleugel] behoren aan het Palestijnse volk,” voegde hij er nog aan toe. Ze waren bedoeld “voor de bevrijding, niet voor intern conflict.”

Die woorden waren bedoeld om de spanning weg te nemen bij de zenuwachtige Fatahbazen, die ook wel begrijpen hoe klein hun overwinning is als Hamas zijn gevechtsmacht van 25.000 man behoudt. Ze illustreren de spanning binnen Fatah over de verzoening. Een week eerder klonk Sinwar ook veel minder grootmoedig. Toen zei hij: “Ons ontwapenen is als Satan die van de hemel droomt. Niemand kan onze wapens afnemen.”

Fatahleiders zijn niet dom. Ze begrijpen dat het hernemen van het bewind over Gaza die verantwoordelijkheid van Hamas’ schouders afneemt, waardoor deze beter in staat is om de militaire kant van de Palestijnse agenda na te streven. Daarover maken ze zich zorgen.

Sommige analisten hebben gesuggereerd dat Hamas nog altijd in staat zal zijn om vredesinitiatieven te torpederen. Dat klopt natuurlijk, maar het was ook al waar vóór de verzoening.

Fatah maakt zich ook niet zozeer zorgen over die mogelijkheid. Hamas heeft iets veel belangrijkers gewonnen. Door het te ontheffen van zijn civiele bestuur in Gaza wordt Hamas bevrijd van de verantwoordelijkheid voor de consequenties van zijn visie. Abbas heeft de organisatie een vrijbrief gegeven. Onafhankelijk van wat hij zegt of doet, zal het Hamas zijn, en zijn gevolg, de voorstander van het heilige, gewelddadige verzet, die het Palestijnse verhaal vertellen. Hun verhaal domineert voortaan in Palestina. Daartegen heeft Abbas nooit ook maar geprobeerd te protesteren.

Abbas’ visie en nalatenschap liggen nu volledig aan Hamas’ voeten. Hij kan ze nooit voldoende de kop indrukken of hun visie over het Palestijns verzet onderdrukken – deels omdat hij teveel daarvan zelf gelooft – om die ideeënoorlog te winnen. En nu heeft hij zich in de niet benijdenswaardige hoek gemanoeuvreerd waaarin hij zijn internationale agenda wil nastreven, terwijl een ongehinderd Hamas hem kan ondermijnen.

En dit heeft hij zichzelf aangedaan. Alles voor het onbeduidende voordeel dat hij de geschonden trots van Fatah herstelt, na het verlies van Gaza in 2007.

De leiders van Hamas kunnen vrijer ademen nu de verantwoordelijkheid voor de puinhopen van Gaza van hun schouders is getild. Maar ook voor hen komt de verzoening toch tegen een enorme prijs. Hamas heeft immers feitelijk toegegeven dat het niet in staat is om het gebied onder hun beheer naar vrijheid en voorspoed te sturen. De hardliners binnen de militaire vleugel mogen zulke overwegingen in de wind slaan, maar dat maakt ze niet onbelangrijk. In het afstand doen van het civiele leiderschap toont Hamas zijn onderliggende strategische zwakte, een zwakte die het deelt met zijn nieuwe bondgenoot Hezbollah. Beide groepen zijn sterk genoeg om hun land de oorlog in te voeren, maar niet ideologisch flexibel genoeg om de dragers te zijn van betere tijden.

Hamas heeft toegegeven dat het geen Palestina kan opbouwen waar Israël zich heeft teruggetrokken. Dat wil het ook niet langer.

Over de auteur