• Utizicht over het hedendaagse Silo. - Foto: Flash90
Nieuws

In de schaduw van de tabernakel

6 december 2017

Het herleven van Israëls eerste geestelijke hoofdstad in Silo

“Deze man ging van jaar tot jaar zijn stad uit om zich in Silo voor de HEERE van de legermachten neer te buigen en offers te brengen …” (1 Samuel 1:3a)

Mijn moeder bracht mijn zussen en mij groot met dagelijkse Bijbelverhalen. Als het bedtijd was, lagen we gewassen en wel in bed en wachtten vol spanning op de volgende gebeurtenissen in de kronieken van de koningen, koninginnen, profeten en alledaagse mensen uit de Schrift. Mijn moeder haalde als het ware de bedekking over de familie Kinderbijbel weg en de oude verhalen vol wonderen en macht uit een wereld die zo anders was als de mijne, stroomden van de bladzijden.

Ik lag nog lang wakker en de verschillende personages bleven in mijn gedachten en ik koesterde hun levens in mijn hart. Ik verwonderde me over het verhaal van een mooi Hebreeuws weesmeisje dat door God uitgekozen was om het hart van een koning te winnen – en langs die weg haar volk redde. Ik bewonderde de moed van een jonge Moabitische weduwe die het stof van haar eigen land en volk van zich afschudde en de liefde vond – en Degene Die over Israël de wacht hield – in het Beloofde Land.

En ik huilde mee met de onvruchtbare vrouw die haar hartsverlangen naar een eigen kind uitstortte voor de Almachtige in een onuitgesproken gebed. Van alle Bijbelse geschiedenissen over de aartsmoeders, prinsessen, profetessen en vrouwen zonder titel of status, raakte het verhaal van Hanna en Gods antwoord op haar woordeloze gebed mij het meest.

Silo

Ik kwam voor de eerste keer naar Israël lang na de bedtijd Bijbelverhalen. Toch had het verstrijken van de tijd niet mijn ontzag en bewondering voor deze speciale geschiedenis verminderd. Dus toen ik mijn koffers pakte voor het Beloofde Land, stond de plaats Silo bovenaan de lijst van plaatsen die ik wilde zien – waar Hanna huilde, waar God antwoordde en waar Samuel, de zoon van het beantwoorde gebed God diende onder de priester Eli.

Silo speelt een bijzondere rol in de kronieken van een aankomende natie van voormalige slaven in het proces van in bezitnemen van het land van melk en honing. De gemeenschap gevestigd in de heuvels van Samaria diende als de eerste permanente woonplaats voor de tabernakel. Het was de eerste geestelijke ‘hoofdstad’ en het centrale hoofdkwartier voor de twaalf stammen van Israël, en het toneel waarop de hoofdstukken uit de verhalen van Bijbelse sleutelfiguren als Jozua, Hanna, Samuel en Eli, zich afspeelden.

Ondanks de belangrijkheid van Silo in de Schrift, ruimen de meeste doorsnee Israël rondreizen geen plek in voor een bezoek aan Silo. De gemeenschap met een naam die van je tong afglijdt als een snelle fluistering staat gewoonlijk onderaan op de lijst met toeristische attracties als de Westelijke Muur, de graftuin en het Meer van Galilea. Misschien ligt de reden van deze afwezigheid bij traditionele rondreizen in de locatie van Silo. Het ligt verstopt in de heuvels waar eens de stam Efraïm woonde, en vormt het hart van Judea en Samaria – of wat de wereld de Westoever noemt, ‘bezet gebied’ of ‘betwiste gebieden’.

Internationale media brengen dit stuk land vaak aan de man als een gebied dat alleen door geweld, strijd en geschillen ‘beroemd’ is, terwijl het populaire anti-Israëlverhaal de landstreek claimt als historisch eigendom van de Palestijnen.
Echter generaties eerder dan de Palestijnen kwamen, duizenden jaren voor het binnentrekkende Jordaanse leger het gebied de Westoever noemde en eeuwen voordat staatslieden en wereldlichamen hun ongebalanceerde en onverdiende focus op dit gebied vestigden, dienden Judea en Samaria als het Bijbelse hartland van de natie Israël waar de stammen Juda, Benjamin, Efraïm en Manasse hun thuis hadden.

Land der belofte

In feite is de zogenoemde ‘Westoever’ het eigenlijke ‘land der belofte’, de plek waar Abraham van de Almachtige het eigendomsrecht van het land ontving. Daar komt bij dat het gebied de achtergrond vormt van meer dan 80% van de verhalen van het Oude Testament die zich daar afspeelden. Hier klinken de echo’s na van Israëls Bijbelse geschiedenis – en dus ook van het christendom.

In de afgelopen jaren vond de moderne plaats Silo zichzelf te midden van een ‘verhalenstrijd’ tussen het Schriftuurlijke en historische verhaal aan de ene kant en een politieke controverse en een op het gevoel werkend slachtofferverhaal aan de andere kant. Echter ondanks het dispuut blijft de bloei van de gemeenschap doorgaan. Het groeiende stadje kan trots zijn op onderwijskundige voorzieningen van hoog niveau en alle tegenwoordige gemakken van levensmiddelenwinkels, kledingzaken, cadeauwinkels, sportcomplexen, drie industrieterreinen, een postkantoor, een bibliotheek en verschillende synagogen.

Op de Tel Silo, waar historische grond is blootgelegd, kan men wandelen tussen de archeologische overblijfselen van de tabernakel. Te bewonderen valt ook een nog niet zo heel lang geleden geopend, ultramodern toeristisch centrum waar bezoekers meer dan 3000 jaar terug gaan in de tijd toen deze plek diende als brandpunt van Joods leven in het land.

Vandaag de dag noemen zo’n 350 gezinnen Silo hun thuis. De gemeenschap is religieus en bestaat uit artsen, journalisten, thuis zorgende moeders, rabbijnen en mensen werkzaam in bijna elk ander toegestaan beroep. Ongeveer 3500 jaar nadat de Israëlieten voor de eerste keer begonnen te wortelen in Silo, is Joods leven opnieuw tot bloei gekomen in de heuvels waar eens de stam Efraïm leefde.

Terug naar Silo

“Op speciale wijze vormt Silo onderdeel van de grote wieg van Joodse beschaving,” legt Ari Soffer uit. “In de wording van het Joodse volk als een natie in dit land, neemt Silo een sterke en centrale plaats in.” Soffer – geboren in Londen – en zijn familie verlieten bijna vier jaar geleden de Britse hoofdstad om op aliyah te gaan naar Israël. Terwijl ze het grotestadsleven achter zich lieten, koos de Soffer familie Silo als hun nieuwe thuis, en hun huis is een van de 350 wooneenheden in de gemeenschap die genesteld is in de heuvels van Samaria.

Om de onmisbare rol te begrijpen die Silo speelt in de verhalen van zowel het oude als moderne Israël, zegt Soffer, is het noodzakelijk terug te gaan naar de tijd van de verovering van het Beloofde Land door de van jonge spion tot nationale leider uitgegroeide Jozua.

Het oversteken van de Jordaan was voor de kinderen van Israël het einde van een reis die honderden jaren eerder begon in de vlakten van Samaria toen de jaloerse zonen van Jakob hun dromerige broer Jozef als slaaf verkochten. Uiteindelijk dreef honger de broers van diezelfde vlakten naar Egypte op zoek naar graan, waar zij Jozef aantroffen als de op één na hoogste man. Samen met hun vader, de patriarch Jakob, vestigden de nakomelingen van Israël zich in Egypte. Daar vielen zij ten prooi aan een wrede opdrachtgever – en een paar honderd jaar van slavernij (zie Genesis 15:13) onder farao was het gevolg.

Toen kwam de exodus: God leidde Zelf Zijn volk uit Egypte “met een sterke hand, met een uitgestrekte arm” (Deuteronomium 26:8). De volgende 40 jaar trok het voormalige slavenvolk door de woestijn. En ten langen leste, zo’n vierhonderd jaar nadat de zonen van Jakob hun ezels bepakten om naar het land van de Nijl af te reizen, leidde Jozua hun nakomelingen terug over de rivier de Jordaan naar dezelfde steenachtige heuvelhellingen van Samaria, terwijl ze Jozefs overblijfselen met zich meebrachten om die te begraven in Sichem.

Toch droegen de kinderen van Israël ook nog andere kostbare lading met zich mee waarvoor een rustplaats nodig was. Nadat veertig jaar lang de tabernakel over brandende zandvlakten was meegedragen, was de tijd aangebroken om het heiligdom van de Almachtige, met de verbondsark, de tafel met de 12 toonbroden, het gouden reukofferaltaar, en de gouden menora een meer permanente plaats te geven. En het vlakbij gelegen Silo was uitgekozen als de meest geschikte plek. Jozua 18:1 doet verslag van de gebeurtenis: “Vervolgens verzamelde zich heel de gemeenschap van de Israëlieten in Silo, en zij zetten daar de tent van ontmoeting op, nadat het land aan hen onderworpen was.”

Eerste ‘geestelijke hoofdstad’

Silo werd de eerste ‘geestelijke hoofdstad’ van het Joodse volk en het centrum van haar aanbidding. Jozua koos ervoor het hoofdkwartier van de natie in Silo te vestigen, en hij gebruikte de plaats als een plek om het volk bijeen te roepen. Van daaruit wees hij speciale gebieden in het Beloofde Land toe aan de verschillende stammen, zoals Jozua 18:10 aangeeft: “Toen wierp Jozua het lot voor hen in Silo, voor het aangezicht van de HEERE. En Jozua verdeelde daar voor de Israëlieten het land, volgens hun afdelingen.”

Ongeveer bijna 400 jaar bleef de tabernakel in Silo. De plaats in de heuvels van Samaria werd het brandpunt van Joods leven voor de eerste eeuwen nadat Israël het land was binnengetrokken. In de tijd dat de kinderen van Israël zich in het land van hun belofte vestigden, begon het tijdperk van de rechters. De Almachtige deed mannen en vrouwen opstaan zoals Othniël, Debora, Gideon, Jefta en Simson, om Zijn volk te bevrijden van de tirannie van de Moabieten, Filistijnen, Mideanieten en de Amorieten.

Tijdens deze jaren van vijandelijke onderdrukking en wonderlijke bevrijding, bleef de tabernakel in Silo en het stadje in de heuvels van Samaria was het centrum van de natie, de plek waar de kinderen van Israël als pelgrims naar toe trokken om voor de Almachtige te verschijnen in offerdienst en aanbidding.

Samuel

Bijna 300 jaar na de dood van Jozua ging een bijzondere man met zijn gezin op weg naar Silo om de tabernakel te bezoeken. Dit bezoek veranderde de loop van de geschiedenis. Het vond plaats tijdens het leiderschap van Eli, de op één na laatste rechter en hogepriester in Israël uit het nageslacht van Aäron. 1 Samuel 1 doet verslag van de gebeurtenissen: “Er was een man uit Ramathaïm-Zofim, uit het bergland van Efraïm, en zijn naam was Elkana … En hij had twee vrouwen. De naam van de ene was Hanna en de naam van de andere Peninna. Nu had Peninna kinderen, maar Hanna had geen kinderen. Deze man ging van jaar tot jaar zijn stad uit om zich in Silo voor de HEERE van de legermachten neer te buigen en offers te brengen …” (1 Samuel 1:1-3)

De rest van de geschiedenis is bekend. De onvruchtbare Hanna verlangde naar een eigen kind. Echter toen de jaren voorbijgingen zonder enig teken van de komst van een zoon of dochter, gebruikte Elkana’s andere vrouw Peninna, Hanna’s grootste bron van verdriet als een middel om haar te beschimpen en te treiteren.

Tijdens een van deze pelgrimages naar Silo was Hanna overweldigd door verdriet en vluchtte naar de aanwezigheid van de Almachtige in de tabernakel om haar hartsverlangen voor Hem uit te storten. “Bitter van gemoed bad zij tot de HEERE en zij huilde erg. Zij legde een gelofte af; zij zei: HEERE van de legermachten, wanneer U werkelijk de ellende van Uw dienares aanziet, aan mij denkt en Uw dienares niet vergeet, maar aan Uw dienares een mannelijke nakomeling geeft, dan zal ik die voor al de dagen van zijn leven aan de HEERE geven …” (1 Samuel 1:10, 11)

Terwijl hij als hogepriester in de tabernakel dienst deed, was Eli getuige van het gebed van Hanna. Maar omdat zij “in haar hart sprak, bewogen alleen haar lippen, maar haar stem werd niet gehoord” (1 Samuel 1:13). Eli hield haar stille gebed voor dronkenschap. Hanna legde toen haar situatie uit en de hogepriester stuurde haar weg met een zegen: “Ga in vrede, en de God van Israël zal u geven wat u van Hem gebeden hebt”’ (1 Samuel 1:17). De Almachtige willigde inderdaad haar smeekbede in.

Spoedig nadat Elkana en Hanna Silo verlieten en naar huis in Rama keerden, werd Hanna zwanger en baarde Samuel. Hij was het kind dat ‘van de Heere gebeden was’, de zoon van een vervulde belofte, Israëls laatste rechter en Gods profeet.
Hanna herinnerde zich ook de gelofte die ze aan de Almachtige deed. Zodra Samuel gespeend was, ging zijn moeder terug naar Silo, naar de plek waar zij haar verlangen in een onuitgesproken gebed had uitgestort en waar de hogepriester haar verzekerd had dat haar verzoek ingewilligd zou worden.

Samuel behoorde aan de God van Israël toe, vertelde ze aan Eli. “Ik bad om deze jongen, en de HEERE heeft mij gegeven wat ik van Hem gebeden heb. Daarom heb ik hem ook voor al de dagen dat hij op aarde is, aan de HEERE overgegeven; hij is van de HEERE gebeden …” (1 Samuel 1:27, 28)

Ommekeer

Samuel groeide op in de tabernakel in Silo en diende vanaf jonge leeftijd Adonai, vertelt Soffer. “Het was hier waar hij op een nacht wakker werd en geloofde dat zijn meester, Eli, hem geroepen had. Het was hier dat Eli zich realiseerde dat de stem die de jongen gehoord had, de stem van God was en dat Samuel zijn eerste profetie had ontvangen. En hier was het ook dat Eli het woord ontving dat zijn priesterlijke geslacht afgesneden zou worden vanwege de zonde van zijn zonen Hofni en Pinehas, en dat God een andere getrouwe priester zou doen opstaan.”

Na verloop van tijd “openbaarde de HEERE Zich aan Samuel in Silo door het woord van de HEERE.” (1 Samuel 3:21) Toen sloeg ramspoed toe in Israël en de gemeenschap in de heuvels van Samaria. Nadat het leger van Israël door de Filistijnen in de strijd verslagen was, had het leger de verbondsark uit de tabernakel in Silo gehaald en met de strijdkrachten meegedragen naar de volgende veldslag. Maar het plan om daardoor beschermd te zijn, mislukte volkomen. Het leger van Israël leed een andere verschrikkelijke nederlaag waarbij zo’n 30.000 soldaten omkwamen, ook Hofni en Pinehas stierven. Toen Eli het nieuws van de dood van zijn zoons hoorde, en dat de verbondsark in de handen van de vijanden was gevallen, viel hij van zijn stoel, brak zijn nek en stierf.

Toen eenmaal de ark uit Silo was weggehaald – de plek die voor bijna 400 jaar gediend had als geestelijk centrum van de natie – begon Silo van de voorgrond van Joods leven weg te ebben, ook uit de verslaggeving in de Schrift.

Afgoderij

Soffer legt uit dat na de strijd waarbij Eli’s zonen gedood waren, het stadje Silo in feite geen verdere rol meer speelde in de Bijbelse geschiedenis. Hoewel Israël de ark weer in handen kreeg, was die nooit meer teruggebracht naar Silo. En nadat Samuel Saul en later David tot koning zalfde, maakte de laatste eerst Hebron en later Jeruzalem tot Israëls hoofdstad.
De Bijbel spreekt echter nog wel over de neergang van Silo. In Psalm 78:58-60 dicht Asaf, de muziekleider onder de regeringen van David en Salomo: “God hoorde het (de afgoderij in het land) en werd verbolgen, Hij verachtte Israël zeer. Daarom verliet Hij de tabernakel te Silo, de tent waarin Hij woonde onder de mensen.”

Ook noemt de profeet Jeremia Silo als een voorbeeld van een stad die ten ondergegaan was vanwege afgoderij. (Zie Jeremia 7:12-15 en Jeremia 26:6 en 9; Jeremia 7:12 zegt: “Want ga toch naar Mijn plaats die in Silo was, daar waar Ik vroeger Mijn Naam heb doen laten wonen, en zie wat Ik daarmee gedaan heb vanwege de slechtheid van Mijn volk Israël.”) Hoewel deze Bijbelverzen duidelijk aangeven dat de stad verwoest was, geeft het geen details over de tijd en omstandigheden van de verwoesting.
Archeologische vondsten leggen bloot dat ongeveer in het jaar 800 v.Chr. Silo weer bewoond was. Toch bracht de Assyrische verovering opnieuw een einde aan de gemeenschap. Tijdens de Romeinse en Byzantijnse periode beleefde Silo een hoogtepunt in haar ontwikkeling: uit die tijd zijn er overblijfselen van vier verschillende kerken aangetroffen.

Terugkeer

Toch was het niet tot na de Zesdaagse Oorlog in 1967 dat de nakomelingen van Jozua, Hanna en Samuel terugkeerden naar Samaria om opnieuw Joods leven op te bouwen in de heuvels en valleien waar eens de tabernakel stond.

“Als wij ons recht op Silo, Hebron en Beth-El opgeven, dan geven we ook ons recht op de moderne steden als Tel Aviv en Haifa op.”

Volgens Soffer was de beslissing van zijn familie om Silo te kiezen als hun nieuwe woonplaats, een gemakkelijke. “Wij kozen voor deze gemeenschap om dezelfde reden als waarom we op alija gingen,” benadrukte hij. “Alija is de vervulling van een 2000 jaar oud verlangen voor ons als Joodse volk om terug te keren naar ons thuisland, het land van onze voorvaders, onze geschiedenis en onze belofte. Wonen in Silo betekent dat we ons leven vormgeven in een plaats die doordrenkt is van een paar van de meest cruciale hoofdstukken uit de Joodse geschiedenis. Dat speciale deel van het verhaal van ons volk en de betekenis daarvan spraken tot ons hart. Dus toen we naar ons land terugkeerden, trok Silo ons op natuurlijke manier aan. Wij zagen ons ‘wortel schieten’ in Silo als een vervulling van onze aspiraties.”

Soffer zegt dat vandaag zijn huisgezin slechts één voorbeeld is van een Joodse familie die hun Joodse kinderen grootbrengen in de heuvels van Efraïm, waar generaties Joodse gezinnen voor hen hun kinderen grootbrachten in dezelfde tradities, geloof, taal en opvattingen. “Dat heeft voor ons enorme betekenis.”

Toch ging de keus van Soffers familie nog verder dan die van een persoonlijke bestemming. In zekere zin, laat hij zich ontvallen, was de beslissing om zich in Silo te vestigen deels ook een reactie op het conflict en de controverse met betrekking tot het gebied. “De terugkeer van elk Joods gezin dient als een schakel in de keten van de kinderen van Israël die opnieuw thuiskomen om het land te bevrijden en ons erfdeel en geschiedverhaal te claimen.

“In die betekenis,” vervolgt hij, “lijkt het eenvoudig logisch om ons leven in Israël te beginnen in een plaats waar anderen proberen ons uit te ontwortelen en onze geschiedenis weg te vagen.” Soffer gelooft dat de legitimiteit voor de staat Israël uiteindelijk voortkomt uit de Bijbelse en historische rechten van het Joodse volk op hun eigen land. “Hier komt het op neer. Als de Staat Israël enige belangrijkheid en legitimiteit heeft, dan zijn het om mee te beginnen wel de plaatsen als Silo, Hebron en Beth-El die van deze betekenis doordrenkt zijn.”

“Dat houdt tegelijk in dat als wij ons recht op Silo, Hebron en Beth-El opgeven, dan geven we ook ons recht op de moderne steden als Tel Aviv en Haifa op. Natuurlijk hebben we ook een claim op die plaatsen, aangezien ze deel zijn van het land van Israël. Maar die claim komt voort uit de plaatsen waar het allemaal begon, de plaatsen waarover de Joodse voetafdrukken zijn ‘uitgesproken’ en in het land zijn achtergelaten, het verhaal en de geschiedenis.”

“Als wij ons erfdeel verlaten,” concludeert Soffer, “als we falen om de lijn met het verleden vast te houden, dan zal ons erfdeel verzwolgen worden. Daarom is het zo belangrijk voor Joden en hun bondgenoten om present te zijn in plaatsen als deze, een plaats als Silo. Dit is het hart van alles dat Israël is en waar het voor staat. Dat opgeven zal hetzelfde zijn als het hart uit ons thuisland uitscheuren.”

Thema

hartland

Over de auteur