fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Jacobs’ Chanoekatoer – dag 8: Maastricht

    Binyomin Jacobs, opperrabbijn - 20 december 2017

    ‘Het Radio 1-programma Met het Oog op Morgen is net afgelopen als we voor onze huisdeur in Amersfoort stoppen. De heenweg naar Maastricht, normaliter twee uur, duurde vandaag, of eigenlijk dus gisteren, drie en een half uur. Ongeluk, na ongeluk, na ongeluk; één grote file. Terug in minder dan twee uur. Onze chauffeur, medewerker van Christenen voor Israël, komt nog even binnen om een kop koffie te drinken, terwijl ik onze menora klaarzet en de computer start om de “Jacobs’ Chanoekatoer – dag 8” te schrijven.

    Ik vraag me af: wat hebben we bereikt met onze iets meer dan 2.100 Chanoekakilometers? Ten eerste zeg ik duidelijk “we”. Want mijn vrouw Blouma en ik trekken samen op, ook deze hele week. Het voordeel hiervan is dat we twee keer zoveel mensen kunnen spreken. Natuurlijk, het gaat om de menora. Het samen zingen van het Ma’oz Tsoer is voor velen een belangrijk ritueel waarmee hun Joodse identiteit een spirituele opkikker krijgt. Maar onderschat niet de waarde van de persoonlijke ontmoetingen met de vragen, de aandacht, de hulpverzoeken. Voor mij was vandaag die ene ontmoeting in Maastricht enorm waardevol. Ik kom er dadelijk op terug.

    We waren dus in Maastricht. In de Limburgse hoofdstad werd ooit de eerste grote menora buiten Amsterdam aangestoken, op het dak van het Apple Hotel aan de A2, die erkend werd. Er was al lang een menora in Amstelveen en ook buiten Amsterdam was rabbijn Stiefel met een menora voor het stadhuis van Almere begonnen. Maar die initiatieven kregen veel verbale tegenstand: het past niet bij Nederland; dat wekt antisemitisme op; sinds wanneer moeten we met ons Jodendom te koop lopen?

    Maar vanaf het moment dat de hotelmagnaat Benoit Wesly besloot om op het dak van zijn negen verdiepingen tellende hotel een gigantische elektrische menora te plaatsen, werd het algemeen geaccepteerd en ingelijfd bij de Nederlands Joodse gebruiken. Met als gevolg dat op meer dan twintig plaatsen dit jaar in ons land de grote menora’s trots en fier hun Joodse licht uitstraalden om samen met niet-Joden licht te brengen in de duisternis.

    Interessant te zien hoe iedere Joodse gemeente toch zijn eigen cultuur heeft. Ze zijn allemaal een beetje anders en tegelijkertijd ook weer helemaal gelijk. Maastricht had zijn viering afgelopen Sjabbat in de synagoge onder leiding van rabbijn Cohen, met een grote opkomst, een echte sjabbaton. En vanavond, dus inmiddels gisteravond, was het tijd voor het aansteken van het achtste lichtje.

    De ‘aanstekers’ waren twee politieagenten waarmee het bestuur van de Joodse gemeente Limburg wilde aantonen hoezeer zij de samenwerking met de lokale overheid waarderen. De avond was op en top verzorgd. Een heerlijke maaltijd voor alle aanwezigen, waaronder een groot aantal functionarissen van de rooms-katholieke kerk te Maastricht. Het oogde een bont en imponerend gezelschap.

    Als ik nu de balans opmaak en vergelijk met voorafgaande jaren, dan zijn er twee opvallende zaken. Ten eerste was er vier jaar geleden gewoonweg geen beveiliging, vanaf drie jaar terug was de politie er wel met een paar agenten, maar dit jaar was de beveiliging, waar ik ook was, sterk opgevoerd. Het tweede wat mij opviel waren de dankbare reacties die ik per email en mondeling kreeg. Heel erg veel mensen, Joden en niet-Joden, dankten voor de boodschap die in mijn toespraak steeds aanwezig was. Velen kwamen ons bedanken na afloop.

    » Lees verder op Jonet.nl

    Over de auteur