fbpx
  • Regendruppels in de woestijn. - Foto: Fraidzjah
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Jong geleerd

    Fraidzjah - 8 december 2017

    Nooit gedacht dat ik ooit naar een natgeregend gezicht met slierten haar in mijn ogen zou verlangen. Naar koude handen en natte voeten. En een straaltje dat treiterig van je kraag koud en nat naar beneden over je rug loopt. Die had ik immers meer dan genoeg gehad tijdens de fietstochten naar het treinstation door de polder. Maar lange hete woestijnjaren maken van regen een feest. Zelfs voor een uit de klei getrokken Hollandse. Een feest met een hemels tintje.

    Zomer 2017 begon vroeg in het voorjaar en was zeer heet. In de schaduw was het regelmatig 5 dagen lang 46 graden Celsius. Wat moest dat worden … Zes, zeven maanden lang, onafgebroken, trilde de hitte hier in de woestijn. De vegetatie liet het afweten na een droge voorafgaande winter. De dieren hielden zichzelf in leven door naar de geirrigeerde velden te komen om te drinken. Alles wat je in de tuin geen water gaf, verbrande in de hete zon. Ik redde een oude Ficusboom door er de tuinslang een paar nachten bij te leggen. Dit om het beetje schaduw dat we van hem krijgen veilig te stellen.

    “Lieve Heere G’d, mag ik alsjebliehiehieft regen … alsjebliehiehieft …!?”

    September, oktober en november kwamen en gingen zonder regen. Bezorgd volgde ik het weerbericht en vertelde er onze jongens over. De vroege regen kwam niet. Toch niet weer een droge, koude winter? Een catastrofe voor het zuiden.
    David, onze oudste, begreep het. Terwijl ik Jonathan’s tanden poetste zag ik hem buiten in het zand staan met zijn handen fijngeknepen boven zijn hoofd geheven. Omdat we hier geen kerk of gemeente hebben kan hij dit niet afgekeken hebben.

    En kwam het regelrecht uit zijn hart. Omhoog kijkend riep hij “Lieve Heere G’d, mag ik alsjebliehiehieft regen … alsjebliehiehieft …!?” Ik hield me stil en bad tegelijkertijd of G’d hier iets mee wilde doen. Om het geloof en vertrouwen van een 4-jarige te bouwen. Dat wel eens belangrijker zou kunnen zijn dan een paar milimeter in de regenmeter.

    Die ochtend zwiepten snoeiharde windvlagen het kurkdroge zand op en een uur later was de lucht okergeel en hing er een geladenheid. Buiten zijn was onmogelijk. Mijn man sms’te dat in het midden van het land er regen viel. Mijn handen werkten door en mijn hart riep. Tot het whatsappberichtje van David’s juf binnen kwam op mijn mobiel. De kinderen dansten samen in de regen. Het bleef bij een paar minuten, maar regen is regen, punt uit.

    Toen ik David na schooltijd ophaalde glinsterden zijn ogen en stonden groot van oprechte verbazing. “Mam! Hij ging verder in het Ivriet. “De Heere G’d luisterde! Er was regen!” Ik begreep wat hij wilde zeggen maar niet uit kon drukken. Dat de machtige G’d van Israël had geluisterd toen hij in z’n eentje zelf iets aan Hem had gevraagd. Gelijk voor de eerste keer. En nu kon ik niet uitdrukken wat ik Hem wilde zeggen van blijdschap.

    Er heerst grote droogte in Israël. Bid dat de Heere meer regen zal geven.Meer gebedspunten De week daarop zagen we ’s morgens vroeg grijze wolken. Inmiddels december. Het kon nog … Een gebed en een dag vol verwachting. Ik werkte een paar kilometer verderop. Ik kon er echt niets aan doen, eerlijk niet. Maar op het moment dat ik regendruppels op het golfplaten dak hoorde tikken liet ik alles uit handen vallen en stoof juichend naar buiten. “Regen! Het regent!” Lachend liepen al mijn collega’s nu mee. We hadden het enorm druk maar dit moest gevierd worden. Gillend renden de meiden tussen de stralen regen naar hun auto’s om de openstaande ramen dicht te doen. We vingen de druppels op in onze hand en stampten in de plassen. Zelfs de baas zakte op de veranda op een stoel neer en stak er een sigaret op.

    Opnieuw haalde ik de jongens op en de intense blijheid op hun gezichtjes ontroerde me. Jonathan straalde, zijn ogen schitterden, hij leek wel jarig! Als ik dit zag, dan zag de Schepper dit zeker. Kletsnat plakte Jonathan’s haar op zijn voorhoofd en hij sopte in zijn schoentjes. Enthousiast bleef hij maar zingen: “Rege! Valt rege!” Totdat hij thuis een enorme plas zag, en heen sopte en prompt uitgleed over het spekgladde kleilaagje van het zand. Zijn luier zoog zich onmiddelijk vol met bruin water en met zijn tas op zijn rug waggelde hij wijdbeens huilend naar me toe. Dit was toch wel heel koud en vies.

    David wilde door de regen naar huis lopen met zijn abba en omarmde me nu nat en emotioneel. Hij vertelde onmiddelijk in het Ivriet wat er gebeurd was. Met horten en stoten van ontzag. “Mam! Zo veel regen … en ik had het weer gevraagd! En toen werd ik koud en nat en het kwam in mijn ogen en toen vond het helemaal niet leuk meer. En toen vroeg ik of het stopte en toen deed G’d zo!!” En mijn zoon stond daar voor me en hield zijn open hand als een dakje boven zijn eigen hoofd. En hij keek me aan met ogen die grote dingen hebben gezien.

    U mag een heleboel zeggen en denken. Over buienradars die regen aan zien komen, over naiviteit, over een bui die begint en stopt, over toeval, over kinderlijk geloof dat beschadigd zal worden, over van alles en nog wat. Maar ik weet dat er rotsblokken van kennis en vertrouwen op de Almachtige G’d van hemel en aarde en de beschermer Israëls neergelegd zijn in het hart van David. En het belang hiervan voor een jong kind dat opgroeid in een aan alle kanten bedreigd land laat ik aan uw beoordeling over.

    Over de auteur