• Ochtendgloren in de Negevwoestijn. - Foto: Fraidzjah
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Oudejaarsnacht langs de Egyptische grens

    Fraidzjah - 5 januari 2018

    Verbaasd kijk ik ’s morgens naar de kalender. 31 December. Is het vandaag in Holland oudejaarsdag? De fijne herinneringen aan appelflappen die vader in het schuurtje bakte, het lange (en moeilijke) mogen opblijven en lang voor 24.00 in slaap vallen, het vuurwerk in het dorp dat we vanuit het dakkapel bekeken en soms door de sneeuw de gekleurde parachutjes zoeken van afgestoken siervuurwerk doen me eens diep zuchten. Wat voelt dat ver weg. Niet vergeten om vandaag eens naar huis te bellen. En onder de stralende zon in een kurkdroge blauwe lucht breng ik de jongens naar school.

    Die nacht schrik ik ineens wakker. Geschoten wordt er wel vaker hier aan de grens. De Egyptische soldaten kijken niet op een kogeltje. Arm konijn dat zich in de buurt van hun wachtpost waagt. Uit verveling schieten ze op alles wat los en vast zit. Het zijn ook eigenlijk geen soldaten te noemen die de wacht moeten houden langs de Egyptisch-Israëlische grens. Het zijn veelal mannen die eigenlijk de gevangenis in moesten, maar om kosten te besparen worden zij hier in niemandsland neergezet. “Kijk, dit is een geweer. En zo schiet je. Kijk uit voor ISIS. Bye bye.” Zo stel ik me dat ongeveer voor.

    “Dan blijft er nog maar één remedie over en dat is zingen.”

    Ook wordt er ongelooflijk veel gesmokkeld langs deze nog relatief rustige grenslijn. Momenteel is het mode om onder een enorm Egyptisch geweervuur de zakken met wiet door jongens over het 3 meter hoge grenshek te laten gooien. Omdat onze soldaten zich koest houden en geen incidenten uitlokken kan iedereen rustig zijn gang gaan. Pas op Israëlisch grondgebied wordt men aangehouden. Maar ondertussen staat ons dorp weer eens op zijn achterste benen zo in het nachtelijk donker. ’t Is zijn me dan ook geen rotjes.

    Geschrokken richt ik me half op in bed. Wat gaan we nou krijgen? Ik maak me niet gauw ongerust maar als dit een smokkelpartij is dan wordt er een replica van de koningin van Scheba gesmokkeld. Allemensen wat gaat dat tekeer. De straatlantaarns gaan uit. In het donker klinkt het zware machinegeweer hard en luguber. In de verte blaffen honden zonder ophouden en schreeuwen mannenstemmen. Onze David komt slaapdronken aangeschuifeld en klimt ons bed in. Dicht tegen ons aan slaat hij zijn warme armen om me heen en slaapt verder.

    Het is bijna volle maan, het zullen smokkelaars zijn. Die willen graag zien wat ze doen met al dat nieuwe prikkeldraad, vertel ik mezelf. Bij een nieuwe golf geweervuur overdenk ik deze redenatie. Het hoofd van de bewaking is nog niet in zijn auto gesprongen en langsgereden, er is dus geen alarm, redeneer ik opnieuw. Zal ik even gaan kijken hoe laat het is? Daarvoor moet ik naar de keuken. Nou mooi niet, het is hardstikke koud in huis.

    Maar vooralsnog wordt het er niet rustiger op daar langs het veiligheidshek en na wat aarzelen stoot ik toch manlief aan. Moet je horen! Deze heft zijn hoofd op, luistert, zegt zoiets als ‘tsssss’ en slaapt verder. Zeker wel iets meer gewend geweest in zijn legerjaren.

    Dan blijft er nog maar één remedie over en dat is zingen. Hard. In gedachten dan. Het allereerste lied dat ik in gedachten krijg. “‘k Stel mijn vertrouwen op de Heer’ mijn G’d”. Geloof is een daad. Ik stel mijn vertrouwen op Hem. En leg de levens van onze slapende jongens onder Zijn bescherming. En heel ons kostbaar landje. De Beschermer Israels slaapt niet ’s nachts. Het wordt een prachtig concert ritmisch begeleid door onze buren. Na een uur wordt het rustig.

    Had ik nou toch maar even gekeken hoe laat het was! Als ik 00.01 op de klok had gezien had ik me de jaarswisseling van de zonkalender vast wel herinnerd. Dat besef kwam ’s morgens toen ik bij het koffiezetten zag dat het 1 januari was. Ik grinnike gelaten. Egyptische soldaten kijken immers niet op een kogeltje. Die hebben natuurlijk lekker gefeest vannacht. Een leuk variant op vuurwerk dacht men zeker.

    Wat moet ik nou zeggen als m’n vriendinnen in Holland vragen of ik een leuk oud-en nieuw heb gehad? “Ja hoor! Diep onder het dekbed” en moet hier ineens hard om lachen. Dat ik niet uit kan leggen aan manlief die me vragend aankijkt.

    Toch staat deze jaarswisseling als een huis. De allereerste minuten van 2018 is dit gebed uitgezongen naar de Eeuwige G’d. Met ISIS in het noorden, Iran in onze nek en Hezbollah en Hamas binnen in het land: “..k Zie naar Hem op en ik weet Hij is ons steeds nabij!”

    En heel Israël zegge hierop ‘Amen!’

    Over de auteur