fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Trots op mijn vriendin

    Joanne Nihom - 22 januari 2018

    Al jaren zijn we vriendinnen, Adiva en ik. Zij woont in een van onze Arabische buurdorpen; onze mannen kennen elkaar van het werk. Haar Ivriet is niet goed en ik spreek geen Arabisch, toch hebben we een band. Bij iedere ontmoeting omhelzen we elkaar stevig. We lachen naar en met elkaar. Soms pakken we elkaars hand. Op de een of andere manier lukt het ons zo contact met elkaar te hebben.

    Ik denk dat ze veel jonger is dan ik, maar ik weet het niet zeker. Ze kleedt zich traditioneel en heeft altijd haar hoofd bedekt. Twee van haar drie kinderen zijn het huis uit, en hebben inmiddels eigen families. Met aanhang en kleinkinderen komen ze nu vaker bij hun ouders dan voorheen.

    Bij Adiva en haar man is het altijd druk, altijd gezellig en er is altijd eten en drinken te over, een zoete inval. Bij aanvang van een bezoek zitten we altijd even, dan staat er nog niets op tafel. Er komt een moment dat haar man Adiva een sein geeft (stil, maar ik herken het inmiddels). Er moet wat te eten en te drinken komen. Zij staat dan altijd braaf op en gaat aan de slag.

    “Toen stond hij op en nam het, tot mijn grote verbazing, van haar over.”

    Ik mag haar nooit helpen, ze wil het altijd allemaal zelf doen. Ze maakt eerst iets kouds te drinken en vult een schaal met gesneden fruit en groenten. Na zo’n drie kwartier volgt het volgende sein. Dan maakt ze koffie en/of thee met wat zoets of noten. Dit gaat al jaren zo. Als we rond etenstijd komen, eten we mee. Ook dan zijn er altijd weer die stille seinen, waarop zij altijd gelijk omhoog schiet om iets te doen.

    Het komt nooit over alsof Adiva de seinen vervelend vindt, zij en haar man lijken gelukkig samen. Het is een superleuk stel. Toch verbaas ik me er altijd over, met in mijn achterhoofd dat zij en ik een totaal verschillende cultuur hebben en anders zijn grootgebracht.

    Afgelopen week waren we weer even langs. Haar dochter was net bevallen, ze lag nog in het ziekenhuis, maar we wilden de opa en oma feliciteren. Zoals gebruikelijk was daar de omhelzing en het ‘even samen zitten’. En toen gebeurde het. Hij gaf Adiva een sein waarop ze naar de keuken liep. Maar na vijf minuten, ze was net begonnen fruit en groenten uit de ijskast te halen, hoorde ik haar in het Arabisch iets zeggen. Ik begreep de woorden niet, maar maakte uit haar bewegingen op dat ze geen zin had om het klaar te maken.

    In het Arabisch zei hij iets tegen haar, maar weer leek ze te weigeren. Ze deed ook haar schort uit. Toen stond hij op en nam het, tot mijn grote verbazing, van haar over. Zij kwam bij ons zitten en keek me aan, met een intens tevreden blik. Ik glimlachte terug. Een paar minuten later stond er een grote bak met lekkernijen op tafel en waren we aan de thee. Ik zal het haar nooit kunnen zeggen, dat doe ik ook niet, want je mag nooit tussen echtelieden komen, maar wat was ik trots op haar. Binnen de mogelijkheden die haar cultuur haar geven, is Adiva voor zichzelf opgekomen. Bij het weggaan, gaf ik haar een extra omhelzing.

    Adiva is een gefingeerde naam omdat ik haar niet in verlegenheid wil brengen.

    Over de auteur