fbpx
  • De 'kleine Churchill op z'n fiets. - Foto: Fraidzjah
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    De grote en de kleine

    Fraidzjah - 26 februari 2018

    Winston Chuchill en zijn vastberadenheid. “Nooit, nooit, nooit opgeven.” Het viel me onlangs op dat hij het woord never tot drie keer herhaalde. Dat betekent wel helemaal nooit. Opgeven simpelweg niet als optie hebben. Deze levenswijze intrigeert me en ik wilde mezelf wel eens zien of ik dit in praktijk zou kunnen brengen in mijn onbeduidende leventje. En of dit enig positief effect zou hebben op iets of iemand.

    Ik ben van dat fietserige type. Zo’n echte Hollandse. Tenminste, dat zeggen de moeders van de speelschool waar ik onze David en Jonathan ‘s morgens naar toe breng. Vanzelfsprekend op de fiets, wat precies vijf minuten duurt. Wij zijn de enige. David ging op zijn derde al over van de loopfiets naar een gewone fiets en sloeg de zijwieltjes over omdat hij van het bestaan niet wist. Jonathan is al lang toe aan deze loopfiets maar kan nog net niet bij de grond. Dus scheurt hij elke dag hard de heuvel af op zijn plastic fietsje.

    “Hij reed vastberaden weg op het kleine rode fietsje. “Ik ga naar abba” riep hij achterom in het Ivriet.”

    “Dat hebben jullie gewoon!” roepen ze ons vaak na. Omdat David nog geen fietsend vriendje heeft en ik hem graag stimuleer om zijn grenzen te verleggen fietsen we samen. Zo neem ik hem in het weekend mee naar de enorme stierenfokkerij verderop in de woestijn waar zijn vader regelmatig werkt. Op de fiets. Dit klinkt heel simpel en oer-Hollands maar vergt enige uitleg omdat dit niet direct eenvoudig is voor een 4-jarige jongen.

    We hebben maar twee mogelijkheden om te fietsen. Een asfaltweg linksaf, die na een paar kilometer doodloopt tegen de Egyptische grens. De andere asfaltweg gaat rechtsaf naar het buurdorpje en we kunnen via via naar de stierenfokkerij fietsen. Conclusie: Overbekende weg, dus echt saai. De hitte beperkt onze mogelijkheden enorm. Dus moeten we voor zeven uur ‘s ochtends al weg zijn en kunnen alleen met bedekkende kleding en zonnehoed te fietsen, wat niet voorkomt dat David het heel, heel warm krijgt.

    Ondanks dit gaat hij nog steeds met plezier mee! Zo ook afgelopen keer. Ik probeerde met het handpompje zijn banden op te pompen, deed dit te haastig waardoor het fietsje omviel. Het ventiel scheurde in bij de aanzet van de binnenband. Verdraaid. Mopperend op mezelf zocht ik bij de fietsspullen naar een nieuwe binnenband die we niet hadden. David hoorde mijn excuus aan en riep verontwaardigd dat we nu niet naar abba konden fietsen! Met een lading Churchill in mijn gedachten zochten we samen naar een oplossing.

    Zou je met je kleine oude fiets kunnen gaan? ‘Dat doet hij nooit!’ dacht ik in mijzelf. Maar David ging ervoor en met enige moeite kreeg ik in de lege banden genoeg lucht gepompt, dit keer zonder schade. Maar het zadel stond veel te laag … En ringsleutel nummer 13 die ik hiervoor nodig had lag niet in de schuur. Verdraaid! Ik kon het echter niet maken om de motivatie van David te niet te doen. Met een ‘Niet opgeven’ oliede ik de roestige ketting van de kleine fiets, vulde onze waterflessen, zette ik Jonathan in de fietsstoel achter me, bond zijn plastic fietsje aan de rugleuning vast en fietste met David naar naaste vrienden om te kijken of zij al wakker waren.

    Niet dus. Jongens, zachtjes doen! Via hun al spelende zoontje kregen we een andere sleutel te pakken maar de bout en moer zaten muurvast geroest na vele hete zomers in de zon. Het lukte me echt niet. De sleutel schoot uit, ik wapperde met een bloedende hand in de lucht en snakte naar nog wat ‘nevers‘. Jonathan vroeg lief bezorgt “Heb je bloed, mam?”. En nu was het David die aan het “Nooit, nooit, nooit’ gestalte gaf. Hij probeerde het even op de fiets van zijn vriend dat niet ging en reed toen vastberaden weg op het kleine rode fietsje. “Ik ga naar abba” riep hij achterom in het Ivriet.

    Zijn knieen kwamen boven het stuurtje uit en hij moest door de kleine wielen beduidend meer omwentelingen maken met de trappers. Maar hij deed het gewoon. Over een saaie weg met af en toe een gevaarlijke auto, zonder een fietspad dat het makkelijk zou maken, 9 lange kilometers in de zon. En dan ben je 4 jaar jong.

    Dit wordt een kleine Churchill.

    Voor de eerste maal mocht ook Jonathan een gedeelte fietsen en verbluft zag ik ook hem zeker 2 kilometer mee rijden. Hij genoot om eindelijk net als grote broer te zijn. Beiden werden beloond met een rit in de gigantische voerwagen op de knieen van abba. David groeide van het oprechte “heel goed gedaan joh!” van zijn vader.

    Nooit, nooit, nooit opgeven. Ik ga het nog eens doen.

    Over de auteur