Nieuws

Een wonder dat ons liever bespaard was gebleven

Binyomin Jacobs, opperrabbijn - 8 februari 2018

Op zondag 4 februari werd een permanente audiotour en foto-expositie ‘Zij woonden hier’ geopend bij het Apeldoornsche Bosch. Dit jaar is het 75 jaar geleden dat de inwoners van dit voormalig Joodse psychatrisch ziekenhuis werden gedeporteerd. De openingshandeling werd verricht door Jan te Loeke , regiodirecteur van s’ Heeren Loo, en Studentenrabbijn Y. Jacobs in gebouw Hannah op het terrein van voormalig Apeldoornsche Bosch. Tegen de 200 nazaten, familieleden en belangstellenden waren aanwezig, De toespraak van Opperrabbijn Jacobs werd voorgelezen door zijn zoon, studentenrabbijn Yanki Jacobs.

Beste mensen,

Allereerst ben ik erg dankbaar dat u wel bent gekomen bij deze bijzondere plechtigheid. Helaas en niet helaas ben ik afwezig.

Helaas omdat ik de bijeenkomst van bijzonder belang acht voor onze Nederlandse samenleving en voor de bewoners van het Apeldoornsche Bosch en het paedagogium Achisomog. Zij werden op onbeschrijfelijk mensonterende wijze afgevoerd en na een reis van 12 dagen levend verbrand in Auschwitz, dat wil zeggen zij die de reis hadden overleefd! Door hier aanwezig te zijn en doordat hier een blijvende tentoonstelling wordt geopend, houden wij de herinnering aan de dubbelgehandicapte meer dan 1300 slachtoffers levend.

Dubbelgehandicapt: zij waren namelijk geestesziek en zij waren ook nog Joods. Op het monument in het Prinsenpark staan hun namen vereeuwigd. Nog slechts zeer enkelen weten nog wie zij waren en waren op de een of andere manier familiair aan hun gekoppeld. De meesten zijn anoniem, onbekend en moederziel alleen. En juist daarom is het in mijn optiek geweldig dat hun namen zijn vereeuwigd en nu op deze plek, waar zij eens gewoond hebben, komen zij weer een beetje thuis.

Misschien vinden anderen deze benadering van mij emotioneel en dus onzinnig. Het zij zo! Ik voel mijzelf als (voormalig) rabbijn van het Sinai Centrum, waaraan ik sinds 1975 verbonden ben, als een nazaat. Bij de onthulling van het monument in het Prinsenpark heb ik aangegeven dat het monument voor mij geldt als een grafzerk zonder graf. Ik heb nu het gevoel dat zij nu ook een eigen graf hebben gekregen. Een graf waarin weliswaar hun stoffelijke resten nooit werden begraven, maar waar nu wel de herinnering een soort rustplaats krijgt.

Tegelijkertijd, en ik kan het niet vaak genoeg herhalen, is het erg makkelijk om met tranen in de ogen en met een gebroken ziel stil te staan bij hetgeen de moffen ons hebben aangedaan en weg te kijken van onze eigen rol als Nederlanders : Nederland heeft het laten gebeuren, toegekeken, meegewerkt en er aan verdiend, zoals o.a. blijkt uit de woorden van de voormalig minister Schaik van Verkeer die de medewerkers van de Nederlandse Spoorwegen enige maanden na de bevrijding in de Houtrusthallen in Den Haag bedankt voor hun medewerking aan de transporten ‘om hiermee de Nederlandse economie geen schade toe te brengen’.

Ik ben ervan doordrongen dat verzet plegen makkelijker gezegd is dan gedaan. Slechts enkelingen hadden de moed en het vermogen om daadwerkelijk met gevaar voor eigen leven op te staan en zich in te zetten. Onder hen wil ik vandaag benadrukken de vijftig verpleegkundigen die vrijwillig hun patiënten hebben begeleid en enkelen van die begeleiders boden zelfs nog in Auschwitz verzet bij het uitladen van de patiënten! Wat een ter plekke keihard bestrafte heldenmoed!

Mijn eigen ouders hebben mij toen ik nog klein was vaak gezegd dat ik geen angst hoef te hebben want ‘zoiets kan nooit weer gebeuren’. Toen ik wat ouder was geworden, en mijn ouders dus ook, heeft mijn vader mij sterk geadviseerd om altijd acht duizend gulden in huis te hebben ‘want je kan niet weten’. En op zijn sterfbed waarschuwde mijn bezorgde vader mij met de woorden: ‘pas op, het kan zo weer geschieden’ …

En daarom alleen al is de opening van deze tentoonstelling niet laat, niet te laat, maar precies op tijd. Ons samenzijn is veel meer dan de opening van een of andere interessante expositie. Het is een keiharde waarschuwing en een schreeuwende demonstratie met als parool: dit mag zich niet herhalen, terwijl het klimaat voor herhaling steeds dichterbij komt!

Helaas ben ik dus niet aanwezig vandaag.

Maar tegelijkertijd ook niet helaas. Mijn echtgenote en ik zijn verrijkt met een kleinzoon. Ik zit op dit moment in het vliegtuig, op weg naar de Brit Mila, de besnijdenis. Regelmatig wordt mij gevraagd of er nog wonderen bestaan. Lieve mensen: mijn kleinzoon is een wonder! Bijna mijn hele familie is vergast, zoals het geval is bij alle, en het woord ‘bijna’ heb ik bewust niet toegevoegd, bij alle Joodse Nederlanders. Dat mij desondanks een kleinzoon is geschonken, is een wonder en druist in tegen de wetmatigheden der historie. Want volgens de wetmatigheden van de geschiedenis bestaan de Joden al lang niet meer: en toch bestaan wij!

Vorige week maandag vond er een zeer drukbezochte bijeenkomst van het JNF, het Joods Nationaal Fonds, plaats hier in Apeldoorn. Er werden door de bijna 500 aanwezigen tijdens die bijeenkomst, ter nagedachtenis aan de bewoners van het Apeldoornsche Bosch en het Paedagogium Achisomog, honderden bomen geplant in het nieuw aan te leggen Abraham-Park in de Negev woestijn in Israël. En er bestaat al een park in Israël dat de naam draagt van het Apeldoornsche Bosch.

Ben Gurion, de eerste premier van Israël heeft gezegd dat hij die niet in wonderen gelooft, geen realist is. Israël is een wonder en dat in dat Israël een plek bestaat waar onze bewoners van het Apeldoornsche Bosch en van het paedagogium Achisomog een eigen plekje hebben, is ook een wonder. En terwijl ik dit neerschrijf besef ik, dat ik liever voor zo’n wonder bespaard zou zijn gebleven…..

Over de auteur