• Monument voor de gesneuvelden in de strijd om de weg naar Jeruzalem, 1948 - Foto: GPO | BRUNER ILAN
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Een broeder in nood

    Petra van der Zande - 20 april 2018

    ‘’Maar u  moet in slagorde oversteken, voor uw broeders uit, alle strijdbare helden, en u moet hen helpen.” Jozua 1:14 HSV

    De staat Israël was een paar uur oud toen zij door vijf Arabische landen werd aangevallen. Israël had geen enkel stuk artillerie, tank of militair vliegtuig; verspreid over het land had men een paar militaire voertuigen en slechts 10.000 geweren. De jonge staat had echter een geheim wapen: “Een breerah” – geen alternatief.

    Terwijl de wereld de adem inhield, verlieten zo’n 3500, voornamelijk Tweede Wereldoorlogsveteranen, hun werk en families om de Joodse staat  te helpen. Het merendeel van de uit 59 landen afkomstige mannen en vrouwen was Joods, maar er waren ook Christenen onder hen.

    Deze MACHALNIKSMietnadvim mi Choets leArets – buitenlandse vrijwilligers, waren Israëls eerste marinecommandanten, radartechnici, artilleriemannen, tankcommandanten, infanterieofficieren, gevechts- en bommenwerperpiloten en de chirurgen die oogverwondingen en brandwonden behandelden. Weinig Machalniks spraken Hebreeuws en ook al wist men niet wat hen te wachten stond, toch kwamen ze om Israël in het uur van zijn nood bij te staan. Onder deze “mesjoegaiem mie choets leArets”- de buitenlandse gekken – zoals de lokale bevolking hen noemden, waren ook  61 Nederlanders.

    Shulamit Garbish had verschillende Nazi concentratiekampen en een dodenmars overleefd. Eind 1947 kwam zij  naar Eretz Israël, waar de 17-jarige met een Palmach-groep naar het belegerde Jeruzalem werd gestuurd.

    “Nooit weer!” dacht de Amsterdamse Martin Louis Kattenburg toen bleek dat zijn broer in Auschwitz was vermoord. Eind 1947 nam hij in Marseille deel aan een Hagana vrijwilligerstrainingskamp en sloot zich meteen na aankomst in Israël bij een gevechtseenheid aan.

    Onder dekking van de duisternis, hielp de Nederlandse Lydia Schmerler de zogenaamde “Birma Weg” aan te leggen. Deze “zelfmoordweg” doorbrak de belegering van Jeruzalem.

    Onder de  119 gesneuvelde Machalniks waren veel piloten, maar ook Palmach Negev soldaat Martin Kattenberg. Hij sneuvelde drie maanden na aankomst tijdens gevechten bij Ashdod.

    Na de Onafhankelijkheidsoorlog keerden de meeste Machalniks terug naar hun thuisland. Een aantal bleven, zoals Shulamit en haar zussen, die Israël hun thuis maakten.

    “Jullie kwamen toen we jullie het hardst nodig hadden, tijdens die donkere en onzekere dagen in onze onafhankelijkheidsoorlog. Niet alleen gaven jullie ons jullie ervaring, maar ook jullie levens. Het Israëlische volk en de Staat Israël zal dit nooit vergeten!”  Jitschak Rabin.

    Over de auteur