fbpx
  • Israëli's vieren de onafhankelijkheid van hun staat in een synagoge in Efrat. - Foto: Flash90
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Danken voor Israël op Jom ha’Atzmaoet

    14 mei 2018
    Vandaag is het volgens onze jaartelling precies zeventig jaar geleden dat de staat Israël werd uitgeroepen. In Israël wordt dit gevierd volgens de Joodse jaartelling en viel de onafhankelijkheidsdag, Jom Ha’atzmaoet al op 18 april.

    (…) Wanneer ik gevraagd wordt hoe en waarom ik dankbaar ben voor Israël en hoe ik God kan danken voor Israël waarbij ik Hem betrek bij zowel Israëls falen als haar prestaties, dan antwoord ik dat ik op Jom Ha’atzmaoet (Onafhankelijkheidsdag) niet anders kan dan danken – ondanks onrechtvaardigheden en tekortkomingen die ook ik bij gelegenheid bekritiseerd heb. Ik ben een religieuze Jood en een toegewijd zionist. Mijn relatie met Israël is fundamenteel, niet onderhandelbaar en onverbreekbaar.

    Vraag me op andere dagen van het jaar hoe ik denk over politiek en beleid, dan zal ik met gepaste complexiteit daarop antwoorden. Deze dag is echter niet als andere dagen. Na 24 uur toegewijd te zijn aan de herinnering van allen die stierven opdat Israël zou leven, wil ik de volgende 24 uur me concentreren op de vele redenen tot dankbaarheid die Israël alle Joden en mij persoonlijk heeft gegeven. Hier zijn drie redenen.

    1Israël leerde mij om de Joodse toekomst me in te denken vanuit en te bouwen op hoop en trots. Vrees had daarin geen plaats. In de zomer van 1975 kwam ik aan op de campus van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem om af te studeren, en ik trof een land aan dat nog aan het herstellen was van de Jom Kipoer Oorlog van 1973. Een tankgevecht op de Golanhoogvlakte had gestaan tussen overwinning en mogelijke vernietiging. Een vriend van mij was ernstig gewond geraakt tijden die strijd; vrijwel iedere Israëli die ik ontmoette, had een persoonlijk verlies geleden; het gevaar van Israëls vijanden was bij lange na niet verdwenen.

    Verbazingwekkend was echter dat de Israëlische samenleving levendig en vol zelfvertrouwen was. De cafés zaten vol mensen die gepassioneerd spraken over wat de toekomst zou brengen, maar ik hoorde bijna geen twijfel aan het feit dat die toekomst goed zou zijn. Er zit iets ondoorgrondelijks in deze houding. Een houding die feitelijk vereist is van elke ware leider. “Problemen zullen zich oplossen, en als dat niet gebeurt, zullen we wel iets vinden hoe ermee om te gaan.”

    Als volk hadden Joden erger meegemaakt, en uiteindelijk kwamen ze er beproevingsbestendiger uit. Deze les bleef bij me hangen. Israël schenkt de tastbare zegeningen van pragmatisch vertrouwen aan Joden overal, zelfs als een paar van hun politici meer en meer appelleren aan vrees.

    2Israël doordringt ons van een andere karaktertrek die ik zeer waardeer: een soort levensernst die veel minder wijd verspreid lijkt te zijn in Amerika. Dat gaat misschien terug op het feit dat vrede zo ongrijpbaar lijkt in het Midden-Oosten. Alles wat Israëli’s voor elkaar krijgen, wordt gedaan ten overstaan van werkelijke vijanden. Morele keuzes – en moreel falen – dringen zich op. Wanneer mijn vrienden in Israël iemand een compliment willen geven, zeggen ze dat hij of zij retzini, serieus, is: iemand waarmee rekening wordt gehouden, hetzij in wetenschap, de hightechwereld of sport.

    Hoewel het Jodendom ruimschoots plaats geeft aan vreugde en vieren, heeft het altijd benadrukt dat het leven ertoe doet; en de wereld doet ertoe. Geschiedenis is niet ‘een opeenvolging van verdoemelijke gebeurtenissen’, maar een gelegenheid om de tijd die ons als individuen en gemeenschappen toegemeten is, te gebruiken om goed te doen. Dat geldt voor Jodendom zoals dat van rabbi Abraham Joshua Heschel die het als religie praktiseert, of dat van rabbi Mordechai Kaplan die Jodendom als ‘beschaving’ ziet.

    In beide gevallen zegent Jodendom je en legt het je tegelijkertijd verantwoordelijkheid op en geeft betekenis aan het leven.
    Israëlische Joden dragen de last mee van Joodse geschiedenis en Joodse zingeving, of ze dat nu willen of niet. Dit gewicht bestempelt hun handelen en hun spreken in voor- en tegenspoed.
    Ook christenen en moslims dragen de last van geloof en geschiedenis in het Heilige Land met zich mee. Godsdienst doet er toe op manieren die in Amerika niet zo onmiskenbaar zijn. Daar blijft religie grotendeels beperkt tot achter de voordeur – om constitutionele redenen die ik koester.

    De overal aanwezige religie in Israël kan je erg boos maken zoals wanneer ultraorthodoxe rabbijnen macht van de staat gebruiken om discriminerend op te treden tegen vormen van Jodendom die hen niet aanstaan, waaronder het mijne. Echter op andere momenten kan de roep van het heilige inspiratie en moed geven. Vaak getuigt het van wijsheid. Ik zal nooit de woorden van een ultraorthodoxe Jood vergeten die op een dag tegen me zei toen we beiden uitkeken over de Oude Stad vanaf het balkon van zijn kleine appartement in Mea Sheariem: “Of de grote wereldgodsdiensten zullen leren in vrede hier met elkaar te leven, of dit zal de plek zijn van Armageddon.” Ik denk elke keer aan deze waarschuwing wanneer ik God bid om vrede, en gebruik dezelfde woorden als mijn gastheer in Mea Sheariem. Ons verstaan van de woorden is waarschijnlijk net zo verschillend als onze politieke gezichtspunten zijn, maar beiden waarderen we zowel gebed als vrede.

    Ik geloof niet dat wanneer ik het Hallel gebed (Psalmen 113 – 118) reciteer, God persoonlijk verantwoordelijk is voor de gebeurtenissen van de dag. Ook niet voor de overwinning van een kandidaat of van een leger, noch voor de nederlaag van een ander, noch voor de kanker die een kind treft of de genezing die het leven van een ander redt. God veroordeelde de zes miljoen niet tot het sterven door de hand van de Nazi’s. Ook stond Hij niet met uitgetrokken zwaard op het slagveld in 1948, of 1967, of 1973.

    Naast vele andere onderwerpen verwoordde Heschel ook voor mij dit onderwerp toen hij in de nasleep van de Zesdaagse Oorlog schreef dat ‘de tegenwoordigheid van God nooit gezien moet worden als God Die de geschiedenis binnendringt. Gods wil domineert niet dat wat mensen doen.’

    Om te begrijpen hoe openbaring werkt, of schepping, of verlossing, gaat mij als sterfelijk mens te boven. ‘De verborgen dingen zijn voor de HEERE, onze God,’ verzekert Deuteronomium 29:29. Wij moeten tevreden zijn met ‘de geopenbaarde dingen’, namelijk de geboden die bedoeld zijn om barmhartigheid en gerechtigheid toe te voegen aan de wereld. (In de Thora zijn deze twee eigenschappen toegeschreven aan God.)

    3De religieuze betekenis van Israël ligt mijns inziens in deze oproep. Ik zie de Staat Israël niet als een toneel waar goddelijke politiek uitgespeeld wordt in messiaanse tijd. Israël, begiftigd met soevereiniteit, is eerder een kostbare kans voor Joden om ‘verbondsverplichtingen’ uit te beelden op een manier die niet mogelijk is geweest in de Verstrooiing.

    Israël is een openbare ruimte waar sociaal beleid beheerd en geleid kan worden door de geboden en het onderwijs van de Thora. Daarom verklaarde Heschel: ‘De grote heilige daad voor [Joden] vandaag is om het land van Israël op te bouwen.’
    Ik weet dat er iets oubolligs zit aan deze uitspraak van een halve eeuw geleden. Vijf lange decennia zijn voorbij gegaan sinds Judea en Samaria veroverd werden. We hebben zoveel vredestekenen zien opkomen die kortstondig bleken, we zijn zo vaak met hoop vervuld geweest en leden teleurstelling. Het lijden van Israëli’s en Palestijnen is onmetelijke geweest. Dit gaat door.

    Voor dit alles sluit je niet de ogen wanneer we dankzeggen voor Israël, zoals we ook niet de harde realiteiten van ziekte en dood uitbannen wanneer we God prijzen voor leven en zegen. Integendeel. Het elke dag God prijzen voor ‘de genezing van de zieken’ en ‘het oprichten van hen die neergebogen zijn’ verplicht ons actie te ondernemen om dit werk te bevorderen. Dat zelfde geldt voor het gebed om vrede: ‘Wanneer zult U in Sion regeren? Laat het spoedig zijn in onze dagen en voor altijd.’

    Ik ben dankbaar voor het geschenk van een democratische Joodse staat in het Land van Israël waar Joden de kans hebben met anderen samen te werken om verkeerde dingen recht te zetten met de Thora als richtsnoer. Het is verreweg het beste om de zonden te verdragen die onvermijdelijk komen met het gebruik en misbruik van macht dan het soort machteloosheid te ondergaan die zovele generaties van Joden in ballingschap maar al te goed hebben leren kennen. Israëls deugden zijn talrijker dan haar zonden. Haar prestaties in sommige gebieden zijn verbazingwekkend.

    Wanneer ik op Jom Ha’Atzmaoet het Hallel uitspreek, wil ik boven alles God prijzen voor Israëls leven en de vele gelegenheden om goed te doen die dat leven aan het Joodse volk gegeven heeft, en via ons aan de wereld.

    Over de auteur