fbpx
  • Wilde aren in Israël. - Foto: Petra van der Zande
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Ons dagelijks brood

    Petra van der Zande - 11 mei 2018

    “Want de HEERE, uw God, brengt u in een goed land, een land met waterbeken, bronnen en diepe wateren, die ontspringen in het dal en op het gebergte; een land met tarwe en gerst, wijnstokken, vijgenbomen en granaatappels; een land met olierijke olijfbomen en honing;” Exodus 7,8

    Al meer dan 10.000 jaar lang was brood een levensbehoefte; voor velen is het dat nog steeds.
    Omdat tarwebouw in Bijbelse tijden arbeidsintensief was, werd het beschouwd als voedsel voor welgestelde mensen; de rest van de bevolking moest het met gerst doen.

    Aaron Aaronsohn

    In 1906 ontdekte de Joodse botanist Aaron Aaronsohn in Rosh Pina (bij Safed) de stamvader van de wilde tarwe. Deze bleek ook in andere delen van Ottomaans Palestina te groeien – zelfs in de heuvels van Jeruzalem! Aaronsohn geloofde dat zijn vondst de cultivering van moderne graanbouw zou kunnen verbeteren. Dat gebeurde – ruim 100 jaar later.

    Moderne graansoorten voeren een voortdurende strijd tegen schimmels en ziekten die vaak een groot deel van de oogst vernietigen. In 2009 ontdekten wetenschappers aan de Universiteit van Haifa dat wilde tarwe niet alleen ziektewerende genen bevatte, maar ook meer eiwitten en mineralen dan gecultiveerd graan. Door integratie van de kennis van deze eeuwenoude graansoort wordt ons toekomstige ‘dagelijks brood’ verbeterd door middel van biotechnologie.

    In maart en april bloeit in Israël de zelf-bestuivende wilde tarwe, die wel een meter hoog kan worden. Het ‘onkruid’, dat slechts heel weinig regen nodig heeft, groeit en rijpt dan in mei en juni op rotsachtige, kalksteen of basaltgrond. Ieder aartje van de wilde tarwe wordt apart afgestoten, opdat het zaad verspreid wordt en een nieuwe generatie kan opkomen. Opdat de landbouwer zijn opbrengst kan oogsten, blijven de aren van de gekweekte tarwe intact.

    Het merendeel van de Israëlische agrariërs verbouwd genetisch gemanipuleerde gewassen, maar hopelijk gaat dat veranderen. In Europa groeit de vraag naar ‘ouderwetse’, organisch verbouwde tarwe dat is opgewassen tegen extreme weersomstandigheden. Deze ‘oertarwe’ groeit het best in de oorspronkelijke omgeving – het Midden-Oosten – waarvandaan het naar Europa geïmporteerd moet worden.
    Er is dus werk aan de winkel voor de Israëlische Planten Gen bank, die verantwoordelijk is voor het verzamelen, preserveren en in kaart brengen van Israëlische inheemse plantensoorten.

    De gouden graanvelden die zich uitstrekken van de Negev tot aan Galilea, herinneren ons te bidden voor ons ‘dagelijks brood’. “Onze Vader, Die in de hemelen zijt. Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood.” (Matteüs 6:9-11)

    Dat ons ‘dagelijks brood’ maar nooit vanzelfsprekend mag worden.

    Over de auteur