Nieuws

“Het kind is er niet…… en ik, waar moet ik heen?”

Binyomin Jacobs, opperrabbijn - 12 juni 2018

Vijfenzeventig jaar geleden, op 6 en 7 juni 1943, moesten 1500 Joodse kinderen vanuit kamp Vught mee met de beruchte kindertransporten. Er werd gezegd dat de kinderen naar speciale kinderkampen werden gebracht, maar in werkelijkheid gingen ze via kamp Westerbork naar vernietigingskampen Sobibor en Auschwitz, waar ze direct na aankomst werden vermoord. 

In kamp Vught staat sinds 1999 een herdenkingsmonument met alle namen van de 1500 kinderen. Ieder jaar wordt een herdenkingsbijeenkomst gehouden, waarbij de namen van de kinderen opgelezen worden. Zo ook zondagmiddag 10 juni 2018. Opperrabijn Binyomin Jacobs gaf de volgende speech:

Wederom zijn we bijeen, met een diep gevoel van verbondenheid. Zoals de tekst op het kindermonument aangeeft: “Het kind is er niet…… en ik, waar moet ik heen?” (Genesis 37:30). Ik denk dat we allen de weg kwijt zijn, niet weten waarheen te gaan.

Hoe lang nog zullen er broertjes en zusjes kunnen komen die zich de kinderen van de kindertransporten herinneren? De herinnering wordt steeds vager, het speelgoed onderaan het monument wordt steeds speelser, de met hart en ziel en grote zorgvuldigheid aangebrachte namen op het monument verworden ieder jaar tot meer anoniem….. Met een brok in mijn keel probeer ik steeds weer niet alleen de namen te lezen, maar ze ook tot mij te nemen. Ik zie het kinderzieltje achter de naam spelen met het speelgoed en tegelijkertijd voel ik een ondraaglijke pijn. Losgerukt van pappa en mamma, van thuis, moederziel alleen de hel in moeten gaan, zonder dit prachtige speelgoed……

Vrienden en vriendinnen, lieve mensen,
In 2007 begon ik mijn toespraak met de woorden die ik zojuist heb uitgesproken. We zijn nu elf jaar verder.

“Het kind is er niet…… en ik, waar moet ik heen?” Het zijn de woorden die op dit monument staan en het waren de woorden van Ruben, de oudste broer van Joseph, toen hij zag dat zijn jongste broer Joseph verdwenen was, uit de put gehaald door zijn andere broers, uit de put waaruit hij hem had willen redden. Radeloos was Ruben, er viel een gigantische duisternis over hem heen, vanwege de pijn die zijn vader, Jacob, zou lijden vanwege het verlies van zijn jongste zoon Joseph.

Van onze kinderen van het kindertransport was toen al geen enkele Jacob, geen ouder, meer in leven, en als ze nog wel in leven waren: hoop op weerzien was er nooit geweest, niet elf jaar geleden en niet 75 jaar geleden. En die ouders die 75 jaar geleden nog wel hoop en verwachting hadden……. Maar is er nu nog iemand die uitroept “Het kind is er niet….en ik, waar moet ik heen?” Is er nog een Ruben die vertwijfeld uitroept: en ik, waar moet ik heen? Een broer, een zus? Niemand, behalve wij, die hier ieder jaar samenkomen en die weigeren de herinnering te laten vervagen, door het voorlezen van de namen, door onze bijeenkomst, jaar in jaar uit, vanaf de dag van de onthulling in 1999.

Volkskrant 1999: een kleine delegatie van overlevenden en nabestaanden woonde de onthullingsplechtigheid bij. “Een grafzerk zonder graf voor onze kinderen van Vught”, noemt rabbijn Jacobs het bronzen gedenkteken. “We moeten ervan leren, want het beestachtige kindertransport kan zich morgen weer voordoen, of vandaag of gisteren”.

Mijn toespraak in 1999 kreeg felle kritiek. “Want het beestachtige kindertransport kan zich morgen weer voordoen…” werd me niet in dank afgenomen. Ik was veel te pessimistisch, dit zou echt nooit meer kunnen gebeuren. Maar ben ik nu ook nog te pessimistisch, anno 2018, 75 jaar na dato? Wat denkt u?

In de Middeleeuwen werden Joden vermoord omdat ze een kwaadaardig virus waren die de pest veroorzaakte, tijdens de Kruistochten en in de tijd van de Inquisitie hadden wij het verkeerde geloof, onze kinderen van de Kindertransporten hadden het verkeerde ras en nu zijn alle Joden zionisten. Wij zijn getuige van opkomend antisemitisme in de EU, ook in Nederland. Natuurlijk is de Joodse gemeenschap dankbaar voor de bescherming die de Overheid biedt. Onze scholen worden bewaakt, onze synagogen worden beveiligd en ook voor mij wordt goed gezorgd waarvoor ik innig dankbaar ben: maar dat er überhaupt sprake moet zijn van beveiliging was in 1999 nog bijna ondenkbaar.

Maar Joseph kwam wel terug, als onderkoning van Egypte. Door hem werd zijn vader Jacob en zijn hele familie gered, want in Egypte was voedsel en in het woongebied van Jacob heerste hongersnood.

Komen onze kinderen van de Kindertransporten dan ook terug, hoor ik u vragen. Ja, ze komen terug, ze zijn terug. Hun zieltjes zijn nooit weggeweest. Iets kan nooit in het niets verdwijnen. Maar wij zien ze niet. Van hun lichaam werden zij beroofd, maar niet van hun ziel….. Gelijk Joseph niet was verdwenen, zo ook zijn zij nog steeds tussen ons en verheugen zij zich in ons samenzijn.

Maar datzelfde Jodendom dat de onsterfelijkheid van de ziel beschrijft, geeft tegelijkertijd aan dat op wonderen niet mag worden vertrouwd. Een zieke moet naar de dokter, Israël moet zich verdedigen en opkomend antisemitisme mogen we niet afdoen door te roepen dat het wel mee zal vallen. De Kindertransporten vielen niet mee. Het was een ongekend wreed gebeuren, niet voorstelbaar. En toch gebeurde het:

  •  Helena Barendse 1 jaar
  • Betje Blog 11 jaar
  • Robert van Gelderen 6 maanden
  • Maurice Bachrach 2 maanden
  • ……….

Over de auteur