fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Weer die andere kant

    Fraidzjah - 1 juni 2018

    Een huis bouwen is niet niks. En zeker niet als je het eigenhandig doet. Zodoende zijn wij de ‘aannemer’ en moesten we onlangs beslissen of we een stucadoor zouden inhuren of dat mijn man zelf de binnen-en buiten muren zou stucen. Nadat hij via de ingewonnen informatie had begrepen dat dit hem maanden zou kosten wisten we al snel wie onze stucadoor zou worden: Joesoef die in een kleine stad in de Palestijnse gebieden woont.

    Al dertig jaar gaat hij elke dag de grens over om in Israël zijn vak uit te oefenen. Hij leerde het vak van zijn oudste broer en heeft al aan vele huizen in ons dorpje gewerkt, vertelt hij ons als we met een Hollandse kop koffie onder de boom zitten. Hij blijkt dan ook onze halve vriendenkring te kennen. Een man die in ons land woont, maar lijdt onder het terroristische regime van zijn autoriteiten in hun gebieden. Een man en vader die in de weken dat hij voor ons werkt ons zijn hart laat zien.

    Hij vraagt welk bedrag we in gedachten hadden voor het gehele project en schiet spontaan in een hartelijke lach als een vader die lacht om de onervarenheid van zijn kinderen. Waar hij nog gelijk in heeft ook. Je bouwt immers maar een keer in je leven een huis en dit is onze eerste keer. Het zou het dubbele kosten. We verslikken ons in de koffie, denken met kromme tenen een week over het grote bedrag na, komen tot een accoord en staan versteld over de vakkundigheid en vaardigheid waarmee de mannen aan de slag gaan.

    “We krijgen zeventig, tachtig jaar om te leven en dan zijn we samen bezig om ruzie te maken over grond. Welke grond van wie is. En we eindigen ons leven, we zijn er niet meer en de grond, het land? Ze is er nog en zal er blijven.”

    In uitstekend Ivriet verteld hij ons over zijn kinderen. “Drie zonen en twee dochters heb ik. Nee, ze werken niet als stucadoor. Mijn oudste zoon studeert in Turkije. Hij rondt zijn studie voor arts binnenkort af.” Zijn ogen stralen. “De tweede zoon studeert voor ingenieur aan de universiteit. De kleinste is nog in het middelbaar onderwijs. Weten jullie, ik houd mijn kinderen altijd voor dat ze een vak moeten studeren en financieer dit geheel. Dit is zo belangrijk. Wanneer ze gediplomeerd zijn ligt de weg voor hen open. Ik werk om mijn kinderen dit te kunnen geven. Laatst belde mijn oudste zoon uit het buitenland en vroeg me of ik wist hoe veel mij zijn studie al gekost had. Ik antwoordde dat ik het niet weet, niet bijgehouden heb en ook niet wil weten. Dit is niet belangrijk. O ja zeker, hij geeft me veel respect en is enorm dankbaar.”

    Een hittegolf van een week stuwt de temperatuur op tot 42 graden in de schaduw. De hete droge wind waait de mannen het cementstof in de ogen en ze hebben het zwaar. Ik fiets af en aan met bevroren flessen drinkwater en heb groot respect. De loopplank die over de stenen naar de deuropening leidt is gevaarlijk door het cementgruis en geeft geen houvast. Tot mijn verrassing biedt Joesoef mij verschillende malen zijn arm en trekt me omhoog. Voor de kinderen spuit hij met water de loopplank schoon. Let wel dat dit totaal niet gebruikelijk is in zijn cultuur! En waar een van de teruggetrokken jongens een ijskoude vruchtenshake door mij aangeboden weigeren, laat ik David dit uitdelen en zie dat de mannen het nu verlegen van hem aanpakken en genieten.

    Joesoef knikt instemmend wanneer we eens onze keuze om een klein en eenvoudig huis te bouwen toelichten. “Wanneer je ’s morgens opstaat en je je schaduw op de grond buiten ziet, mag je dankbaar zijn. Kijk, we krijgen zeventig, tachtig jaar om te leven. In het uiterste geval negentig jaar. En dan zijn we samen bezig om ruzie te maken over grond. Welke grond van wie is. En we eindigen ons leven, we zijn er niet meer en de grond, het land? Ze is er nog en zal er blijven. Onbegrijpelijk, de hele situatie.”

    Er zijn zoveel vragen over hun levenssituatie en de invloed die op hen wordt uitgeoefend die ik niet vraag. Zou zijn familie benadeeld of bedreigd worden omdat hun bedrijf zoveel Israëlische klanten heeft? Zou het ooit eens tot een spontane staking komen van al die familie’s die niets liever willen dan in vrede met elkaar leven en van hun huidige autoriteiten af willen? Of zijn de risico’s te groot voor hen?

    Wanneer de helft van het werk gedaan is rijden we een uur naar de dichtstbijzijnde stad om de overige materialen te bestellen. De mannen rijden mee om het centrale busstation te bereiken. Jonathan van twee slaapt in zijn autostoel en vanaf de voorstoel probeer ik hem uit de hete zon te houden. Joesoef die naast hem zit neemt het gedecideerd over. Uit zijn rugzak schud hij een werkshirt en laat het raampje naast Jonathan het shirt vastklemmen. Schaduw verzekerd.

    Wanneer we hotsend over een landweg moeten, pakt hij met zijn ruwe bruine werkhand het blonde koppie van onze slapende zoon dat alsmaar tegen de zijkanten van de stoel bonkt. Voor de rest van de rit rust de Israëlische Jonathan in de handen van de Palestijnse Joesoef. Mijn man en ik kijken elkaar zonder woorden aan en ik heb tranen in mijn ogen en tranen in mijn hart.

    Geen haat en doodslag. Geen veroordelingen en vergeldingen. Geen leugen en bedrog. Hier is liefde, respect en waardering van beide kanten. Dit kostbare beeld zonder foto staat voorgoed in mijn hart gegrift.

    In verband met de veiligheid zijn de namen gefingeerd.

    Over de auteur