• Lot en Lilly
Nieuws

‘Degene die leeft, zal het zien’

Petra van der Zande - 13 juli 2018

Charlotte Mina en haar tweelingzus Lilly Johanna Samuel werden op 18 maart 1909 in Antwerpen geboren. Lot leerde tekenen en schilderen in Amsterdam en Lilly studeerde fotografie in Berlijn. Tijdens de oorlog doken de zussen onder. Lilly kende de familie Ader en vond in de zomer van 1942 een veilige plek in de Groninger pastorie. In het bekende boek wordt zij Lilly Salomon en ‘kleine muis’ genoemd.

Nadat Ds. Ader in 1944 door een dorpeling werd verraden moesten hij en de onderduikers snel andere adressen vinden. Lilly en haar vriendin keerden terug naar Amsterdam, werden opgepakt en vanuit Westerbork naar Auschwitz gestuurd. In november 1944 werd Ds. Ader met vijf mede-verzetsstrijders door de Duitsers doodgeschoten.

Charlotte (Lot), die op acht verschillende plaatsen ondergedoken had gezeten, hoorde na de oorlog dat haar tweelingzus door de nazi’s vermoord was. Toen zij alija maakte nam ze onder andere een kartonnen doos mee met door Lilly gemaakte foto’s. Niemand kreeg deze te zien tijdens haar leven.

Lot Samuel, in Israël werkzaam als fysiotherapeut, raakte bevriend met de kunstenares Hannah Yakin. Toen Hannah’s dochter Ora geboren werd, vroeg Lot of zij ook haar naam wilde toevoegen.
Tijdens haar jeugd was Oralot verzot op Erich Kästner’s boek “Dubbele Lotje” (later verfilmd als The Parent Trap). Haar poppen beelden de hoofdpersonen in het boek uit.

Nadat Lot op 97-jarige leeftijd was overleden kreeg Hannah de kartonnen doos. Deze werd ongeopend bovenin de boekenkast gezet. Toen Oralot door een emotioneel moeilijk tijd ging, gaf Hannah haar Lot’s persoonlijke herinneringen. Tussen de foto’s vond zij Lilly’s laatste brief, die precies 70 jaar eerder in Westerbork was geschreven, op 3 mei 1944. “We weten niet wat er met ons gaat gebeuren,” schreef Lilly aan haar zus. “Degene die leeft, zal het zien.” Die woorden gaven Oralot het zetje wat ze nodig had.

Nadat zij zich vier jaar lang in de levens van Lot en Lilly Samuel verdiept had, besloot Oralot hun kunst – Lilly’s foto’s en Lot’s gravures – met het grote publiek te delen. Door haar eigen artistieke talenten (poppen en etsen) met die van de tweeling te combineren, kon Oralot hen een plaats en een naam geven.
Maar bovenal wist zij dat Lily’s woorden: “Degene die leeft, zal het zien!” ook voor haar bestemd waren.

“Ik zal hun in Mijn huis en binnen Mijn muren een plaats en een naam geven, beter dan die van zonen en dan die van dochters; een eeuwige naam zal Ik ieder van hen geven, een naam die niet uitgewist zal worden.” Jesaja 56:5

Over de auteur