• Antisemitisme
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Longread: Zionisme, antizionisme en antisemitisme

    Jaap de Vreugd - 24 juli 2018

    Het kan je zomaar overkomen tegenwoordig, dat iemand in een gesprek meedeelt: ‘Ik heb niks tegen de Joden, maar wat Israël allemaal uithaalt, dat loopt toch wel de spuigaten uit. Hoe ze de Palestijnen behandelen, de Zuid-Afrikaanse apartheidspolitiek is er niks bij! Ik was vroeger best wel voor Israël, maar wat de Joden nu allemaal doen, terwijl ze zelf in de oorlog zo veel geleden hebben, daar kan ik niet meer bij. Kijk eens naar die muur en die checkpoints en zo. Ze behandelen de Palestijnen zoals de nazi’s de Joden behandelden! Het wordt tijd dat ze de Palestijnen hun recht geven en ze teruggeven wat ze ingepikt hebben en de Joden moeten ook hier maar niet zo’n grote mond meer opzetten.’

    Mogelijk zal de gesprekspartner, als hij een beetje op de hoogte is van de terminologie, met een zekere verontschuldiging toevoegen: ‘Ik ben geen antisemiet, maar ik ben zo langzamerhand wel antizionistisch geworden.’ Antizionisme is in de huidige discussie een soort modebegrip geworden om het ongenoegen over de Israëlische politiek en het dwingende recht van het Palestijnse volk op een eigen staat een naam te geven. Mannen van naam hebben er hun zegen aan gegeven: politici en oud-politici, juristen, wetenschappers, theologen. Antizionisme verbindt mensen van zeer verschillende achtergrond in harde kritiek op de staat Israël, en en passant op de Joden. De meestal in één adem uitgesproken verontschuldiging geen antisemiet te zijn maakt op zijn minst verdacht. Is antizionisme toch gewoon een ander woord, een soort alibi voor antisemitisme? We zullen zien.

    Zionisme en Sion

    De term op zich is natuurlijk duidelijk:  men is tegen zionisme – antizionisme. Nu heeft iedereen wel een bepaalde voorstelling bij de term ‘zionisme’. Direct denken we dan aan de eind negentiende eeuw ontstane nationale beweging onder de Joden met name in Europa die uiteindelijk resulteerde in de stichting van de Joodse staat Israël in 1948 in het eens door de stammen van het Bijbelse Israël bewoonde gebied. Antizionisme maakt dan met name bezwaar tegen het Joodse karakter van die staat, dat zou vanaf het begin discriminatie van niet-Joden inhouden (apartheid!), maar vooral zou de staat als zodanig groot onrecht inhouden voor de Palestijnen, die van hun grondgebied (‘historisch Palestina’) zouden zijn verdreven en in al hun rechten fundamenteel beknot. Daarmee komt een vraagteken te staan achter de legitimiteit van de staat Israël. Populair is de redenering: de Palestijnen betalen de rekening voor het Europese antisemitisme, uitlopend op de sjoah; westers schuldgevoel heeft de Joden in het Midden-Oosten gedropt en de Arabische wereld met het probleem van de Joodse staat opgezadeld, en de Palestijnen zijn daarvan de slachtoffers. Deze zienswijze sluit haarfijn aan op de Arabische voorstelling van zaken; tekenend is dat de stichting van de staat voor Joden  ‘atsma’oet’ betekent: onafhankelijkheid, maar in het Arabisch ‘naqba’ heet: catastrofe. Westerse antizionisten nemen die laatste term inclusief de explosieve lading over en laten geen gelegenheid voorbij gaan Israël in de beklaagdenbank te zetten.

    ”Joden [zijn] de enige bevolkingsgroep die sinds de terugkeer uit de Egyptische slavernij permanent in het land gewoond hebben!”

    Het is belangrijk om ons te realiseren, dat het begrip zionisme een veel langere en diepere geschiedenis heeft dan de politieke invulling daarvan sinds eind negentiende eeuw. Voor ieder die de Bijbel kent is het zonder meer duidelijk, dat de term verwijst naar Sion – een betekenisvolle naam in het Woord van God. Sion is de plaats die God heeft aangewezen ‘om Zijn naam daar te vestigen’, zoals we lezen in onder andere Deuteronomium 12 : 5, althans naar de algemeen gebruikelijke uitleg; de naam van de plaats wordt daar niet genoemd, er wordt louter gesproken van ‘de plaats’, ‘ha-makom’ in het Hebreeuws, en dat is de ‘makom’ die zo’n grote rol zal spelen in Israëls geschiedenis. Abraham had daar Melchizedek ontmoet, de priester-koning van Salem (Genesis 14 : 18 -20), en daar was ook ‘één van de bergen’ waar Abraham heen ging om Izak te offeren (Genesis 22). Later wordt daar de stad Jebus vermeld, die David verovert op de Jebusieten ( 2 Samuel 5) en tot hoofdstad van zijn rijk maakt. Daarmee komt Sion in het brandpunt van de belangstelling.

    De naam Sion breidde zich in de loop van de eeuwen uit. Eerst was het alleen ‘de stad van David’, waarvan men nu de restanten nog kan zien onder aan de huidige tempelberg net buiten de muren van de Oude Stad tegenover de Mestpoort. De ark van het verbond werd door Salomo ‘uit de stad van David, dat is Sion, opwaarts’ gebracht (1 Koningen 8), naar de berg waarop de tempel gebouwd was, recht boven de stad van David. Zo werd het begrip Sion uitgebreid naar wat nu nog steeds de Tempelberg heet. Daarna ging de naam Sion over op heel Jeruzalem met haar inwoners, en tenslotte werden heel het land en het volk van Israël Sion genoemd. Profeten spreken over de ‘dochter van Sion’, en kunnen dan de bewoners van de stad, maar ook heel het volk van God bedoelen. ‘Laten de kinderen van Sion juichen over hun Koning’ (Psalm 149 en talloze andere plaatsen in de psalmen en de profeten). En dat is meer dan menselijke overlevering; het heeft alles te maken met openbaring: God zelf maakt op tal van plaatsen in de Bijbel duidelijk hoe belangrijk Sion voor Hem is, als – om zo te zeggen – Zijn adres, Zijn hoofdkwartier  in deze wereld. We noemen een enkele tekst: ‘de HERE heeft Sions poorten lief boven alle woningen van Jakob’ (Psalm 87); ‘want de HERE heeft Sion verkoren, Hij heeft het Zich ter woning begeerd. Dit is mijn rustplaats voor immer, hier zal Ik wonen, want haar heb Ik begeerd’ (Psalm 132); ‘gij zult weten, dat Ik de HERE, uw God ben, die woont op Sion, mijn heilige berg’ (Joël 3 : 17); ‘de HERE zal blijven wonen op Sion’ (Joël 3 : 21) enz., enz. Sion wordt zo een uiterst belangrijk Bijbels begrip, waaromheen zich een hele theologie en eschatologie (om die christelijke termen maar te gebruiken) ontwikkelt: Sion staat voor verkiezing, verbond en messiaanse heilsverwachting van Israël, het volk en het land. Om het een beetje speels te zeggen: de boodschap van de Bijbel is zionistisch georiënteerd.

    De Joden en Sion

    Het behoeft geen betoog, dat dat zich voortzet in de Joodse traditie. Wie tot zich laat doordringen hoe hooggestemd het Eerste Testament over Sion spreekt begrijpt en verwacht, dat Sion een centrale rol speelt in het geloof en het leven van Israël. En dat is ook zo. Nooit is de Jood los van Sion. In het jaar 70 van onze jaartelling verdrijven de Romeinen de Joden uit het land (althans, dat was de bedoeling; maar er is altijd een soms aanzienlijke Joodse bevolking in het land gebleven – in feite zijn de Joden de enige bevolkingsgroep die sinds de terugkeer uit de Egyptische slavernij permanent in het land gewoond hebben!), verwoesten de tempel en trachten alle sporen van Israël en de God van Israël uit te wissen. De grote ballingschap begint, die tot in onze tijd voortduurt. De tempeldienst met de priesters verdwijnt; de Farizese leiders nemen de leiding over, waarmee het rabbijnse Jodendom de voortzetting wordt van het Israël van voor de ballingschap; de synagogale eredienst gaat de plaats innemen van de priesterdienst in de tempel. En in die synagogale eredienst, en trouwens ook in de huiselijke en persoonlijke liturgie, neemt Sion een centrale plaats in. Elke dag, elke sabbat, elke feestdag, bidt de Jood, thuis en in de synagoge om het herstel van Sion en Jeruzalem, om de wederkeer van het volk tot Sion, de inzameling van de ballingen, zelfs om de wederkeer van God tot Sion in ontferming. In de gebeden richt de Jood zich ook fysiek op Sion: de gebeden worden uitgesproken richting Jeruzalem.

    De eeuwen door is zo tot in alle uithoeken van de wereld waar Joden terecht gekomen zijn de oriëntatie op Sion gebleven en van generatie op generatie doorgegeven in de nimmer uitdovende verwachting, dat in de dagen van de Messias Sion wordt hersteld en de ballingen van Sion wederkeren. Er is geen ander voorbeeld van een volk, een land en een stad, die zo intens op elkaar betrokken zijn, zelfs in onoverbrugbare fysieke scheiding, als de band tussen Israël en Sion. Treffend heeft een Jiddische schrijver het onder woorden gebracht: ‘Mijn wieg stond in Polen, maar ik ben in Sion geboren’. Het geheim daarvan kan alleen maar zijn, dat de Eeuwige zelf volk, land en stad zo innig aan elkaar verbonden heeft en zo nadrukkelijk bij monde van Zijn profeten herstel beloofd heeft. De hoop op Sion heeft Israël door de eeuwen van de ballingschap gedragen. Sion en zionisme maken deel uit van de Joodse identiteit.

    Joden biddend bij de Klaagmuur tijdens Pesach. Foto: Noam Revkin Fenton/Flash90

    Modern zionisme

    Tot in de negentiende eeuw was deze oriëntatie op Sion religieus geladen zonder politieke consequenties. De eeuwen door waren er Joden die aliya maakten (terugkeer naar Israël), maar pogingen tot politiek herstel van het verloren vaderland waren er niet. Sterker nog, ideeën in die richting werden door de orthodoxie afgewezen: herstel van het rijk van David was voorbehouden aan de Messias, menselijk vooruitgrijpen daarop was ongeoorloofd. Toch kwam daar ook in de negentiende eeuw al verandering in. De orthodoxe Pruisische rabbijn Kalischer betoogde dat bewuste terugkeer en herontginning van het land wel degelijk een religieuze plicht was, en de messiaanse tijd kon voorbereiden. Hij kan gezien worden als een voorloper van het moderne religieuze zionisme, dat in de zogenaamde Mizrachi-beweging zijn bedding vond. Zo kwamen er vanaf ca 1860 grote groepen merendeels religieuze immigranten, gesteund o.a. door de filantropen Montefiore en Rothschild.

    Maar de grote stoot gaf natuurlijk Theodor Herzl, die rond 1900 op de diverse zionistische congressen het zionisme vorm gaf als een nationale politieke beweging die veel Joden inspireerde op aliya te gaan, het land opnieuw in cultuur te brengen, en het nationale en politieke herstel van Israël voor te bereiden, een beweging die uiteindelijk leidde tot de stichting van de staat in 1948 na afloop van het – volkomen mislukte – Britse mandaat. Sinds 1948 is er weer een Joodse staat als moderne politieke vormgeving van het Joodse verlangen naar Sion; een staat, die miljoenen immigranten heeft opgevangen en geïntegreerd, en tot nu toe stand gehouden heeft tegen de onverholen Arabische agressie en vijandschap. Juist na de nacht van de sjoah was voor de meeste Joden duidelijk geworden dat een eigen staat onontbeerlijk was voor de veiligheid en het voortbestaan van het Joodse volk, dat zo schrijnend duidelijk niet veilig was (en vaak niet welkom was) te midden van andere volkeren. Na de ingrijpende gebeurtenissen in de vorige eeuw was ook bij de meerderheid van de religieuze Joden weerstand en verzet tegen het politieke zionisme geslonken, al zijn er nog steeds ultraorthodoxe groepen, die zichzelf als antizionistisch manifesteren en de staat niet accepteren, zoals de Satmar en Neturei Karta chassidiem. Deze uitzonderingen in acht genomen is het toch niet overdreven om te zeggen dat niet alleen de oriëntatie op Sion in religieuze en traditionele zin deel uit maakt van de Joodse identiteit, maar evenzeer de huidige politieke vormgeving daarvan in de staat Israël. De Jood identificeert zich met Israël, ook als hij in Amsterdam of in New York woont. En als hij het zelf niet doet, doet zijn omgeving het wel.

    ”Jonge Palestijnse kinderen worden gemotiveerd hun laatste druppel bloed voor het heilig vaderland te geven.”

    Antizionisme in de Arabische wereld

    De overgrote meerderheid van de Arabische wereld vandaag is zonder omwegen antizionistisch ingesteld. En dat niet pas sinds de stichting van de staat. De toename van de Joodse bevolking sinds de negentiende eeuw werd met lede ogen aangezien, hoewel rijke Arabische landeigenaren enorm veel geld verdiend hebben aan de nieuwe immigranten, en er hand in hand met de Joodse ook een toename van de Arabische bevolking was: het succes van de pioniers trok anderen aan, die meeliftten op dat succes. Tussen haakjes: de meerderheid van degenen die zich nu Palestijnen noemen stamt af van moslims uit de hele Arabische en ook  niet-Arabische wereld, die zich na de eerste Joodse immigratiegolven in het land vestigden. De verhouding tussen de zionisten en de Arabische bevolking was soms redelijk positief maar werd steeds meer gespannen. Vanaf ca 1920 heeft de moefti van Jeruzalem, Amin al Hoesseini, daarin een zeer kwalijke rol gespeeld: hij stookte de anti-Joodse, antizionistische sentimenten voortdurend op; in de nazitijd werkte hij samen met de Duitse autoriteiten om de helpende hand te bieden in de ‘Endlösung der Judenfrage’ en de uitroeiing van de Joden ook in Palestina te organiseren. Al voor de intifada’s van de laatste decennia waren er dergelijke uitbarstingen van haat en geweld tegen Joden in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw. Alle pogingen van de Volkenbond of het Britse mandaatbestuur om ten aanzien van het zionistisch ideaal tot vergelijk met de Arabieren te komen liepen stuk; het resulteerde in toenemende Britse toegeeflijkheid tegenover de Arabieren en terughoudendheid tegenover de Joden, ondanks de Balfourdeclaratie. Het hoeft dan ook geen betoog, dat de Arabische wereld het verdelingsplan van de Verenigde Naties (opvolger van de Volkenbond) categorisch afwees, en de jonge Joodse staat direct na de proclamatie daarvan met een grote militaire macht aanviel. Bij deze Arabische weigering om tot een vergelijk met de Joodse staat te komen is het tot nu toe gebleven; ook na een reeks verloren oorlogen hebben Arabische en Palestijnse leiders op cruciale momenten nee gezegd tegen de acceptatie van Israël als Joodse staat en een definitieve vredesregeling met Israël verworpen. Weliswaar hebben Egypte en Jordanië een soort koude vrede met Israël gesloten, maar als Joodse staat accepteren ze Israël niet, net zo min als de Palestijnse autoriteit en de gehele Arabische wereld. Er is een soort van noodgedwongen acceptatie van de realiteit van Israël voor zolang als die staat niet overwonnen en weggevaagd kan worden, maar de erkenning van de Joodse staat komt geen Arabische leider over de lippen. Op Arabische kaarten van het Midden-Oosten en in lesmateriaal van de scholen komt Israël niet voor. Palestijnse scholieren leren dat de ‘zionistische entiteit’ historisch Palestijns, Arabisch, islamitisch gebied wederrechtelijk is binnengedrongen maar door de glorieuze overwinning van de islam weggevaagd zal worden. Martelaarschap wordt verheerlijkt; jonge Palestijnse kinderen worden gemotiveerd hun laatste druppel bloed voor het heilig vaderland te geven.

    Ontkenning van het bestaansrecht van Israël

    Dat alles is meer dan politiek. Het gaat om niets minder dan de ondubbelzinnige ontkenning van het bestaansrecht van de Joodse staat Israël; in feite om de ontkenning van het bestaansrecht van het Joodse volk en de Joden. En dat in de eerste plaats om religieuze redenen. Het was een onverteerbare schok voor de trotse Arabisch-islamitische wereld toen Joden niet alleen zich vestigden in het gebied, waar generaties lang de islam de toon had aangegeven, maar daar ook nog een sterke staat opbouwden met een sterke legermacht, die superieur bleek te zijn aan de Arabische grootsheid. Eeuwenlang hebben Joden te midden van Arabieren gewoond als dhimmi’s in ondergeschikte posities met afgedwongen erkenning van de superioriteit van de islam: de boodschap van Mohammed is immers het volmaakte woord van Allah, dat de Joodse (en christelijke) misvorming van de openbaring corrigeert en is bestemd om de wereld te regeren met onderwerping van alles wat zich daartegen verzet. De islam heeft de blauwdruk van de ideale wereldheerschappij. En nu komen de in de koran en de hadith vervloekte Joden (‘zonen van apen en varkens’), ze verslaan de Arabieren en overwinnen het ‘islamitische’ land. Daar komt nog bij, dat in het gevoelen van de Arabische wereld de staat Israël een soort van afvalproduct van het westen is en een uitloper van het westerse kolonialisme; het westen heeft zijn ‘Jodenprobleem’ na de holocaust gedumpt in de Arabische wereld, waar het nu tegelijk een laat kolonialistisch rudiment is, en ook een representant van het verdorven westen dat de islamitische wereld bedreigt. Met alle mogelijke middelen moet dit gevaar bestreden worden!

    Propaganda

    Een van die middelen, naast politiek, gewapende strijd en terreur, is de propaganda. Die kan niet alleen maar als antizionistisch gekenschetst worden, maar moet ronduit antisemitisch worden genoemd. In het onderwijs, in de culturele sector: film, televisie, radio en literatuur, en in de pers van de Arabische en islamitische wereld is intussen de hele Europese antisemitische traditie inclusief cartooneske beeldvorming geïnternaliseerd. Dr. Hans Jansen heeft dat in zijn grote studie ‘Van Jodenhaat naar zelfmoordterrorisme’ uitvoerig gedocumenteerd. Ik wil ook even de vinger leggen bij het historisch revisionisme, dat groteske vormen heeft aangenomen en naar mijn idee samenhangt met de islamitische vervangingsleer én de behoefte om het Palestijnse volk, dat tot ca 1960 helemaal niet bestond, achteraf legitimatie, identiteit en geschiedenis te geven. Deze propaganda ontkent eenvoudig dat de  Joden een volk vormen, dat ze ook maar iets te maken hebben met het Bijbelse Israël, want ze stammen af van een Turks volk, dat in de 10e eeuw tot het Jodendom overging, beweert dat Joden niets in Jeruzalem te zoeken hebben, dat er nooit een Joodse tempel is geweest, want op de Tempelberg heeft altijd een islamitisch heiligdom gestaan dat afwisselend door Ibrahim en Ismael of de vrome moslim Soeleiman (Salomo) is gesticht, enz., enz. Abraham (Ibrahim) was een Irakees, de profeten en koningen waren moslims, Jezus was een Palestijn (die dan toch wel weer door de Joden vermoord is), de Palestijnen hebben altijd in het land gewoond, want zij zijn de afstammelingen van de Bijbelse Kanaänieten (de Palestijnse theoloog die in december 2009 het zogenaamde Kairosdocument in de Dom kwam presenteren noemde zichzelf zonder blikken of blozen een Kanaäniet). Deze historische nonsens wordt door Arabische academici als de hoogste wetenschap gepresenteerd in geschrift en voor radio en televisie en maakt zelfs deel uit van onderwijsprogramma’s. Hand in hand hiermee gaat de verwoesting van archeologisch materiaal, dat de Joodse geschiedenis van het land bewijst. Het zou allemaal als belachelijke onzin getypeerd kunnen worden, als het niet zo ernstig was: hier wordt Israël zijn geschiedenis en identiteit gestolen om die aan de Palestijnen toe te kennen. Nogal wat academici in de westerse wereld roepen op tot een boycot van Israëlische universiteiten en wetenschappers; ik heb ze nog nooit horen protesteren tegen deze flagrante en gevaarlijke geschiedvervalsing.

    Uit dit alles kan maar één conclusie getrokken worden: dit Arabische antizionisme is niet anders dan antisemitisme onder een andere naam. Waar Joden het recht om te bestaan wordt ontzegd, waar de meest ergerlijke beschuldigingen zonder enige grond worden geuit, waar Joden als baarlijke duivels worden afgeschilderd, ja, als het inbegrip van alle kwaad dat de wereld bedreigt omdat het de wereld wil veroveren, daar is sprake van onverholen antisemitisme. Laat ik om dit te onderstrepen de Turkse oud-premier(!) Erkaban aan het woord laten: ‘Wij zijn moslims en onze beschaving heeft de gehele wereld geluk gebracht. Dit is het goede, maar het kwade bestaat ook. Onze godsdienst zegt dat de ongelovigen één natie vormen. Dat betekent dat het kwade vanuit één controlecentrum wordt bestuurd. Als wij naar de wereldkaart kijken zien wij ongeveer 200 landen en denken wij dat er vele rassen, godsdiensten en naties bestaan. In werkelijkheid worden zij allemaal vanuit één controlecentrum bestuurd. Dat centrum is het racistische, imperialistische zionisme.’ (tv-uitzending juli 2007) Het oude antisemitische verhaal: de Joden beheersen de wereld.

    Antizionisme in de westerse wereld

    De laatste decennia heeft dit antizionisme in de westerse wereld stevig wortel geschoten. De Arabische propaganda doet haar werk goed. De Verenigde Naties zijn zo langzamerhand berucht om de anti-Israëlstemming; jarenlang heeft zelfs een resolutie gegolden, die zionisme gelijk stelde aan racisme. Die is weliswaar ingetrokken, maar de geest van deze resolutie waart nog steeds rond. Er wordt trouwens geen enkel land zo met resoluties bestookt als Israël. De binnen de VN opererende ngo’s hebben het voortdurend op Israël gemunt, terwijl notoire schurkenstaten en mensenrechtenschendingen ongemoeid worden gelaten. Israël wordt aan de lopende band beschuldigd van schending van het internationale recht en de mensenrechten, van discriminatie en apartheid, van onderdrukking en buitensporig geweld, en zelfs van genocide. En dat vaak in de meest felle bewoordingen.

    ”Dit Arabische antizionisme is niet anders dan antisemitisme onder een andere naam.”

    Ook in ons land is de anti-Israëlstemming onrustbarend toegenomen. Vanouds was politiek links antizionistisch ingesteld, maar tegenwoordig klinken uit vrijwel alle politieke kleuren stemmen tegen Israël. De lezer kan de namen van (oud-)politici die zich op dit front breed maken zelf invullen. Natuurlijk is kritiek op de politiek van Israël gewettigd, en kan niet zonder meer als antizionistisch of antisemitisch worden bestempeld, maar al te vaak is die kritiek buitensporig en eenzijdig en neemt ze antizionistische trekken aan door openlijk het bestaansrecht van Israël in twijfel te trekken, of door bv de ‘Joodse lobby’ de meest fantastische invloed toe te kennen. Antisemitisme is natuurlijk in de beschaafde westerse wereld sinds de jaren dertig van de vorige eeuw niet meer salonfähig, maar oude antisemitische reflexen duiken volgens mij voortdurend weer op in de mateloze kritiek op Israël en het vergoelijken of zelfs verdedigen van de  wandaden van Israëls vijanden. Het is helaas een diepe waarheid dat Israël de Jood onder de staten is: verguisd, beschuldigd, zondebok enz. Als er al onderscheid is tussen antizionisme en antisemitisme dan is dat flinterdun.

    Vanuit profetisch perspectief kan ik alleen maar zeggen: de macht van de duisternis heeft talloze vurige pijlen op zijn boog om Gods bedoeling met Sion te dwarsbomen en de komst van het messiaanse rijk zo mogelijk te verhinderen. Vandaag is antizionisme een van de meest vurige. Christenen en kerken zouden dat moeten doorzien en krachtig stelling nemen. Dat zou nog veel indringender moeten gebeuren.

     

    Over de auteur