fbpx
  • Vader van de gevangenen
    Cel nr. 29 was de synagoge in de gevangenis. Op het portret rabbijn Aryeh. - Foto's: Petra van der Zande
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Vader van de gevangenen

    Petra van der Zande - 30 augustus 2018

    “Wees niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. Want dit: U zult geen overspel plegen, u zult niet doden, u zult niet stelen, u zult geen vals getuigenis geven, u zult niet begeren, en welk ander gebod er ook is, wordt in dit woord samengevat, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.” Romeinen 13:8-9

    Tijdens het Britse mandaat zaten er honderden Joodse, Arabische en christelijke gedetineerden in Jeruzalems Centrale gevangenis in de Russian Compound. In het voormalige Russische “Marianskya” hostel bevonden zich ook veel politieke gevangen van de Hagana, Palmach, Irgun of Etzel groepen.

    Sjabbat

    Ook niet religieuze gevangen keken uit naar de Sjabbat. Cel 29, die ook als synagoge fungeerde, werd schoongeboend en omgebouwd om de aalmoezenier te ontvangen. Reb (Rabbi) Aryeh Levin was in 1931 door de Britse overheersers gevraagd om de officiële gevangenisrabbijn te worden. Hij stemde toe, mits hij daarvoor geen salaris of vergoeding zou krijgen. Iedere Sjabbat en feestdag liep hij van zijn huis in Nachlaot naar zijn ‘gevangeniskinderen’.
    “Als je nooit gezien hebt hoe een groep gevangenen Rav Aryeh ontvangt en welkom heet, dan kun je niet weten hoe sterk de kracht van liefde en geloof is,” schreef een gevangene aan zijn familie. De veroordeelden werden geraakt door de warmte en oprechtheid van de rabbijn, die iedere man met eer en respect behandelde zonder zijn religieuze waarden aan hen op te dringen.

    Zelfs de hardste criminelen bezweken uiteindelijk onder Reb Aryehs eenvoudige, pure naastenliefde. Hij bad voor hen, sprak met eenieder en fungeerde als tussenpersoon voor hun families. De Arabische gevangenen waren jaloers op hun Joodse celgenoten, omdat hun Moefti altijd gereserveerd, koud en afstandelijk bleef.

    Verschillende keren lukte het Reb Aryeh een tot de dood veroordeelde ‘gevangene van Sion’ te redden en hun straf te veranderen. Als de rechter onvermurwbaar was, dan bleef hij tot het eind bij de mannen.

    Vader van de gevangenen

    Reb Aryeh zocht altijd ziekenhuispatiënten op die nooit bezoek kregen; leprapatiënten barsten in tranen uit toen zij hem zagen – hij was de eerste bezoeker sinds jaren. Iedere maand bracht hij een pakje naar een ‘familielid’ in een psychiatrische inrichting, zodat het personeel de man beter behandelde.

    In 1965 was de 80 jaar oude rabbijn eregast van een bijeenkomst van “Veteranen van de Ondergrondse Verzetsbeweging tijdens het Britse Mandaat.”
    “We zijn als vrienden bij elkaar,” zei hij, “Wat bijzonder dat deze bijeenkomst plaatsvindt aan de andere kant van de tralies.”

    Hij eindigde zijn toespraak met: “Vertel je kinderen: er was een oude Jood in Jeruzalem die zo heel veel van ons hield!” Daarop barste de ‘vader van de gevangenen’ in tranen uit. Er waren niet veel droge ogen onder de duizenden aanwezigen.

    “Wees niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld.”

    Over de auteur