• - Foto: GPO
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    25 jaar na Oslo

    Yochanan Visser - 13 september 2018

    Vandaag 25 jaar geleden werd het Oslo 1-akkoord getekend voor het Witte Huis in Washington. Het was een dag vol hoop op een betere toekomst voor zowel Israël als de Palestijnse Arabieren in Judea, Samaria en Gaza.

    Deze verslaggever was in de Jordaanvallei toen PLO-leider Yasser Arafat arriveerde in Jericho vanuit Tunesië en kwam vast te zitten in een enorme file die werd veroorzaakt door honderden uitzinnige Palestijnse Arabieren die gewapend met PLO-vlaggen de Palestijnse leider wilden verwelkomen. In Israël waren de meeste Israëli’s al niet minder enthousiast, er heerste een sfeer van opluchting en optimisme over de toekomst maar niet iedereen deelde dat optimisme.

    Rechtse politici en mensen die in dagelijks contact stonden met Palestijnse Arabieren waarschuwden dat Israël een tragische fout had gemaakt en het paard van Troje had binnengehaald dat spoedig zijn ware gedaante zou laten zien. Zij kregen gelijk. Niet de moord op premier Yitzchak Rabin veroorzaakte de eerste kink in de kabel van Oslo, maar Arafat’s dubbele agenda en Hamas’ terreurcampagne tegen Israëlische burger- en militaire doelen.

    “Trump is bezig om de Palestijnse industrie van leugens over het conflict met Israël te ontmantelen.”

    Oslo Oorlog

    In 2002 op het hoogtepunt van de zogenaamde Tweede Intifada die door rechtse politici en commentatoren werd omgedoopt in de ‘Oslo Oorlog’ onthulde Daniel Polisar de voormalige directeur van Peace Watch, een onafhankelijke organisatie die werd opgericht om naleving van de Oslo-akkoorden te monitoren, dat Arafat direct na aankomst in Ramallah begon met voorbereidingen op die oorlog.

    Polisar schreef een essay getiteld De Mythe van Arafat’s nalatenschap dat was gebaseerd op niet eerder gepubliceerde originele documenten die aantoonden dat Arafat een politiestaat had gecreëerd waar hij als een ware dictator zelf alle beslissingen nam inclusief het afgeven van betalingsopdrachten voor terroristische aanslagen. Om zijn dictatuur veilig te stellen schond Arafat de Oslo-akkoorden die hem toestonden om een politiekorps van 9.000 man op te richten. In augustus 1995, twee jaar na de ondertekening van het Oslo 1-akkoord telde dit Palestijnse ‘politiekorps’ al 22.000 agenten die voor een groot deel bestonden uit leden van de PLA, de militaire tak van de PLO.

    Het aantal ‘agenten’ – in werkelijkheid opereerde het PA-politieapparaat als een paramilitaire macht – bleef na 1995 gestadig groeien terwijl de Verenigde Staten en Israël voor training en bewapening van het corps zorgden. De zogenaamde Tanzimmilitie, de militaire tak van Arafat’s Fatahbeweging maakte deel uit van het ‘politiecorps’ en was later betrokken bij de oorlog tegen Israël die begon op Rosj Hasjana begin september 2000.

    De oorlog werd uiteindelijk door het Israëlische leger (IDF) gewonnen in operatie Defensive Shield nadat premier Ariel Sharon opdracht gaf om de Palestijnse steden en dorpen onder direct PA-bestuur binnen te trekken en de terreurcellen die verantwoordelijk waren voor de dood van honderden Israëlische burgers uit te schakelen.

    ‘Intelligent verzet’

    Arafat stierf in november 2004 nadat hij door de IDF was geïsoleerd in de zogenaamde Muqata, het presidentiële complex in Ramallah dat door het Israëlische leger grotendeels was verwoest. Zijn opvolger Mahmoud Abbas bezwoer dat hij terrorisme zou uitbannen omdat het de Palestijnse belangen schaadde maar bleef vasthouden aan de onrealistische eisen voor een oplossing van het Palestijns Israëlische conflict. Deze opstelling voorkwam dat in 2007 de toenmalige Israëlische regering van Ehud Olmert een akkoord met de PA sloot dat Jeruzalem opnieuw zou hebben verdeeld en bijna 97 procent van de gebieden die in 1967 waren veroverd zou hebben overgedragen aan de PA.

    Een jaar later ontwikkelde de Palestijnse Strategie Groep (PSG) een nieuwe politiek voor de PA die ‘intelligent verzet’ werd genoemd. De PSG publiceerde een rapport waarin deze nieuwe strategie werd uitgelegd en die was gebaseerd op drie elementen: gebruik van het internationale recht en internationale organen om Israël te bestrijden; BDS-maatregelen tegen de Joodse staat en het gebruikt van propaganda om Israëls positie in de internationale arena te ondermijnen. De PA adopteerde de nieuwe strategie in 2009 en begon met pogingen om het lidmaatschap van internationale organisaties te verkrijgen terwijl op hetzelfde moment een propagandacampagne tegen Israël begon die gebaseerd was op leugens.

    Een ander gevolg van de nieuwe strategie was dat de politiek van samenwerking met Israël tot stilstand kwam (coöperatie op het gebied van veiligheid uitgezonderd). Bijvoorbeeld, het gezamenlijke watercomité, een orgaan dat zelfs tijdens de Tweede Intifada werkzaam bleef, hield op te vergaderen. Het Palestijnse watercomité begon in plaats daarvan allerlei leugens te verspreiden over de Israëlische waterpolitiek op de zogenaamde Westelijke Jordaanoever (Judea en Samaria).

    De internationale gemeenschap, en de Europese Unie in het bijzonder, slikte de Palestijnse propaganda over deze- en andere problematiek voor zoete koek en droeg zodoende bij aan het voortduren van het nu honderd jaar oude conflict. Pogingen om het vastgelopen vredesproces opnieuw vlot te trekken waren gedoemd te mislukken, omdat Abbas zich steeds meer ontpopte als een vijand van Israël en weigerde om nieuwe onderhandelingen te beginnen.

    Trump

    Deze situatie bleef voortbestaan tot eind 2017 toen de Amerikaanse regering besloot om haar ambassade naar Jeruzalem te verplaatsen en Israëlische soevereiniteit over de gehele stad te erkennen. Abbas liet daarop uiteindelijk zijn masker van een gematigd leider definitief liet vallen in januari 2018 toen hij president Trump herhaaldelijk vervloekte tijdens een toespraak in Ramallah.

    De maatregelen die de Amerikaanse regering daarna tegen de PA en UNRWA nam worden over het algemeen beschouwd als economische strafmaatregelen om het Palestijnse leiderschap te dwingen terug te keren naar de onderhandelingstafel. Dit is echter niet de enige reden. De aangekondigde sluiting van alle PLO-kantoren in de Verenigde Staten, maar ook het stopzetten van de Amerikaanse bijdrage aan UNRWA laat zien dat de regering van Donald Trump nog iets anders beoogt.

    De PLO kantoren in de VS hielden zich voornamelijk bezig met het verspreiden van misleidende propaganda over het Palestijns-Israëlische conflict terwijl het hele UNRWA-concept gebaseerd is op het niet bestaande ‘recht op terugkeer’. Trump is bezig om de Palestijnse industrie van leugens over het conflict met Israël te ontmantelen en om eindelijk het Palestijnse leiderschap een prijs te laten betalen voor het koppig vasthouden aan onrealistische eisen die een oplossing van het conflict met Israël frustreren.

    Over de auteur