• Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Het recht van de sterkste

    Joanne Nihom - 14 september 2018

    De viering van een nieuw Joods jaar is achter de rug, Jom Kippoer (Grote Verzoendag) vindt aankomende week plaats en daarna is het Soekot (Loofhuttenfeest).

    Veel feestdagen en dat betekent: iedereen gaat winkelen. Er is geen doorkomen aan. Ik moest afgelopen week even voor een boodschap naar Naharia, de dichtstbijzijnde grotere stad. Het duurde bijna een uur, normaal een kwartier, voordat ik met de auto in de stad aankwam. Er was één grote file.

    In de stad zelf was het nog erger: alles stond vast. Een aantal keren dacht ik: ik draai om en rijd terug, maar dat was onmogelijk. Israëliërs (ja, ik generaliseer even) zijn enorm aardige mensen, maar ook erg ongeduldig en voorrang geven doen ze meestal niet. Iedereen (ik generaliseer weer) dringt voor en het is doorrammen om er tussen te komen en  er vervolgens tussen te blijven. Een beetje het recht van de sterkste. Het is hier nog steeds warm, en ik heb airconditioning in de auto, maar ik verzeker u, zo’n ‘gevecht’ zorgt ervoor dat de temperatuur in de auto behoorlijk oploopt, daar kan geen airco tegenop.

    Hij zag mij inparkeren en zijn mond viel open.

    Doodmoe kwam ik na bijna een uur aan bij mijn vaste parkeerruimte. Die stond propvol en ik moest geduldig wachten bij de ingang. Ik had twee wachtende auto’s voor me en één achter me. Die laatste toeterde, want die wilde dat ik doorreed. Onmogelijk – het is wachten totdat er plekken vrij komen. Ik had het al genoemd: “Ze” zijn ongeduldig. Na ongeveer twintig minuten wachten was het mijn beurt.

    Een krappe parkeerplek was vrijgekomen. Ik zette mijn auto er achterstevoren in, zodat ik naderhand makkelijk weg kon rijden. Naast mij stond een auto waarvan de eigenaar, een man op leeftijd, net wilde instappen om te vertrekken. Hij zag mij inparkeren en zijn mond viel open. “Shana Tova”, zei  hij, wat iedereen nu zegt omdat het nieuwjaar net begonnen is. “Wow, dat doet u goed.”

    Een compliment over mijn rijden en dat nog wel van een man!

    Na bijna anderhalf uur stressen bracht zijn opmerking een glimlach op mijn gezicht.  “Dank u,” zei ik trots. “Dank u en Shana tova.” De man stapte in zijn auto, terwijl ik ondertussen naar de uitgang liep. Hij reed langs me, stopte, draaide zijn  raampje open en zei: ”U bent zeker rij-instructeur”. “Nee,” antwoordde ik hem lachend, “dat ben ik niet.”

    Ik was de files vergeten, het stressen ook … mijn dag was goed. Een compliment over mijn rijden en dat nog wel van een man (de laatste generalisering van dit blog).

    Mag ik uw aandacht nog even voor het volgende: Weet u het verhaal over Menno ten Brink en Mazouk Aulad Abdellah nog? Zij zijn genomineerd voor de verdraagzaamheidsprijs van Het Paleis van de Verdraagzaamheid. U kunt op hen stemmen. Klik HIER voor meer informatie en om te stemmen.

    Over de auteur