• Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    De waarde van eigendom

    Rabbijn mr. drs. R. Evers - 2 november 2018

    “Sara werd 127 jaar oud en stierf in Kirjat Arba, hetgeen Hebron is in het land Kanaan. Abraham kwam om over Sara te weeklagen en om te huilen over haar. Abraham stond daarna op, ging weg van zijn overleden vrouw en sprak tot de zonen van Chet: ik ben een buitenlander maar ook een inwoner in uw midden. Geef mij een begraafplaats zodat ik mijn dode kan begraven” (Gen. 23:1-4). Abraham kocht de spelonk de Machpela, die overigens nog steeds een bedevaartoord is, van de eigenaar Efron.

    Na de transactie staat er dat “het veld van Efron steeg” (Gen. 23:17). Rasji (1040-1105, Troyes en Worms) legt uit dat het veld in aanzien steeg omdat het tot nu het eigendom van Efron was. Nu het overging in het eigendom van Abraham kreeg het meer betekenis. Kennelijk bestaat er een duidelijk verband tussen het karakter van een mens en zijn eigendommen.

    “Een religieus mens gaat er van uit, dat alles wat hij heeft, hem door G’d als in een soort bewaargevingsovereenkomst ‘uitgeleend’ is of hem ter beschikking wordt gesteld.”

    De Thora gaat er van uit, dat de bezittingen van een mens onderdeel van zijn persoonlijkheid vormen en zijn persoonlijkheid mede bepalen. Wij neigen er toe te menen, dat al ons bezit ons eigendom is, wij er over heersen en wij er mee kunnen doen wat wij willen. Dit is overigens een typisch staaltje Romeins juridisch denken: absolute eigendom waar niemand anders dan de eigenaar iets over te zeggen heeft en in principe niemand anders van mag genieten.

    Foute perceptie

    Volgens de Bijbel is dit een foute perceptie. Wij zijn slechts bewaarnemers, een soort rentmeester van onze bezittingen. Dit druist in tegen de opvattingen over territorialiteit vanuit de Darwinistische oriëntatie. Deze laatste luidt als volgt:

    Het is algemeen bekend dat dieren territoriale “drangen” hebben. Zij bakenen hun territorium op diverse wijzen af en verdedigen het tegen bedreiging. Het kan zowel om het leefgebied gaan als om voedsel, partner, jongen, etc. Ook de mens kent deze bezitsdrang. Men heeft er behoefte aan om bezittingen te verwerven en te behouden en wanneer de mens deze drang niet beheerst en kanaliseert is de mens op dat vlak gelijk aan het dier. En dit geldt zowel voor fysiek als voor emotioneel of intellectueel eigendom.

    We onderscheiden drie territoriale functies: beheer, verdediging en verwerving.

    Eigendom en bezit zijn geen onverdeelde zegen. Pirkee Awot (Spreuken der Vaderen) 2:8 stelt het al: “Hoe meer vlees, hoe meer wormen; hoe meer bezit hoe meer zorgen; …hoe meer mannen in dienst, hoe meer roof”. Men moet namelijk het territorium, waarop men aanspraak maakt, ook nog beheren en beheersen. 

    Verdediging en verwerving

    Wanneer men zich eigenaar voelt over een bepaald ‘gebied’, zal men dit ook verdedigen. Men kan zijn huis laten beschermen door een waakhond, zijn standpunt verdedigen door goede argumentatie of zijn lichamelijk welzijn verdedigen door gezond te leven.

    De uitdaging is nieuwe gebieden te ‘veroveren’. Een wetenschapper verovert nieuw terrein wanneer hij iets nieuws heeft uitgevonden, een speelgoedfabrikant combineert eenvoudig speelgoed met de ongekende mogelijkheden van een computer. Collega’s kunnen daarna weer dit nieuw verworven ‘terrein’ pogen over te nemen door het nieuwe product te perfectioneren.

    Waar het in de seculiere wereld om gaat, is het gevoel dat de hele wereld ons bezit is en wij alles naar onze hand kunnen zetten. Wij hebben de bezitsdrang en alle psychologische gevolgen daarvan van de dieren overgenomen. De Bijbelse visie gaat hier uiteraard tegen in.

    Eigendom ter beschikking gesteld

    Een religieus mens gaat er van uit, dat alles wat hij heeft, hem door G’d als in een soort bewaargevingsovereenkomst ‘uitgeleend’ is of hem ter beschikking wordt gesteld. G’d geeft ons dit met een bepaald oormerk. Als we al ons geld uitgeven aan onzinnige luxe of totaal onnodige dingen, dan is dit een gebrek aan geloof. Alles wat wij bezitten is ons gegeven om daar goed mee te doen, anderen te helpen of G’d welgevallige zaken te ondersteunen. Na 120 jaar moeten wij  Boven hierover ook rekening en verantwoording afleggen. 

    Eigendom en bezit zijn een teken van G’ds vertrouwen in ons. G’d schenkt ons meer vertrouwen wanneer Hij ons meer geeft om hiermee goed te doen. De bekende redacteur van de Mondelinge Leer (Misjna) uit de tweede eeuw heette Rabbi Jehoeda Hannassi (de Prins). Hij gaf rijke mensen altijd veel eer omdat hij doorzag dat G’d veel vertrouwen in hen had.

    Over de auteur