fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Verbeeldingskracht is belangrijk in de religie

    Rabbijn mr. drs. R. Evers - 6 november 2018

    Jakob, onze derde Aartsvader, moest voor zijn levensonderhoud werken voor zijn schoonvader Laban. Eerst had hij zeven jaar bij Laban gewerkt voor Rachel. Toen hij bedrogen werd door zijn schoonvader met haar zuster Lea, werkte hij nogmaals zeven jaar voor Laban (Gen. 29:2-35). Daarna moest een salaris bepaald worden.

    Laban had inmiddels ontdekt dat hij door G’d gezegend werd omdat Jakob bij hem woonde. Het loon werden gespikkelde of gevlekte geiten en donkergekleurde schapen. Zo konden Labans doorlopende en onzinnige beschuldigingen van veediefstal door zijn bloedeigen schoonzoon Jakob, makkelijk ontzenuwd worden: “alles wat niet gespikkeld of gevlekt is bij de geiten en niet donkergekleurd is onder de schapen is door diefstal in mijn bezit gekomen” (Gen. 30:33). Laban ging akkoord en bepaalde dat er drie dagen afstand moest zijn tussen zijn en Jakobs kuddes.

    “Normaal hebben religieuze lieden niet zo veel waardering voor verbeeldingskracht omdat de mens door een overdaad aan fantasie nogal eens op hol slaat en ontspoort.”

    Genetische manipulatie

    Maar Jakob had net iets meer verstand van zaken dan Laban. Jakob nam jonge populiertwijgen, amandelbomen en plataan en schilde die zo dat er strepen ontstonden door het wit in de takken bloot te leggen. De geschilde takken legde hij in de waterdrinkbakken waaruit de wijfjes van het kleinvee kwamen drinken; en bij het drinken werden de wijfjes bronstig. Was het kleinvee bronstig geworden bij die takken, dan wierp het gestreepte, gespikkelde en gevlekte dieren.

    Jakob scheidde de schapen af en richtte de blijk van het kleinvee naar het gestreepte en naar al het zwarte kleinvee. Zo vormde Jakob grote kudden en rijkdom voor zichzelf (Gen. 30:33-43).

    Het lijkt een beetje op genetische manipulatie. Rasji (1040-1105) legt echter uit, dat de wijfjes van de geschilde takken schrokken en achter uit sprongen, zodat de mannetjes hen konden bespringen. Hoe het ook zij: de jongen leken op de takken die hun moeders bij het paren zagen en werden gestreept, gestippeld en gevlekt.

    Fantasie heeft invloed

    Jakob drukt ons met de neus op de feiten: verbeeldingskracht is erg belangrijk. Fantasie kan een enorme invloed uitoefenen. Als dieren die relatief niet over erg veel verstand beschikken door hun voorstellingsvermogen al zo beïnvloed raken dat ze jongen werpen, die op de geschilde stokken leken, dan mogen we toch zeker aannemen dat ook de mens door zijn verbeeldingskracht wordt beïnvloed. 

    Normaal hebben religieuze lieden niet zo veel waardering voor verbeeldingskracht omdat de mens door een overdaad aan fantasie nogal eens op hol slaat en ontspoort. Het intellect dreigt zijn controle over de mens te verliezen bij te kleurrijke, levendige fantasieën in de aardse, materiële zin. Wanneer de mens dagdroomt over allerlei mogelijke en onmogelijke verlangens, passies en lusten, kan dat zulke sterke emoties genereren, dat de mens zichzelf totaal verliest.

    Ten goede richten

    Maar zoals alles op deze wereld, kunnen ook fantasie en verbeeldingskracht ten goede worden gebruikt. Een religieus mens gebruikt zijn voorstellingsvermogen om zijn religieuze leven te intensiveren.

    “G’d dienen betekent in de praktijk onze fantasie gebruiken om ons geloof te verstevigen en een spirituele aardverschuiving in onszelf teweeg te brengen.”

    Zo kunnen we nadenken over G’ds grootheid. Een gevoel van innige verbondenheid tilt ons tot grote hoogte op. We beleven in onze fantasie opnieuw de Openbaring van G’d bij de berg Sinai toen we de Thora kregen. Onze dankbaarheid, toewijding en verlangen naar G’ddelijke Openbaring krijgt hierdoor een sterke impuls. Wanneer we ons voorstellen hoe heel het volk verlicht werd toen G’d hen aansprak, kunnen we iets meenemen van die geestelijke upgrade die daar aan de voet van de Sinai de mensheid doordrong van goede, verheven gevoelens.

    Slechte mensen gebruiken hun fantasie om te zondigen. Onze verbeeldingskracht vormt onze gevoelens en emoties. G’d dienen betekent in de praktijk onze fantasie gebruiken om ons geloof te verstevigen en een spirituele aardverschuiving in onszelf teweeg te brengen. 

    Als we de Tempel te Jeruzalem in haar vroegere glorie op ons netvlies krijgen, kan onze religiositeit een stevige boost krijgen en versterkt worden. Wanneer we ons grote geleerden voor de geest halen, worden we aangespoord tot intenser gebed, raken we gemotiveerd om ons leven te verbeteren, onze daden te analyseren en onze doelen te optimaliseren tot een verhevener levensstijl van verhoogde spiritualiteit en grotere religieuze daadkracht.

    G’d heeft ons niet voor niets deze wonderlijke geestelijke groeikracht van fantasie en verbeeldingskracht met onze geboorte meegegeven. Als we deze ten goede aanwenden, wint onze religieuze beleving aan kleur en kracht.   

    Over de auteur