fbpx
  • - Beeld: Gerard van Honthorst (1622)
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Chak ha-molád: kerstfeest 

    20 december 2018

    Het modem Hebreeuws, Ivriet, kent veel nieuwe woorden, te weten woorden die niet aan het Bijbels Hebreeuws konden worden ontleend. Eén daarvan is chak (met zachte k) ha-molád. Dat betekent letterlijk: `feest van de geboorte’ en is in gebruik voor kerstfeest. En ziedaar! Ineens raken Jodendom en christendom elkaar.

    Jalád
    Het woordenboek van Even-Shoshan omschrijft chak ha-molád als ‘de benaming van het christelijke feest, de dag van de geboorte, de verjaardag, van messias jésjoejom hoeladetó. Met deze laatste vorm, jom hoelèdèt, verjaardag, hebben we het over de woordstam jalád, baren. We treffen die ongeveer zeshonderd keer aan in de Hebreeuwse Bijbel en dat met een waaier aan verschillende gebruiksmanieren.

    De passieve vorm betekent: geboren worden. Het hoeft niet te verbazen dat we jaládheel vaak aantreffen in geslachtsregisters, zoals in Genesis en 1 Kronieken. Een bijzondere vorm is molèdèt. God zegt tegen Abram: “Ga uit uw land en uit uw maagschap”. `Maeghschap’, zegt de Statenvertaling. De Herziene SV: “Ga uit uw familiekring”. Een Duitse vertaling zegt: Verwandschaft. Maar als we het Hebreeuwse moládetechá, uw maagschap, ‘terugrekenen’, dan zien we: ‘Ga uit van degene die jou heeft gebaard’. Nu is het lijfelijk geworden en wordt ook Abrams gehoorzaamheid sterker. 

    In de verschillende geslachtsregisters in Genesis lezen we steeds: ‘hij verwekte’ (NBG). Daar gaat het om de vorm va-jólèd. Ja, verwekken, maar letterlijk: ‘liet baren’. De Statenvertaling zegt: “Hij gewan”. Van Henoch lezen we: “Ende hy gewan sonen en dochteren” (Genesis 5:22). De Herziene SV: “Hij verwekte zonen en dochters”. Wat nu de vrouwelijke kant van de zaak betreft, het baren, daar pleegt het te gaan om een andere vorm van de stam jalád. 1 Samuël 2:21: “Hanna werd opnieuw zwanger en baardenog drie zonen en twee dochters … va-télèd

    Goddelijk ingrijpen 
    We vernemen ook bijzondere geboorten, gebeurtenissen waarbij onomwonden wordt gesproken van goddelijke leiding. Denk aan de geboorte van Isaak, Genesis 21, die mogelijk werd na de belofte aan Abraham. Vers 1: “De Here deed aan Sara zoals Hij gesproken had.” Uitgebreid worden we ingelicht over de geboorte en redding van het kind Mozes, dat zou uitgroeien tot een groot leider.

    We moeten ook denken aan de geboorte van Simson, die zo nadrukkelijk wordt beschreven als van godswege, Richteren 13. Datzelfde geldt voor de geboorte van Samuël, immers God verhoort het gebed van Hanna. In al deze gevallen is het duidelijk dat God sturing geeft in de geschiedenis van zijn volk. Maar dit geldt nu juist ook voor de geboorte van Messias Jezus. 

    De profeten 
    Sturing in de geschiedenis door God als het gaat om de geboorte van Messias Jezus is aan te treffen bij de profeten. We doelen op Jesaja en ook Micha. Daar bevinden zich de uitspraken die we traditioneel beschouwen als de aankondiging van de geboorte, het baren van Messias Jezus. Ook daar grijpt God in en is er sprake van baren, jalád, en dat bewust. Jesaja 7:14: “Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren” … ha-almáh haráh va-jolèdèt ben. Jesaja 9:1-6. Vers 5: “Want een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven” … ki-jèlèd joelád-lanóe ben nitan-lanóe. Hier treffen we het woord jèlèd aan, dat ‘jongen’ betekent, ‘mannelijk kind’. Meisje is ‘jaldáh’Jèlèdlaat zich vertalen met ‘geborene, gebaarde’. 

    Bij Micha lezen we in het begin van hoofdstuk 5 over Bethlehem: “Uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël, en wiens oorsprong is van ouds. Daarom zal Hij hen prijsgeven tot de tijd dat zij die baren zal, gebaard heeft” … joledáh jáladáh. Terug naar Jesaja. Hoofdstuk 11 opent als volgt: “En er zal een rijsje voortkomenuit de tronk van Isaï, en een scheut uit zijn wortelen zal vrucht dragen. En op hem zal de geest des Heren rusten” … v-ve-jatsá chóter. 

    Wat zien we hier nu gebeuren? De woordstam jalád, baren, die de grondslag is van de benaming voor het christelijke kerstfeest, chak ha-molád, komt excessief voor, tot tweemaal toe in Jesaja’s profetieën die algemeen worden aangenomen als zijnde de aankondigingen van de geboorte van Israëls Messias.

    Voor een derde keer moeten we dieper zoeken, namelijk in de opening van hoofdstuk 11. Daar wordt gesproken over een rijsje dat zal voortkomen, en dat is toch ook spreken over de geboorte van iets. Vervolgens ook in Micha 5.

    Nu, chak ha-molád komt niet voor in de Hebreeuwse Bijbel. Die benaming voor het christelijke kerstfeest is opgekomen in de gewone, profane, Joodse literatuur omstreeks het jaar 1750 en is officieel geworden. Om toeval kan het niet gaan. De samenhang met de woorden van Jesaja en Micha is onmiskenbaar. In Jesaja 9:5 en Micha 5:2 zien we zelfs een verdubbeld gebruik van de woordstam jalád. Jodendom en christendom lopen voor wat betreft hun opvatting omtrent de Messias uiteen, maar, heel opvallend, wie strikt de taalvormen onderzoekt merkt hoe men elkaar hier als het ware aanraakt. 

    Over de auteur