fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Chanoekadagboek (deel 5)

    Binyomin Jacobs, opperrabbijn - 7 december 2018

    Vandaag is het tijd voor het het vijfde lichtje, dat ik zal aansteken in Montreal omdat ik daar ben voor de bar mitswa van mijn kleinzoon. Wist u dat het aansteken van het vijfde lichtje nooit op een vrijdagavond kan vallen?

    Hoe dat precies kalender technisch in elkaar zit, is niet voor dit dagboek. Maar de filosofische les is dat we juist bij het vijfde lichtje extra vrolijk moeten zijn, omdat de dag van dit lichtje extra de duisternis vertegenwoordigt. Enerzijds het licht van de menora, anderzijds de onmogelijkheid dat het licht van de Sjabbat het licht van de menora verzwakt omdat door de Sjabbatkaarsen de duisternis wordt teruggedrongen. Tegenstelling dus tussen licht en duister.

    En precies dat is mijn confrontatie van vandaag. Rustig met de kleinkinderen de menora aansteken, samen zingen en dansen. Overal in deze Joodse wijk in Montreal, genaamd Cote de Neige, staan de menora’s voor het raam en is er bijna geen auto te vinden zonder menora op het dak. Je proeft in de besneeuwde straten als het ware de soefganiot en de traditionele aardappellatkes. Nergens beveiliging.

    Maar dwars daardoorheen een woedende email van een mij onbekende die oproept om rabbijnen te boycotten: “Rabbijnen dictatoriseren de Joodse gemeenschap in Nederland. Die verschwartse Joden die alles naar hun hand zetten. Ze moeten uitgeroeid worden, ze verzieken het Nederlandse Jodendom. Vanwaar hebben de rabbijnen het recht om te  bepalen wie wel of niet Joods is. Er bestaan slechts Tien Geboden. De rest is alles verzonnen door de eeuwen heen door op wellust en macht jagende rabbijnen”.

    De email gaat nog een paar A4-tjes verder die ik u zal besparen. Voor de grap heb ik met mijn spellingscontrole het woord ‘rabbijn’ laten vervangen door het woord ‘Jood’. Ik schrok ervan, antisemitisme in optima forma.

    Maar tussen de emails die mij ook in Montreal bereiken, was ook een dankmail. Mijn vrouw en ik worden innig bedankt voor de steun die we aan de schrijver van de dankmail hebben gegeven. Hij zal onze steun nooit vergeten en ons voor eeuwig dankbaar blijven. Nou kan voor sommigen het begrip eeuwig van korte duur zijn, maar toch.

    Zo’n email waarin wij bedankt worden hebben we ook nodig, want ook wij, Blouma en ik, zijn gewone mensen met menselijke gevoelens. Zo’n dankbrief doet goed, speciaal als wij beiden geheel niet weten wie de afzender is en waarmee wij hem geholpen zouden hebben. Een gillende beschuldigende email waarin ik wordt vervloekt, een email waarin wij bedankt worden voor het verlichten van iemands duisternis.

    » Lees het vervolg van dit dagboekverslag op Jonet.nl

    Over de auteur