• Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    De Nieuwenhuismenora

    6 december 2018
    De Nieuwenhuysmenora.

    Ondanks het feit dat deze menora er niet opzienbarend groot uit ziet, is de Nieuwenhuysmenora in het Amsterdamse Joods Historisch Museum meer waard dan veel van de huizen in de stad. De Nieuwenhuys kandelaar mag er dan wel niet ongewoon uitzien, maar hij is in bruikleen gegeven door de koninklijke familie aan het JHM; niet zo zeer door het voorwerp zelf, maar door de geschiedenis van de kandelaar zou deze een geschat bedrag van 450,000 dollar opbrengen …

    Niets aangaande het uiterlijk van museumstuk MB02280 in dit Joods Historisch Museum in de stad suggereert dat dit de meest kostbare chanoekakandelaar van de stad is, en meer waarde heeft dan de doorsnee prijs van een plaatselijk rijtjeshuis.

    Het heeft de vorm van een viool en is slechts 40 cm hoog. De basis draagt acht uitneembare oliecupjes bedoeld om als lichtjes voor Chanoeka te functioneren. Chanoeka is het feest waarop Joden kaarsen aansteken om een opstand tegen de (heidense) Grieken te herdenken, die in 167 voor de gewone jaartelling plaatsvond. Het omhooggaande gladde gedeelte van de menora weerkaatst de lichtjes; de randen van dit gedeelte zijn bijzonder fraai versierd met rococo reliëfs.  

    De maker van deze menora was Hermanus Nieuwenhuys, een niet Joodse zilversmid. De menora zelf valt qua schoonheid niet op vergeleken met ander menora’s die er vlak naast tentoongesteld staan. Het is ook niet de oudste, en het is er zeker niet aan af te zien dat de waarde ervan geschat wordt op 450,000 dollar.

    De waarde van deze Nieuwenhuys menora “is meer te danken aan z’n geschiedenis dan aan fysieke kenmerken,” zei Irene Faber, de curator van de museumcollectie.

    In 1751 is de menora gemaakt voor een niet bekende Joodse beschermheer. 
    De  geschiedenis van de Nieuwenhuysmenora vat de bewogen geschiedenis van het Nederlandse Jodendom als het ware samen. Ook bestaat er een band met zowel de Nederlandse koninklijke familie als met een Joodse held die in de Tweede Wereldoorlog zijn leven gaf voor Nederland en wiens naam verbonden is aan een van de meest geliefde toeristische attracties.

    Het prijskaartje van de Nieuwenhuys menora – die geen officiële naam draagt – is ongeveer bekend omdat een vergelijkbare menora ook gemaakt door zilversmid Nieuwenhuys, op een veiling in 2016 een totaal ongedacht bedrag van 441,000 dollar opbracht. Het was het bod van een anoniem gebleven verzamelaar aan het eind van een langdurig tegen elkaar opbieden. Zelfs de internationale media maakten er melding van, aangezien men oorspronkelijk verwachtte dat de menora niet meer dan 15,000 dollar zou opbrengen. 

    Een andere reden voor het sterke tegen elkaar op bieden, was het feit dat de menora uit de collectie van de Madurofamilie kwam. Deze welbekende Portugees-Joodse familie bracht een van de meest gevierde oorlogshelden voort: de Nazi’s vermoordden George Maduro in het Dachau concentratiekamp nadat ze hem gepakt hadden terwijl hij bezig was met het terug smokkelen van neergekomen Engelse piloten. De ouders van George Maduro bouwden ter nagedachtenis aan hun zoon een van de bekendste toeristische attracties in Nederland: Madurodam, een miniatuurstad.

    “Ik stel me voor dat de band met de Madurofamilie de prijs omhoog dreef,” zei Natan Bouscher, directeur van het Corinphila Veilinghuis even ten zuiden van Amsterdam. Bouscher heeft voorwerpen van vooraanstaande Nederlandse Joden onder de hamer gehad.  

    Het Joods Historisch Museum heeft niet de intentie om de Nieuwenhuys menora te verkopen, zei Faber, hoewel de afkomst ervan zelfs spectaculair meer zou kunnen opbrengen. De menora was namelijk gekocht door koningin Wilhelmina en bedoeld als  geschenk voor haar moeder, koningin Emma. Later werd de menora door de kleinzoon van Wilhelmina, Koning Willem Alexander, in onbeperkte bruikleen geschonken aan het JHM.

    “Wij weten niet wie Nieuwenhuys de opdracht gegeven heeft, maar vanwege de reputatie van de kunstenaar en de hoeveelheid werk die het maken gekost heeft, was het waarschijnlijk een rijke Joodse familie, misschien van Sefardische afkomst,” vertelde Faber vorige week aan JTA in het museum.

    In het midden van het voorwerp is een rond netwerk te zien van arabeskachtige versieringen “die vermoedelijk de initialen van de eigenaar bevat in een monogram,” zei Faber, “maar we zijn nog niet in staat geweest het te ontcijferen. Het is een raadsel.

    Het monogram was een van de verschillende technieken die Nieuwenhuys en andere christelijke zilversmeden in Nederland hadden ontwikkeld voor hun rijke Joodse klanten.
    Vóór de 19deeeuw werd Joden in Nederland niet toegestaan als zilversmid te werken omdat zij uitgesloten waren van de Nederlandse zilversmidgilden. De gilden werden rond 1818-1820 opgeheven.

    “De uitsluiting van de gilden werkte in het voordeel van het gilde omdat het competitie uitsloot, maar het betekende wel dat de christelijke zilversmeden experts moesten worden in het vervaardigen van religieuze voorwerpen zoals deze menora,“ zei Faber.
    Handgemaakte voorwerpen zoals de tentoongestelde menora in het museum, laten zien hoe sommige Joodse afnemers duidelijk hielden van kunst met verfijnde smaak.

    Terwijl de Maduromenora een symmetrische opbouw had met aandachtspunten in barokstijl, was de Nieuwenhuysmenora asymmetrisch met rococo kenmerken. “Dat was voor die tijd behoorlijk vooruitstrevend,” gaf Faber aan. De glad gepolijste oppervlaktes zijn “een andere gewaagde keus, die wijst op uitgedachte bekwaamheid,” voegde ze eraan toe.

    Wie de eigenaar van de menora ook was, hij had het voorwerp niet meer toen Koningin Wilhelmina de menora in 1907 op een veilig kocht voor een onbekende prijs als geschenk voor haar moeder, Prinses Emma.

    Deze aankoop lijkt onbetekenend voor onze tijd, maar de betekenis ervan wordt duidelijk als we het plaatsen tegen de achtergrond van het gevestigde antisemitisme onder de Europese vorstenhuizen en regeringen.

    De Duitse keizer Wilhelm II was een tijdgenoot van Wilhelmina. Hij was een gepassioneerde antisemiet die in 1925 de beruchte woorden sprak: “Joden en muggen zijn zo lastig dat de mensheid op een of andere manier zich ervan af moet maken. Ik geloof dat de beste manier met gas is.”

    De Belgische Koning Leopold III was meer politiek correct. In 1942 verklaarde hij grootmoedig dat hij “geen persoonlijke vijandschap” richting Joden had, maar gaf niettegenstaande aan dat zij “een gevaar” voor zijn land vormden. Hij kwam niet met bezwaren toen de Duitsers en hun handlangers Belgische Joden begonnen te deporteren naar hun dood.

    Maar in Nederland waar duizenden Joden een veilig oord vonden nadat ze de Spaanse en Portugese inquisitie ontvlucht waren in de 15deen 16deeeuw, onthielden de vorstelijke personen zich niet alleen van dergelijke opmerkingen, maar waren oprecht “geïnteresseerd in andere godsdiensten, waaronder de Joodse,” zei Faber .

    Het feit dat Wilhelmina een menora cadeau deed aan haar moeder, “is niet vreemd voor haar,” gaf Faber aan. “Ik veronderstel dat ze het een leuk idee vond, iets waarover ze met haar moeder kon praten en samen uitvinden hoe het werkte,” Het was tenslotte zo dat “Joden altijd al onder bescherming van het Koninklijk Huis hebben gestaan.” 

    Er is een uitzondering. Dat was toen tijdens de oorlogsjaren van 1940-’45 Koningin Wilhelmina en de koninklijke familie naar Engeland vluchtten. Wilhelmina noemde het lijden van haar Joodse onderdanen slechts drie keer in haar radioboodschappen aan het Nederlandse volk tijdens haar 5-jarige ballingschap. 

    Terwijl het voor de oorlog zo was dat “Joden altijd het Koninklijke Huis zochten”, leek het dat tijdens en na de oorlog “Wilhelmina niet te veel dacht aan de Joden,” zei Faber. Dit was een smet op de relatie tussen de Nederlandse Joden en het Koninklijke Huis.   

    In de naoorlogse jaren is deze relatie stapsgewijs weer geheeld. Het feit dat Koning Willem Alexander, Wilhelmina’s kleinzoon, in 2012 de Nieuwenhuysmenora in onbeperkte bruikleen aan het Joods Historisch Museum gaf toen dat 90 jaar bestond, “geeft symbolisch aan dat de ‘breuk’ geheeld is,” zei Faber.

    Over de auteur