• Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    De zegen van Jozef

    Rabbijn mr. drs. R. Evers - 3 december 2018

    Aan het einde van het eerste boek van de Thora wordt duidelijk, dat de Joden nog lang zouden blijven wonen in Egypte. Aartsvader Jakob wist, dat verdrukking en slavernij zouden volgen en vele Joden zouden verdwijnen in de aanlokkelijke Egyptische cultuur. De Egyptische ballingschap staat model voor alle latere ballingschappen die het Joodse volk moest doormaken op zijn reis door de geschiedenis der mensheid naar de tijd van de Masjiach, de Messias.

    Vlak voor de slavernij was spirituele support nodig en Jakob zei hoopvol, dat G’d met zijn kinderen zou zijn en hen zou terugvoeren naar Israël. De verlosser, die uiteindelijk Mozes zou heten, zou de uitdrukking “G’d zal jullie gedenken” gebruiken bij de bevrijding en zou de grote Thorageleerden als leiders aanstellen.

    Jakob geeft ieder van de twaalf stamvaderen een zegen. Iedere stamvader werd gezegend met zijn speciale talenten. Sommige kregen een standje voor wangedrag maar Jozef krijgt wel een heel bijzondere zegen. Hij wordt vergeleken met een vruchtbare tak aan een fontein. Hoewel de schutters (zijn broers) hem veel kwaad hebben aangedaan, hem beschoten en gehaat hebben, is Jozef standvastig in zijn Joodse identiteit gebleven, zelfs aan het pompeuze en verleidelijke Egyptische hof. Hij liet zich niet verleiden door Sulaika, de vrouw van Potifar.

    “Als wij tevreden zijn met onze Thora, onze Bijbel en onszelf niet constant afvragen wat de ‘grote seculiere wereld’ om ons heen van ons vindt, rusten de zegeningen van onze Aartsvaders Abraham Isaak en Jakob op onze hoofden.”

    Uiteindelijk zegt Jakob aan Jozef: “uw vaders zegeningen overstijgen de zegeningen van mijn voorvaders (Abraham en Isaak) … die zullen neerkomen op Jozefs hoofd!”.

    Jakob wilde eigenlijk de datum van de komst van de Masjiach openbaren. Maar toen verliet de Sjechina, de G’ddelijke Aanwezigheid hem. G’d wilde niet dat Jakobs kinderen de bevrijdingsdatum zouden kennen. G’d vreesde dat zij wanhopig zouden raken van de eindeloze reeks ballingschappen.

    Jozef de Thorageleerde

    Maar Jakob kon zijn kinderen, de stamvaders wel de spirituele ‘tools’ meegeven om de lange verdrukkingen en vervolgingen te overleven. Jakob stelt dat alle zegeningen van de drie Aartsvaders uiteindelijk zullen neerkomen op het hoofd van Jozef.

    Jozef was de Thorageleerde bij uitstek in de familie. Dit was ook een van de redenen dat Jakob Jozef voortrok boven zijn broers. Jakob onderwees Jozef alles wat hij van zijn leraren Sjeem (Sem) en Ever geleerd had. Dit leidde wel tot een enorme jaloezie, die weer resulteerde in de verkoop van Jozef naar Egypte. Uiteindelijk kwamen de broers en de hele familie van Jakob naar Egypte vanwege de hongersnood en begon de Egyptische ballingschap.

    Kaïn

    Onze Wijzen nemen ons mee, terug in de geschiedenis. Kaïn voelde zich depressief omdat G’d wel het offer van Abel aanvaard had, maar niet zijn offer. Dit eindigde in de eerste broedermoord in de menselijke geschiedenis. G’d zei tot Kaïn: Waarom ben je zo kwaad en depressief? Is er geen verheffing als je goed doet? Als je slecht doet, ligt de zonde voor de deur” (Genesis 4, vrij vertaald). G’d geeft aan dat als Kaïn zichzelf verbetert, er hoop en redding is maar als hij dit weigert en volhardt in het kwade er alleen een neerwaartse spirituele spiraal is.

    Kaïn had een slechte eigenschap. Hij keek alleen naar buiten voor waardering en applaus. Hij had geen innerlijke waardigheid, hij kon geen bevrediging vinden in de goede daden zelf. Daarom schoot hij tekort in zijn offer aan G’d. Kaïn was niet bereid G’d te geven van het beste wat hij bezat. Toen G’d zich van Kaïns offer afwendde, deed Kaïn niets anders dan alleen maar kijken hoe G’d Abels offer wel aanvaardde. Kaïn werd ‘stinkjaloers’ op Abel omdat hij verder weinig intern kompas had om zijn eigen leven te leiden en zijn bevrediging te vinden in zijn eigen gevoel, zijn eigen goede daden, zijn eigen geweten, kwaliteiten en talenten.

    Kaïn kon alleen maar naar de anderen kijken. Hij dacht dat G’d alleen maar in zijn broer Abel geinteresseerd was en niet in hem. G’d antwoordde Kaïn, dat hij niet alleen maar naar buiten moest kijken voor goedkeuring en ondersteuning van zijn goede karakter. Kaïn moest leren naar binnen te kijken en zich niet te vergapen aan het succes en het groene gras van de buren: “als je aan jezelf werkt en jezelf verbetert, is er hoop en redding. Maar als jij dit weigert en je volhardt in deze slechte eigenschap van alleen maar naar buiten kijken, dan loert daar de zonde, gebrek en ellende”.

    G’d nam Kaïns offer niet aan omdat Hij ontevreden was over Kaïns daden en opstelling. G’d verwerpt een mens nooit totaal. G’d laat ons ontevredenheid zien wanneer onze daden niet optimaal zijn en het ontbreekt aan onze band met het Opperwezen. 

    Gerealiseerde persoonlijkheden

    We kunnen hier veel uit leren. We kijken doorlopend om ons heen of er wel steun is voor onze daden. Wat zullen de buren zeggen, wat zullen de anderen denken, wat zullen mijn vrienden van mij vinden? We voelen ons depressief en teleurgesteld als de ander meer lof toegezwaaid krijgt dan wij.

    Pas als wij tevreden zijn met ons deel, zijn wij ‘gerealiseerde persoonlijkheden’, zijn we niet constant afhankelijk van de waardering van de mensen om ons heen, hebben wij een innerlijk kompas waarop we kunnen varen en kunnen we ons eigen geweten volgen.

    Als wij tevreden zijn met onze Thora, onze Bijbel en onszelf niet constant afvragen wat de ‘grote seculiere wereld’ om ons heen van ons vindt, rusten de zegeningen van onze Aartsvaders Abraham Isaak en Jakob op onze hoofden.

    Dit wilde Jakob aan zijn geleerde zoon Jozef meegeven. Laat deze zegen van de Thora, waarvoor jouw voorvaders geleefd hebben, je voldoende zijn. De Thora is G’ds Leer. Laat die genoeg zijn. We hebben niet altijd het applaus van de omgeving nodig om onze zegen te krijgen. Die zegen, die komt direct van G’d door onze aanhankelijkheid aan onze Thora, de Thora waarvoor onze Aartsvaderen geleefd hebben.

    Over de auteur