• De Menora voor Chanoeka bij de Kotel in Jeruzalem. - Foto: Flash90
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Waarom is de Menora zo zichtbaar?

    Binyomin Jacobs, opperrabbijn - 3 december 2018


    De wereld is een mengelmoesje van licht en duisternis. Er zijn gelukkig velen die oog hebben voor de lichtpunten in het leven en het verstaan om steeds dat licht te zien en de minder plezierige gebeurtenissen gewoon weg te kijken. 

    Maar ook word ik af en toe geconfronteerd met de vraag: “Waarom moet juist mij dit overkomen? Waarom narigheid, waarom problemen, waarom een wereld waarin duisternis zich helaas en te vaak aanbiedt?” Mij persoonlijk wordt soms verweten dat ik te veel aandacht besteed aan opkomend antisemitisme, terwijl er toch zoveel is in deze wereld dat positief is, mooi, vreugdevol en dat mensen blij maakt. 

    Licht en duisternis, duisternis en licht. Iedereen herkent het, maakt het mee, ziet het op televisie en leest het in de krant, hoort het op de radio en ervaart het in zijn of haar eigen privéleven.  Gedurende de acht dagen Chanoeka wordt de Menora aangestoken. Iedere dag komt er een kaarsje bij, voor het raam, als het buiten donker is: licht en duisternis komen samen en versmelten tot een geheel.

    “En dat is nu precies de universele boodschap van Chanoeka: bestrijdt de duisternis, maar vergeet niet om direct na die bevrijdingsoverwinning invulling te geven, licht te brengen.”

    Wat is er zo bijzonder aan licht en waarom is Chanoeka, het feest van de lichtjes, zo demonstratief aanwezig binnen het Jodendom? Waarom hebben Joodse organisaties, publicaties en media de Menora vaak als onderdeel van hun logo? En waarom worden er in de hele wereld publiekelijk Menora’s aangestoken, terwijl het Jodendom volledig gespeend is van bekeringsdrang?

    Als de arme bedelaar een aalmoes krijgt van de rijkaard, wordt de rijkaard met iedere gift een beetje armer. Hij zal dat niet zo ervaren, omdat hij er geen boterham minder om eet, maar toch geeft hij iets weg van wat hem toebehoorde. Logisch, hoor ik u denken. Maar zo logisch is dat echter ook weer niet.

    Kijk naar een brandende kaars. Als ik met een kaars een andere kaars aansteek, heeft die overdracht van vuur geen enkele invloed op de branduren van de eerste kaars. Ook doet de draagwijdte van het licht dat de kaars verspreidt, niets af aan de kracht van het vlammetje. En of het buiten licht is of donker, of het licht van de kaars alleen de eigen kamer verlicht of de gehele straat, het oorspronkelijke vlammetje wordt er niet door beïnvloed.

    Het wonder van Chanoeka was dat een klein Joods onervaren legertje in staat bleek om een professioneel gigantisch sterk Grieks leger te verslaan. Maar dit wonder van de overwinning, de essentie van Chanoeka, komt volledig in de schaduw te staan van het bijkomstige wondervan het kruikje olie. 

    Het was mooi dat de Menora meteen kon worden aangestoken in de ernstig verontreinigde Tempel.  Maar het doel van de strijd tegen de Hellenisten en de Griekse overheersing was bevrijding en dus de vrijheid om weer Joods te mogen leven: vrijheid van G’dsdienst. Bevrijding van onderdrukking is essentieel. Ieder land en ieder mens moet zich daarvoor inzetten. Slavernij, uitbuiting, mensenhandel en discriminatie mogen we niet laten gebeuren. 

    Maar dan: wat doe ik met mijn verworven vrijheid? 

    Alleen vrijheid is niet voldoende. Vrijheid mag zich niet beperken tot uitsluitend een bevrijding van het kwaad. Vrijheid moet een invulling krijgen, een inhoud. Het was niet voldoende dat de Griekse overheersing was verslagen en uitgeschakeld. Meteen na de overwinning moest de leemte worden opgevuld! 

    De zuivere vlammetjes van de Menora werden ontstoken! Vlammetjes die staan voor waarden en normen, zoals die verwoord staan in Thora en Traditie, en waarvan een deel niet uitsluitend bestemd is voor het Joodse volk, maar voor de gehele mensheid.

    En dat is nu precies de universele boodschap van Chanoeka: bestrijdt de duisternis, maar vergeet niet om direct na die bevrijdingsoverwinning invulling te geven, licht te brengen.

    Helaas hebben we te vaak in de geschiedenis gezien dat na bevrijding de ontstane leemte weer een andere oorlog teweegbrengt. Niet van buitenaf, maar intern. Kijk naar de Arabische lente: bevrijding en daarna helaas wederom gigantische misère.

    Nederland is een vrij land. Maar zorgen we voor voldoende invulling van die vrijheid? Hetzelfde geldt voor ziekte, onenigheid in een organisatie, vereniging, gezin of gewoon in de individuele mens. Ieder probleem moet bestreden worden! Een zieke moet van de Joodse wet naar de dokter. Maar wat ga ik doen als ik met G’ds hulp weer gezond ben geworden? Wat doe ik na mijn bevrijding?

    Onderdrukking moet bevochten worden en vrijheid ingevuld. Kan ik dat? Wie ben ik? En waar doe ik dat?

    De Menora geeft het antwoord: zorg voor licht in de duisternis! Niet alleen in je eigen leven of in je eigen gezin, niet alleen binnen je eigen gemeenschap, maar ook naar buiten. Maar denk vooral niet dat de verlichting die je brengt aan de ander, ten koste gaat van jezelf. Het vlammetje dat je uitstraalt en het licht dat je brengt is onaantastbaar, mits zuiver en oprecht. 

    En nog een les vertelt ons de Menora: weet dat als ik gisteren één enkel kaarsje aanstak, het er vandaag twee moeten zijn, want de inzet van gisteren was voor gisteren voldoende, maar niet voor vandaag! Gelijk stilstand in de economie achteruitgang betekent, zo ook moet er een voortdurende groei zijn in het geven van tsedaka (liefdadigheid) en het bedrijven van belangeloze naastenliefde. Om de duisternis voorgoed te verbannen, moet de uitstraling steeds intenser worden.

    Namens ons Opperrabbinaat,

    Nog vele jaren Chanoeka, in gezondheid en voorspoed en vooral met heel veel (uitstralend) licht, steeds meer en meer.

    Over de auteur