fbpx
  • Herstelwerkzaamheden op een Joodse begraafplaats - Foto: C.P. Sybrandi
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Het zwijgen van de kerk

    29 januari 2019

    De tijd van de bezetting van ons land door het naziregime was een zeer donkere tijd. Het is te begrijpen, dat de kerken in Nederland in het contact met de nazi’s steeds de weg van de stille diplomatie zochten, om de lichtgeraakte en explosieve nazi’s niet al te veel tegen de haren in te strijken, en daardoor juist talloze levens van christenen in gevaar te brengen.

    Maar door deze diplomatie ontbrak elke vorm van openlijk verzet tegenover de wegvoering van vele tienduizenden Joden, en tevens een oproep aan de leden van de kerk in stad en land om Joden bescherming te bieden. Daarbij klonk steeds weer het eeuwenlange hatelijke element: de vervolging van de Joden is gevolg van het feit, dat zij Christus verworpen hebben en gekruisigd. Dus theologisch beschouwd: hun eigen schuld …

    “In de geschiedenis heeft de kerk steeds de rollen omgekeerd: vloek voor Israël en zegen voor de Kerk.”

    Enkele rechtvaardigen

    Deze houding noemt dr. Hans Jansen in zijn Theologie na Auschwitz een ‘zonde van verzuim’, begaan door een christelijke kerk, slapend als een os, of zoals de theoloog Kremer het eens zei “als tien marmotten!”.
    Op het grondvlak van de kerk waren er slechts enkelen, zo zegt dr. Jansen, die met gevaar voor eigen leven, als ‘rechtvaardigen te midden van de volkeren’ Joden hebben geholpen en gelegenheid gaven om onder te duiken. Kort gezegd: iedere regio had zijn Johannes Post moeten hebben, iedere kerkelijke gemeente haar ds. Overduin en ieder dorp een familie Ten Boom.

    Catechese der verguizing

    Dr. Lou de Jong heeft in het zesde deel van zijn grote werk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog aangetoond dat dit zwijgen van de kerken óók te maken heeft met de traditionele ‘catechese der verguizing’ van de Joden. De tekst “Zijn bloed kome over ons en onze kinderen!” (Matteüs 27:25) werd sinds de vierde eeuw uitgelegd als een zelfvervloeking, waarvan de gevolgen voorgoed op het Joodse volk zouden blijven rusten. In de geschiedenis heeft de kerk daardoor steeds de rollen omgekeerd: vloek voor Israël en zegen voor de Kerk, verwerping voor Israël en verkiezing voor de Kerk, het oordeel voor Israël en de belofte voor de Kerk …

    Stichting Boete en Verzoening

    In ons restauratie- en onderhoudswerk van 37 jaren op de Joodse begraafplaatsen hebben wij steeds weer beklemtoond, dat het werk niet alleen maar werd ondernomen uit vriendschap voor Israël, maar in de eerste plaats uit verootmoediging voor God en Zijn volk over de eeuwenlange vijandschap in de Kerk jegens de Joden en de verschrikkelijke gevolgen daarvan in Joods bloed en tranen.

    Lerend van Daniël 9, Nehemia 9 en Ezra 9 uit de Tenach namen wij het woord om niet veroordelend, maar wel verootmoedigend over ons voorgeslacht te spreken: “Wij hebben gezondigd en ons misdragen … Wij zijn van Uw geboden en regels afgeweken, en wij hebben niet geluisterd naar Uw dienaren …”. Ook klonken de woorden van Jezus steeds in onze oren, die sprak: “Wanneer jij je offergave naar het altaar (in de tempel) brengt, en jij je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, laat je gave dan bij het altaar achter: ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen” (Matteüs 5:23,24). Wij trokken ons daarbij de verwijten van de Joden aan over het verleden van de Kerk, en zochten de verzoening daarover. Ons werk op de Joodse begraafplaatsen was daardoor geen arbeid op zich, maar het had zijn waarde slechts als onderstreping van de ernst van onze verootmoediging tegenover God en Zijn volk.

    Opdracht in uitvoering

    Deze woorden gaven ons de moed, om daadwerkelijk handen en voeten te geven aan de uitvoering van de opdracht “Ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen” (Matteüs 5:24). Al die jaren werken op de Joodse begraafplaatsen heeft het klimaat tussen Joden en christenen in Nederland wel degelijk verbeterd, gezien de positieve reacties die vanuit Joodse kant klinken.
    Joden en christenen delen met elkaar het geloof in Israëls God, die in de geschiedenis duidelijk heeft gemaakt, bloedschulden niet te vergeten, ook al denken de mensen er niet meer aan (2 Samuël 21:1). Maar na schuldbelijdenis en stappen om tot verzoening met de slachtoffers te komen, wil God vergeving schenken (21: 3-6).

    Het is geen onbegonnen werk, zo roepen wij de kerken toe. We blijven hopen dat zij deze verootmoediging ooit ook durven uitspreken. Opperrabbijn Jacobs zei ons: “Wij blijven uitzien.”

    Over de auteur