• Avi Arieli in zijn tuin in Kfar Adummim. - Foto: Jacob Magid
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Longread: Hoe voorkom je terreur?

    9 januari 2019

    In een zeldzaam interview na 30 jaar dienst bij de Israëlische binnenlandse veiligheidsdienst Shin Bet maakt Avi Arieli veel van zijn werkzaamheden openbaar; hij deelt zijn doctrine hoe extremisme te bestrijden: dat doe je meer door educatie dan door met wapens je te verdedigen.

    KFAR ADUMIM, Judea – Een groep Palestijnse tieners in oost Jeruzalem is fanatiek aan het voetballen als plotseling een Shin Bet agent op hen toeloopt. Achter hem aan komt een legerjeep. Hij wenkt de jongens te stoppen…

    De situatie zou heel goed verkeerd uitgelegd kunnen worden als het begin van een opstootje. Avi Arieli heeft echter het spel niet stilgelegd om iemand te arresteren. Hij wil gewoon mee komen spelen.

    “In het begin dachten ze dat ik gek was, maar tenslotte raakten ze aan mijn stijl gewend.”

    “Ah, kapitein,” zegt een jongen die respectvol reageert als hij de oudere Shin Beth agent herkent. “Kom er maar bij.”

    Terwijl hij deze situatie van tientallen jaren geleden zich voor de geest haalt, erkent Arieli dat zijn verzoek de hem vergezellende veiligheidsofficieren meer geschokt had dan de Palestijnse tiener. “In het begin dachten ze dat ik gek was, maar tenslotte raakten ze aan mijn stijl gewend.”

    “Die ‘stijl’ is het die mijn leidraad was tijdens de 30 jaar werken bij de Shin Beth,” zegt Arieli. Na in rang opgeklommen te zijn werd hij uiteindelijk hoofd van de veiligheidsdienst. Dat was bij de zogeheten ‘Joodse Divisie’ die niet-Arabische terreur bestrijdt.

    In een van zijn eerste interviews sinds hij eerder dit jaar met pensioen ging, deed de 60-jarige vader van zes kinderen een boekje open over zijn ervaringen om te trachten zowel Arabisch als Joods terrorisme de baas te worden. Zijn formule is om beide te bestrijden.

    Het is educatie, niet meer dan dat
    In zijn huiskamer in de nederzetting Kfar Adumim geeft Arieli een samenvatting van zijn doctrine: ”Het gaat om het voorkomen van terreur voordat het zelfs maar tot ontkiemen komt.” Om duidelijk te maken wat hij bedoelt, beschrijft Arieli een situatie waarin een soldaat vanaf de andere kant van de grensafscheiding een gewapende terrorist op zich af ziet komen.

    “Mijn doel is om hem in de eerste plaats af te brengen van zijn motivatie om de aanslag te plegen.”

    “Op dit punt zijn er slechts twee manieren waarop het incident zich kan ontwikkelen: of de soldaat schiet de terrorist neer of de terrorist schiet op de soldaat,” zei hij. “Maar het voorkómen waar ik het over heb, vindt juist plaats vóórdat de terrorist in de buurt van de grensafscheiding komt. Mijn doel is om hem in de eerste plaats af te brengen van zijn motivatie om de aanslag te plegen.”

    Arieli voert aan: “Dit te bereiken komt in feite op één ding neer: educatie. Educatie brengt veiligheid.” In het geval van het voetbalspel verklaart de voormalige Shin Beth man dat zijn meedoen op het veld hem de gelegenheid gaf om op informele manier een speciaal soort ‘onderricht’ te geven.

    “Na een poosje meespelen, komt het vanzelf tot praten. Ik hoor over hun moeilijkheden en wat dies meer zij. Ondertussen ben ik in staat hen te waarschuwen voor overtredingen als het gooien met stenen,” zegt hij, en voegt eraan toe dat dit soort gesprekken ertoe leidt dat de tieners hem eerder als een mens zien dan ‘de vijand’.

    Arieli erkent dat het zich bekend maken als een Shin Beth agent te midden van een Palestijns dorp hem in gevaar bracht. Hij legt echter uit dat hij dit deed “in de hoop dat mijn aanwezigheid misschien op z’n minst één persoon daar positief zou beïnvloeden.”

    Ongebruikelijke achtergrond
    Met zijn gladgeschoren hoofd, zijn kalme krachtige stemgeluid en het opmerkelijke vermogen tijdens het vier uur durende gesprek niet een keer te glimlachen, is Arieli’s optreden helemaal dat van een stereotypische Israëlische veiligheidsfunctionaris. Zijn achtergrond is dat echter helemaal niet.

    “Je kunt kinderen niet van school trappen, wat ook de omstandigheden zijn. Hoe meer de leerling je uitdaagt, des te meer moet je in hem investeren.”

    Arieli ging niet direct bij de Shin Bet werken zoals de meeste rekruten wel doen zodra ze uit het leger komen. Hij bracht eerst zeven jaar door als docent aan de Himmelfarb school voor hoger onderwijs in Jeruzalem. Van deze vooraanstaande religieuze academie werd hij de jongste assistent-directeur.

    “Geen enkele student is van school verwijderd tijdens mijn directeurschap,” merkt hij trots op, waarmee hij een ander aspect van zijn onderwijsfilosofie onderstreept die hij meebracht naar de Shin Beth. “Je kunt kinderen niet van school trappen, wat ook de omstandigheden zijn. Hoe meer de leerling je uitdaagt, des te meer moet je in hem investeren.”

    Arieli geeft toe dat de Palestijnen waarmee hij interactief was als veldagent voorbij de Groene Lijn, in de eerste plaats en vooral gezien werden als potentiele strijders. “Maar zij werden tot op zekere hoogte ook mijn leerlingen.” En dat betekende voor de voormalige leraar dat ook zij niet veronachtzaamd konden worden.

    Dit was het wat Arieli ertoe bracht met Palestijnse jongeren te voetballen, in café’s waterpijp met hen te roken en de huizen van hun ouders te bezoeken om uit te vinden hoe het met hen ging.

    Terwijl deze manier van aanpak hem een natuurlijke geschikte man voor de Shin Bet maakte, had Arieli geen baan in het veiligheidsapparaat overwogen. Totdat de eerste intifada in 1987 uitbrak. Het was toen dat hij een vriend werkzaam bij de organisatie ontmoette die hem aanraadde te solliciteren. Kort daarna ontving Arieli een telefoontje van een nieuwkomer in de organisatie die “er zeker van was dat ik gek was.”

    ” Je moet in staat zijn om met je eigen ogen naar het leven te kijken en niet door de lens van een wapen.”

    Op dat tijdstip was hij dertig jaar oud, getrouwd en vader van vier kinderen met een veelbelovende carrière. Dit is een profiel dat je niet tegenkomt bij aankomende nieuwe rekruten, maar Arieli beargumenteert dat dit het was wat hem meer geschikt voor de organisatie maakte.

    “De Shin Bet is een burgerorganisatie, geen militaire. Je moet in staat zijn om met je eigen ogen naar het leven te kijken en niet door de lens van een wapen zoals degenen die direct uit het leger komen vaak alleen weten te doen,” legt hij uit.

    Arieli doorliep verschillende interviewstadia en kreeg een baan aangeboden. Hij had echter als voorwaarde gesteld dat hem toegestaan werd tijdens zijn anderhalf jaar durende training elke avond naar huis terug te keren om bij zijn jonge gezin te zijn.

    Klaarblijkelijk onder de indruk van zijn lef, ging de organisatie daarmee akkoord en Arieli begon aan zijn Shin Bet dienst in de zomer van 1988 met intensieve cursussen Arabisch en Midden-Oostenstudies.

    Overreden van Palestijnen
    Een onderdeel van zijn training was gericht op het rekruteren van informanten. Arieli onthult details over dit delicate proces en legt uit dat “dit slechts gedaan kan worden door overtuiging, niet door dreigementen of kracht.”

    Hij wijst resoluut claims van de hand dat de Shin Bet homoseksuele Palestijnen die nog niet ‘uit de kast gekomen zijn’ zou chanteren door te dreigen hun seksuele geaardheid te openbaren als ze er niet mee zouden instemmen als informanten voor de organisatie te werken.
    “Als ik een toekomstige informant bedreig dan weet ik dat hij vanaf datzelfde moment al een plan bedenkt hoe mij te verraden,” legt Arieli uit. “Ik wil iemand die gewillig is zijn leven te wagen voor mij en mijn land, niet andersom.”

    “Sommigen van mijn informanten werden hele goede vrienden van me.”

    De langdurige tijd die hij doorgebracht had in het veld om de verschillende dynamieken en politieke verbanden te leren kennen van de gemeenschappen in zijn regio, bereidde hem voor op het nemen van goed geïnformeerde beslissingen over welke inwoners vertrouwd konden worden voor de rol van informant.

    Deze personen worden dan met ‘prikkels’ zoals geld, een baan of medische hulp, overgehaald. Arieli benadrukt echter dat zulke extra’s op zich nooit genoeg zijn om iemand te overtuigen “zijn eigen kant te verraden.”
    “Ik moet ook investeren in het karakter van mijn informant, in zijn welbevinden. Doe ik dat niet, dan werk ik mee aan mezelf om zeep helpen. Je moet hen met echt respect behandelen. Sommigen van mijn informanten werden hele goede vrienden van me,” zegt hij openhartig.

    Arieli erkent de zwaarte van het te nemen risico door de Palestijnen die hij rekruteerde. Tijdens de eerste intifada werden honderden Palestijnen gedood omdat zij verdacht werden van collaboratie met Israël. “De overgrote meerderheid van hen deed dit niet,” verzekert hij. Maar een van Arieli’s eigen informanten was onder degenen die gedood waren nadat ze aan het licht waren gekomen.

    “Het doet pijn, want je ontwikkelt een band met je informant. Ongeacht het verschil in leeftijd wordt hij een kind van je voor wie je verantwoordelijk bent.”
    “Aan het eind van onze gesprekken stemde hij er toch in toe om met mij samen te werken omdat het ook voor hem het beste was.”

    ‘Een normaal leven’
    Arieli bracht bijna 20 jaar door als een veldagent in oostelijk Jeruzalem en in Judea en Samaria. Tijdens deze periode werden medeagenten en vrienden, Chaim Nachmani en Noam Cohen, gedood door hun respectievelijke informanten in 1993 en 1994. Deze incidenten hebben een diepgaande impact op hem gehad. De voormalige Shin Betbeambte onthult dat ook hij bedreigd is geweest, hoewel nooit in direct fysiek gevaar.

    Na de kidnapping van Nachson Wachsman door Hamasterroristen in 1994 voerden de Israëlische veiligheidstroepen een niet geslaagde bevrijdingspoging uit waarbij ze onbedoeld de overweldigers van de 19-jarige IDF-sergeant een hint gaven: Wachsman was doodgeschoten voordat de speciale troepen hem konden bereiken.

    Drie Hamasleden waren ook gedood in de mislukte terughaaloperatie, en als reactie daarop zette de terreurgroep een prijs op het hoofd van Arieli. Ze dachten namelijk dat hij verantwoordelijk was geweest voor het vaststellen van de locatie waar Wachsman werd vastgehouden. “Ze hadden het mis. Ik verdien niet de eer daarvoor, maar zij riepen niettemin op mij te vermoorden.”

    Als we Arieli vragen hoe zijn gezin omging met zijn werkzaamheden, erkent hij dat de lange uren weg van huis uiteraard zijn tol eisten. “Ze konden thuis zien hoe ik kiddoesj maakte op vrijdagavond (het zegenen van de wijn), en dan mij plotseling een telefoontje horen krijgen dat ik onmiddellijk weg moest.”

    “Ze zeiden dat zij hun eigen kinderen wilden grootbrengen in normale huizen waar beide ouders aanwezig zijn.”

    Arieli vertelt ons vermakelijk het verhaal dat zijn zoontje zijn kleuterschooljuffrouw had verteld dat hij voor een kwart Arabisch was. Z’n vader realiseerde later dat dit kwam door de vele werk-telefoongesprekken in het Arabisch waar zijn kinderen bij waren.
    Toen ze ouder werden, was Arieli in staat aan hen een beetje meer gedetailleerd uit te leggen wat voor werk hij deed. “Ze wisten dat ik betrokken was bij het bestrijden van terreur,” zei hij.

    “Hoewel het een uitdagende baan is geweest en er een ruim salaris tegenover stond – en een gelegenheid om in het land te investeren – was het dus een beetje verrassend dat geen van mijn kinderen geïnteresseerd was om in mijn voetstappen te treden,” zegt hij bedachtzaam.
    Arieli herinnert zich dat hij hun tegen het eind van zijn dienst vroeg waarom. Ze zeiden tegen hem dat zij hun eigen kinderen wilden grootbrengen in normale huizen waar beide ouders aanwezig zijn.”

    “Toen begreep ik dat mijn kinderen gedwongen waren op te groeien in een huis dat niet ‘normaal’ was,” zegt hij ietwat neerslachtig. “Ik betreur niet de weg die ik insloeg. Ik doorzie hoeveel levens ik heb kunnen redden, maar ik ben me ook bewust van wat het gekost heeft.”

    ‘Meest traumatische gebeurtenis in de Joodse geschiedenis sinds de Holocaust’
    Meer dan vijf jaar had Arieli zich diep ondergedompeld “in de Arabische wereld” als onderdeel van zijn pogingen om Palestijnse terreur te verijdelen. Hij had al die jaren aangenomen dat dit voor Israël bedreiging nummer een was.

    Maar de moord op premier Yitzchak Rabin door de Joodse extremist Yigal Amir keerde zijn inzicht totaal ondersteboven. Arieli beschrijft hoe hij voor het eerst hoorde van de moord, 4 november 1995: “Ik had in de woonkamer gezeten en naar het zaterdagavondnieuws gekeken – iets wat ik nooit doe – toen ze plotseling aankondigden dat Rabin vermoord was.”
    “Ik begon onmiddellijk als een klein kind te huilen. Ik kon mijn tranen niet bedwingen,” zegt hij. “Ik riep iedereen in huis naar beneden. Ik bleef maar schreeuwen, ’kijk eens wat er gebeurd is!’”

    Arieli refereert aan de moord op Rabin als de meest traumatische gebeurtenis in de laatste 2000 jaar van de Joodse geschiedenis. De Holocaust laat hij er helemaal buiten. “Een Jood vermoordde een premier die democratisch gekozen was door burgers van de Joodse staat. Het was een aanval niet alleen op de man, maar ook op de democratie,“ verzekert hij.
    Hij concludeert dat Arabische terreur weliswaar een bedreiging is, maar “secundair” aan de “existentiële dreiging” die door Amir en andere Joodse terroristen naar voren is gekomen. De volgende dag kwam Arieli op zijn werk en vroeg om overplaatsing naar de “niet-Arabische terreureenheid”, de Joodse Divisie.

    Zijn superieuren hadden echter andere gedachten en hielden Arieli aan het werk bij Palestijnse terreur. In 2000 kreeg hij promotie en kwam al het Shin Bet personeel in het Jeruzalem-gebied onder zijn gezag, zo ook het veiligstellen van het bezoek van de toenmalige premier Ariel Sharon aan de Tempelberg. Dat vond plaats vlak voor de Tweede Intifada.

    De terroristen ontdoen van hun supporters

    Negen jaar later werd Arieli’s verzoek op de morgen na de moord uiteindelijk ingewilligd en werd hij hoofd van de Joodse Divisie. “Direct na mijn benoeming begon ik in een rap tempo mijn filosofie hoe terrorisme te voorkomen, gestalte te geven,” vertelt hij.
    “Dit betekende ontmoetingen met honderden gemeenschapsleiders – van leraren tot rabbi’s tot gemeenteraadsleden. Ik bemoedigde hen alles eraan te doen om te voorkomen dat hun jongeren van school gingen en naar de ‘hilltops’ in Judea en Samaria wegtrokken.”

    Hoewel Arieli verduidelijkt dat de focus van zijn eenheid niet uitsluitend gericht is op Joodse terreur, en dat Joodse terreur niet alleen uitgevoerd wordt door religieuze extremisten, kwam het gesprek toch steeds weer terug bij deze laatste groep, de hilltop (‘heuveltop’) jongeren. Zo genoemd vanwege hun achtergrond in de voorposten op heuveltoppen voorbij de Groene Lijn.

    Arieli verklaart dat voor alle hoofdpijn die deze jonge Israëli’s het veiligheidsapparaat bezorgen, het slechts om een honderdtal gaat.
    De ‘prijskaarthaatmisdaden’ tegen Palestijnen en hun bezittingen zijn ogenschijnlijk bedoeld als vergelding van geweld tegen Israëli’s of regeringsbeleid dat als vijandig richting de kolonistenbeweging gezien wordt. De voormalige Shin Bet agent stelt echter vast dat deze misdaden de potentie in zich dragen Israël in een oorlog te trekken.

    Om zo’n scenario te voorkomen, ging Arieli op bezoek bij “zoveel mogelijk gemeenschapsleiders als maar mogelijk.” Het doel van deze bezoeken was om het handjevol radicale jongeren los te koppelen van hun supporters.

    Om te verduidelijken wat hij bedoelt, steekt Arieli een open hand in de lucht, en tikt het topje van zijn pink aan. “Dit zijn de terroristen,” zegt hij, verzekerend dat ze maar een kleine minderheid vormden.

    “Dit zijn de zogenaamde hilltopjongeren,” gaat hij verder terwijl hij zijn ringvinger vastpakt. Zijn linkerhand aflopend zegt hij dat zijn middelvinger de supporters van hilltopjongeren vertegenwoordigt; zijn wijsvinger vertegenwoordigt de gemeenschapsleiders die onverschillige tegenover deze jeugd stonden, en de duim vertegenwoordigt die opvoeders die fel tegen hen gekant waren.

    Arieli keert terug naar zijn ringvinger en trekt die richting zijn middelvinger, waarbij hij uitlegt dat het zijn doel was de hilltopjongeren verder weg te trekken van de extremisten die aanslagen op Palestijnen uitvoeren.
    Vervolgens pakt hij zijn middelvinger – de supporters van hilltopjongeren – en trekt die richting zijn wijsvinger, de niet geïnteresseerde rabbi’s en gemeenteleiders.
    Hij doet hetzelfde met zijn wijsvinger die hij naar zijn duim toetrekt.

    “Een terrorist kan niet functioneren zonder steun,” beredeneert hij. “Als ik deze verschillende groepen verder van hen af weet te krijgen, dan zullen de terroristen op een gegeven moment het terrorisme gaan afleggen.”

    In overeenstemming met zijn filosofie om in de meest moeilijke jongeren te investeren, bewerkte hij met aandrang gemeenteleiders op de Westoever om de illegale voorposten aan te sluiten op stromend water; en dat sociale werkers regelmatig de ‘hilltops’ zouden bezoeken.

    De gemeentelijke leiders wezen Arieli’s verzoeken in eerste instantie vaak van de hand. Ze redeneerden dat zij niet verantwoordelijk waren voor deze losgeslagen jongeren. “Ik legde hun uit dat als je hun geen water geeft, ze dat dan bij andere gemeenschappen gaan stelen. En dat door sociale werkers te sturen, een paar van deze jongeren wellicht overgehaald konden worden terug naar school te gaan.”

    Arieli maakt duidelijk dat het een ideale situatie zou zijn als de regering elke illegale voorpost zou vernielen. “Het moment dat de regering besloot om volledig Gebied C onder beheer te hebben, moet dat ook ten volle gehandhaafd worden,” zegt Arieli van de 60% van Judea en Samaria die onder Israëlisch bestuur geplaatst was als resultaat van de Oslo II akkoorden in 1995. “Het gebrek aan handhaving van het beleid tegen illegale bouw schept een omgeving van anarchie die verdere wetteloosheid en extremisme in de hand werkt”, geeft hij aan.

    “De meeste inwoners van Judea en Samaria houden zich niet minder – als het niet meer is – aan de wet dan degenen die binnen de Groene Lijn wonen. Maar om in Yitzar te komen, moet je de anarchie op de wegen door zien te komen,” zegt hij. Hij doelt op de hoofdwegen door het gebied waar het dodental steeds verder stijgt als gevolg van een roekeloze rijstijl en slechte infrastructuur.

    “Deze anarchie beïnvloedt de bredere leefstijl in Judea en Samaria,” geeft hij aan. “Daarom moet de strijd hier beginnen,” zegt hij, en hij wijst uit het raam van zijn woonkamer richting snelweg 1 in de verte.

    Overtuigde ideologen of probleemjongeren?
    Terwijl Arieli vertelt dat uiteindelijk zo’n beetje elke gemeenschapsleider die hij ontmoette ontvankelijk was voor zijn boodschap, was dit minder het geval met de hilltopjongeren zelf die hij op het rechte pad probeerde te brengen.

    “Ze hebben het over ideologie, maar de passie die hen drijft komt ergens anders vandaan – van gebroken gezinnen en van het van school gestuurd te zijn.”

    Hij wijst naar het metalen hek dat rondom zijn hele huis staat. Het werd daar geplaatst, samen met een aantal beveiligingscamera’s, niet tijdens zijn werk met Palestijnen, maar toen hij begon te werken met mede-Joden. Ultrarechtse activisten maakten tijdens zijn eerste week als hoofd van de Joodse Divisie zijn identiteit openbaar en vanaf dat moment was zijn huis van tijd tot tijd doelwit van aanslagen.
    Hoewel de incidenten niet verder gingen dan schade aan zijn huis en auto, waren ze genoeg om uitbreiding van de dagelijkse beveiligingsmaatregelen voor de inwoners van Kfar Adumim te eisen.

    In 2010 kalkten Joodse extremisten Arieli’s naam op de muur van een moskee in het noorden van Samaria. In een prijskaartaanslag staken ze die in brand. “Wanneer ze mijn naam daar schrijven, ziet Hamas het en begint me te volgen,” zei de voormalige Shin Bet bevelhebber. Zulke aanslagen zijn heel berekenend van aard.

    Maar Arieli verklaart dat hij deze bekendmaking in zijn voordeel gebruikte. “Toen ik rabbi’s en leraren ontmoette, wisten zij dat ik recht op de man af zou spelen in opvoedkundige discussies omdat ik nu vanuit dezelfde hoek als zij ermee te maken had.”

    Categorisch ontkent hij het argument dat hij soms hoorde van de religieuze opvoeders dat de hilltopjongeren het verdienen behandeld te worden als ideologische activisten en niet als tieners die rebels zijn en het moeilijk hebben. “Ze hebben het over ideologie, maar de passie die hen drijft komt ergens anders vandaan – van gebroken gezinnen en van het van school gestuurd te zijn,” brengt Arieli naar voren.

    Als de legitimiteit van het stichten van nieuwe Joodse nederzettingen op de hele Westoever ter sprake komt, wijst de inwoner van Kfar Adumim dit van de hand: “Waarom moeten nieuwe gemeenschappen gebouwd worden? Er bestaan al honderden van dergelijke gemeenschappen.”

    Arieli reageert op kritiek van de ultrarechtse jurist en activist Itamar Ben Gvir, die regelmatig de wettelijke vertegenwoordiging voor hilltopjongeren regelde. Ook prees Gvir hun pogingen om Israëlisch beheer van grond buiten de Groene lijn te ‘verankeren’.

    “Denk aan al die islamitische extremisten die de zelfmoordbomaanslagplegers de lucht in prijzen. Maar geen enkele islamitische leider zou ooit zijn eigen zoon erop uitsturen zo’n aanslag te plegen,” merkt Arieli op. “Hetzelfde geldt voor Itamar Ben Gvir. Ik heb niemand van zijn kinderen zien eindigen op de hilltops omdat hij weet dat het voor hen niet de juiste plek is om te zijn.”

    Hij zei dat seks – “niet uit liefde” – en drugs erbij horen in de voorposten gesticht door de hilltopjongeren. “Niemand van hen staat op bij zonsopgang om gebedsriemen aan te leggen en te bidden,” zegt Arieli, en hij wuift de opmerking weg dat de hilltopjongeren met hun lange zijlokken en gebedsdraden religieuzer zouden zijn dan degenen die in de jesjiva’s leren.

    Arieli herinnert zich dat hij op een keer naar zo’n voorpost ging en bij de ingang een jongen van ongeveer twaalf jaar een sigaret zag roken. “Ik vroeg hem waarom hij zo jong al rookte. Hij gaf een brutaal antwoord en draaide zijn hoofd om. Met dit soort kinderen hebben we te maken. Het is geen grootse ideologie,” benadrukt Arieli.

    Hij geeft toe dat hij tijdens bezoeken aan Arabische dorpen meer respect ontving dan bij zijn  bezoeken aan de Joodse voorposten. “Wanneer een Shin Bet agent een Palestijns dorp binnenkomt, dan zien de inwoners dat alsof de staat Israël naar hen toekomt. Maar wanneer ik naar de voorposten ga, wordt er geen respect getoond omdat zij niet in het wettig bestaan van de staat Israël of de Shin Bet geloven.”

    Om deze reden wordt het rekruteren van informanten binnen de voorposten een steeds moeilijker taak. “In de wereld van spionnen win je informanten voor je in, maar er zijn ook informanten die je als zodanig onder druk inzet,” zegt hij. De Shin Bet gebruikt vaker de laatste tactiek als ze met hilltopjongeren te maken heeft.

    Ondanks de terugslag die hij ondervond tijdens zijn drie-en-een-half jaar werken als hoofd van de Joodse Divisie, claimt Arieli dat hij succes heeft gehad in zijn meest belangrijke doel: geen enkele Palestijn werd gedood tijdens zijn aanstelling.
    Hij erkent dat de prijskaartaanslagplegers het voor elkaar hadden gekregen tijdens zijn dienstperiode Palestijns bezit schade toe te brengen, maar hij zei er direct bij dat zijn filosofie om veiligheid door de lens van opvoeding te zien, meer ernstige aanslagen had voorkomen.

    Toen gebeurde het Duma incident
    Nadat hij zijn aanstelling als directeur van de Joodse Divisie in 2013 erop had zitten, nam hij twee jaar verlof om rechten te gaan studeren voordat hij voor drie jaar in dienst zou treden als de diplomatieke vertegenwoordiger van Shin Bet in Washington.

    Tijdens deze periode vond een van de meest dodelijke incidenten van Joodse terreur plaats. In juli 2015 kwamen een moeder, vader en een baby in de vlammen om toen hun huis in het Palestijnse dorp Duma midden in de nacht met brandbommen bestookt was.

    Amiram Ben-Uliel, 21 jaar, werd beschuldigd van de moord op Ali Saad Dawabsha en zijn ouders Riham en Saad Dawabsha. Een tweede ultrarechtse activist was beticht van medeplichtigheid, maar zijn naam is niet bekendgemaakt (onder censuur gebleven) omdat hij minderjarig was ten tijde van de aanslag.

    “Soms heeft de Shin Bet een heleboel meer geheime informatie die het verband met een misdaad aantoont, maar ontbreekt het bewijs dat in de rechtbank gebruikt kan worden.”

    De zaak tegen deze twee is nog steeds niet afgerond, en in juli 2018 eiste de rechtbank dat de vermeende medeplichtige uit de gevangenis moest en onder huisarrest zou komen te staan. Deze beslissing kwam een maand nadat het hof verschillende bekentenissen verworpen had die de nu 19-jarige jongen verbond met de aanslag. Waarom? Omdat de bekentenissen onder extreem harde middelen door de Shin Bet ondervragers eruit gekomen waren.

    “In een democratie is het goed dat de gerechtshoven de besluiten nemen,” zegt Arieli. Hij accepteerde de conclusie die het panel van rechters getrokken had. Hij voegt er echter aan toe dat hij achter de door de Shin Bet gebruikte ondervragingsmethoden staat; hij is er zeker van dat als het ondervragen met harde hand plaatsgevonden heeft, het dan absoluut nodig was.

    “Soms heeft de Shin Bet een heleboel meer geheime informatie die het verband met een misdaad aantoont, maar ontbreekt het bewijs dat in de rechtbank gebruikt kan worden.”
    Dit leidt tot een realiteit waarbij een handvol moordenaars – Israëli’s en Palestijnen – vrij blijft rondlopen. “De Shin Bet weet wie ze zijn, maar er is niet genoeg wettelijk bewijsmateriaal om ze achter de tralies te zetten.”

    Arieli geeft aan: “Indien de Shin Bet van oordeel is dat deze personen een voortdurend gevaar voor de samenleving vormen, zal het extreme middelen inzetten om hen op te sluiten, zoals administratieve hechtenis. Maar zolang dit niet aan de orde is, wordt hun toegestaan op vrije voeten te zijn.”

    Arieli onthoudt zich ervan zijn opvolger de schuld te geven van de Duma-aanslag. Hij geeft wel toe dat de Joodse Divisie zijn filosofie om terreur te bestrijden niet op dezelfde manier voortzette zoals hij gedaan had: namelijk tot het uiterste gaan.

    “De mensen veronderstellen dat ik kom spreken over Iran, Hamas en terrorisme.” Maar Arieli verklaart dat hij veel meer verontrust is door de kloven die zich zowel hebben ontwikkeld binnen de Israëlische samenleving, als tussen de Joodse staat en de diaspora.

    Volgens de voormalige Shin Bet beambte vormen de pre-militaire programma’s waar hij nu lesgeeft het tegengif tegen de dreiging van Israëls interne verdeeldheden. Met tientallen trainingsprogramma’s door het hele land, prijst hij hun bruikbaarheid om Israëli’s uit allerlei sectoren bij elkaar te brengen en hun zo de gelegenheid te geven elkaar beter te leren kennen.

    Arieli hoort ook bij een kleine groep onderwijsdeskundigen die bezig is een Israëlisch ‘centrum voor leiderschap’ op te zetten waar Joodse en niet Joodse universiteitsstudenten uit de hele wereld samen kunnen studeren met jonge Israëlische pre-militaire academie deelnemers.

    “Bedenk wat dit kan bijdragen aan ons land en volk, en wat wij kunnen bijdragen aan de bredere wereld,” zegt hij enthousiast. “Een waar licht voor de naties!”
    Uit de manier waarop hij over zijn visie voor Israël spreekt, zou je hem gemakkelijk bestempelen als een persoon met politieke aspiraties.

    Gevraagd of hij voor zichzelf een toekomst in de Knesset ziet, antwoordt hij zorgvuldig dat hij elke positie zou overwegen die hem de mogelijkheid geeft “de prioriteiten in Israël te veranderen.”

    Over de auteur