fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Nabi Musa en de Og beek

    Petra van der Zande - 17 januari 2019

    “Toen beklom Mozes, vanuit de vlakten van Moab, de berg Nebo, de top van de Pisga, die recht tegenover Jericho ligt. En de HEERE  liet hem heel het land zien: van Gilead tot Dan… Zo stierf Mozes, de dienaar van de HEERE, daar in het land van Moab, overeenkomstig het woord van de HEERE. En Hij begroef hem in een dal in het land van Moab, tegenover Beth-Peor. En niemand weet waar zijn graf is, tot op deze dag.”  – Deuteronomium 34:1, 5,6 (HSV)

    In de Middeleeuwen verzamelden christelijke pelgrims zich rondom Pasen bij de Heilig Grafkerk in Jeruzalem, om daarna in grote konvooien richting de Dode Zee te trekken. Op hun weg naar de doopplaats in de Jordaan, de berg Nebo en Madaba, passeerden zij Nabi Musa, een herberg boven de Jordaanvallei met uitzicht op de berg Nebo. Arabieren, die in de 11e eeuw vanuit de Levant op pelgrimsreis naar Mekka waren, maakten ook gebruik van de eeuwenoude Jeruzalem – Jericho-route. Hun eerste pleisterplaats was ook Nabi Musa. Na verloop van tijd werd deze herberg verward met de tombe van Nabi Musa (de profeet Mozes). Vanwege de eeuwenoude graftombes die in de omgeving gevonden zijn was deze plaats voor velen waarschijnlijk al een ‘heilige’ plek.

    Begin 13e eeuw besloot Salah-e-Din de moslims een nieuw feest te geven. Deze viering liep niet volgens de islamitische maankalender, maar bij hoge uitzondering volgens de Gregoriaanse zonnekalender. De reden: het moest precies samenvallen met het christelijke Paasfeest. De Mammelukken zorgden dat Nabi Musa een van de grote islamitische pelgrimsplaatsen werd en breidden de gebouwen uit. Het vierkante, fortachtige gebouw had hoge muren, een centrale binnenplaats met boogpilaren en 120 kamers. Vlakbij lag een groot islamitisch kerkhof.

    Vanaf 1820 kreeg de Nabi Musa islamitische pelgrimstocht een grotere politieke betekenis. In 1920 liepen rellen uit tot gewelddadig aanslagen op de Joodse bevolking. De Jordaniërs, die in 1948 de Westelijke Jordaanoever bezetten, verboden de viering van dit feest. Sinds 1995 is Nabi Musa in handen van de Palestijnse Autoriteit. De restauratie van het complex wordt gefinancierd door de Europese Unie.

    De beek Og, die via Qumran in de Dode Zee stroomt, vormde volgens Jozua 15:1-7 de Bijbelse grens van de stam Juda. Langs de beek liep de zogenaamde ‘suikerweg’, dat de noordpunt van de Dode Zee met fort Horkania en Jeruzalem verbond. Tijdens het Kruisvaarderstijdperk werd in de Jerichovallei suikerriet verbouwd dat via deze route naar Jeruzalem werd getransporteerd.

    De 30 kilometer lange beek Og begint in Jeruzalem op de hellingen van de Olijfberg, de Scopusberg en Abu Dis, op een hoogte van 800 meter boven zeeniveau. Vierhonderd meter onder zeeniveau stroomt het water in de Dode Zee. Dankzij het hoogteverschil van 1200 meter verandert de beek tijdens zware winterregens in een snelstromende rivier. De beek kreeg zijn naam vanwege de lokale sumakplant die in de rivierbedding groeit – Og in het Hebreeuws.

    Over de auteur