fbpx
  • Majoor I bij het graf van een christelijke IDF-soldaat. - Foto: met dank aan Amit Barak
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Voorwaarts christenstrijder … een niet-Jood in de IDF

    Adam Eliyahy Berkowitz - 15 januari 2019

    ‘Noch ik, noch mijn broers, noch mijn knechten, noch de mannen van de wacht die achter mij kwamen, trokken in die tijd hun kleren uit; ieder had zijn werpspies en zijn water.’ Nehemia 4:23

    De Israëlische krijgsmacht (IDF) zal in februari een christensoldaat bevorderen tot luitenant-kolonel. Hij is daarmee de eerste christen die deze rang krijgt. Het is het resultaat van een zes jaar durend proces dat erop gericht was de autochtone christelijke gemeenschap te integreren in de hoofdstroom van de Israëlische maatschappij.

    De identiteit van majoor I. moet geheim blijven omdat hij kandidaat is voor een positie met een hoog veiligheidsrisico. Majoor I. is een Grieks-orthodox christen en woont in Nazareth-Illit, de Joodse stad die grenst aan Nazareth. Hij is getrouwd en vader van een negen jaar oude zoon en een vijfjarig meisje. Hij omschrijft zichzelf als een Armeens-Israëlische christen.

    De dienstplicht voor het Israëlische leger geldt alleen voor Joden, Druzen en Circassiërs. Van christenen wordt niet vereist dat zij in dienst gaan. Toen majoor I. in 1999 in dienst trad bij de IDF, waren er slechts een paar christenen die vrijwillig zich aangemeld hadden en voornamelijk werkten bij de grenspolitie. Zijn middelbare schoolopleiding aan de Duitse Rooms-katholieke school van de Salvatorian Sisters in Nazareth sloot hij met vlag en wimpel af.

    Majoor I. verklaart dat er in zijn gemeenschap over het algemeen geen vijandschap tegen of vrees bestaat voor het dienst nemen in de IDF. De overgrote meerderheid van de christenen kiezen er echter voor om afstand te doen van militaire dienst ten gunste van het vervolgen van hun studie en het afmaken van een opleiding. Wel geeft majoor I. aan dat er onder de Arabisch sprekende christenen eveneens mensen zijn die om politieke redenen gekant zijn tegen dienst nemen in de IDF.

    Het zijn meest atheïsten, communisten of pan-arabisten. Majoor I. benadrukt dat dit een extreme groep is die in aantal afneemt. Zelf ziet hij ze als “mensen die niet met beide benen op de grond staan.” Hij voegt er aan toe dat ze over het algemeen hun christelijke wortels en geschiedenis ontkennen. “De atmosfeer waarin de meeste christenen in Arabische steden leven is vruchtbare grond voor het bedreigen en onder druk zetten van mensen om geen dienst te nemen in het leger.”

    Nadat hij zijn middelbare school had afgerond kon hij werktuigbouwkunde gaan studeren aan het Technion in Haifa. In die tijd had hij een Joodse vriendin die op het punt stond de IDF in te gaan, en hij zei dat hij toen nog niet helemaal met zichzelf in het reine was. Er miste iets. Majoor I. voelde reeds dat hij een Israëli was. Toen besloot hij om vrijwillig het leger in te gaan, maar als iemand die geen onderwijs aan een Joodse opleiding volgde.

    Bedoeïenenbattaljon
    Hij had geen flauw benul van het proces om je aan te melden bij de IDF. Hij wist niets van de dienstplicht zelf, de verschillende IDF-eenheden, en de ontelbare mogelijkheden die beschikbaar waren voor dienstdoende soldaten. Tot die tijd zag hij een soldaat als “iemand die een wapen draagt en negatieve dingen doet.” Zijn vader kwam hem te hulp en ging praten met verschillende Joodse vrienden die hem in contact brachten met het rekruteringsbureau van de IDF. Daar werd hem meegedeeld dat hij deel zou gaan uitmaken van het bedoeïenenbataljon.

    “Ik had geen idee wat dat inhield,” zegt majoor I. “Mijn persoonlijke gegevens werden niet gecontroleerd, terwijl ik een volledig universiteitstoelatingsbewijs verkregen had met hoge cijfers. Omdat ik niets wist over de procedures bij het leger, was ik een gemakkelijk doelwit om bij elke eenheid die zij maar wilden terecht te komen. Ik werd dus ingedeeld bij het bedoeïenenbataljon, evenals een paar andere christenen die zich vrijwillig meldden en ook niets wisten.”

    “Toen het goed tot me doordrong dat het een eenheid was van uitsluitend bedoeïenen, weigerde ik. De christenen hebben niet de professionele bekwaamheid of persoonlijke kenmerken van bedoeïenen. Hoewel we zelfs dezelfde taal spreken, vormen zij samen een samenbindend geheel waar ik niet in zou passen.”

    Majoor I. merkt op dat latere ervaring zijn opvatting bevestigde. “De bedoeïenen vormen een professioneel bataljon met unieke kenmerken dat kundig is om taken uit te voeren die geen christen of Jood tot een goed einde kan brengen.”

    ‘Niet mijn echte identiteit’
    Majoor I. wilde ook graag dienen in een multiculturele eenheid die meer de hele Israëlische samenleving weerspiegelde. “Ik geloof dat christenen in eenheden moeten dienen waarin iedereen vertrouwd raakt met de verschillende aspecten van de Israëlische samenleving,” zegt hij. “Om die reden is het goed dat er geen homogene christeneenheden bestaan.”

    Majoor I. was overgeplaatst naar de Golani infanterie brigade. Dit kwam voor hem neer op een vuurdoop. “Ik kon niet goed aarden. Ik vertelde iedereen dat ik een Arabisch christen was. Dat leerden wij op school: we zijn Arabieren. We hebben als Arabieren dezelfde muziek, hetzelfde eten, dezelfde taal. Ik heb geen probleem met Arabieren, ook niet met de muziek, het eten of de rijke taal. Maar vandaag weet ik dat het Arabier zijn niet mijn echte identiteit is.”

    Toen hij zichzelf identificeerde als een Arabier – weliswaar een christen Arabier – kwam hij op gespannen voet te staan met de Joodse soldaten van de Golani eenheid. Maar Arabisch is wel zijn moedertaal. Dit bewees enorm profijtelijk te zijn voor de IDF. Majoor I. kon een cursus communicatie volgen en werd daarna geplaatst bij het Signal Corps, de verbindingstroepen die alle communicatie binnen de IDF onder beheer heeft. Vanuit deze positie maakte hij snel vorderingen. Voor een operatie waarbij hij betrokken was, kreeg hij een waarderingscertificaat en dat leidde weer tot zijn toelating tot de officierstraining. Hij diende als officier in een artilleriebataljon, en daarvandaan klom hij op in andere posities in verschillende eenheden, plaatsen, taken en rangen.

    “Gedurende voorbijgegane jaren heb ik in totaal vier jaar gestudeerd ten bate van het leger,” zegt majoor I. “Ik voltooide de studie elektrotechniek en tijdens mijn studietijd was ik betrokken bij het rekruteren van jonge Arabisch sprekende christenen in de IDF. Op het ogenblik volg ik het programma Command and Staff (leiding geven aan legeroperaties) aan de militaire academie. In februari zal ik een positie gaan bekleden bij de marine waar ik bevorderd zal worden tot luitenant-kolonel.”

    Libanon
    Negentien jaar geleden was majoor I. in Zuid Libanon gewond geraakt door granaatscherven tijdens een bombardement door Hezbollah op de faciliteit waar hij de leiding had. In 2012 diende hij als officier in de pantservoertuigen divisie tijdens Operatie Pillar of Defense aan de grens met Gaza. ’s Nachts sliep hij in zijn voertuig vlakbij de tanks. Een groep reservisten die in de buurt dienst deden, nodigde majoor I. uit voor een barbecue in de late avond en beloofde hem de volgende morgen weer terug te brengen naar zijn tankdivisie. Hij kwam inderdaad de volgende dag terug en zag dat zijn eigen voertuig door een mortiergranaat verwoest was. “Mijn eerste reactie was dat ik het jammer vond van mijn nieuwe elektrische scheerapparaat dat in de auto lag,” zegt hij. “Toen ik rustig werd, besefte ik dat een wonder mijn leven gespaard had.”

    Majoor I. benadrukt dat hij in de IDF pas goed zijn identiteit ontdekte: “Als ik niet in het leger was gegaan, zou ik dezelfde gebleven zijn als de andere leerlingen van mijn klas op de middelbare school die zich niet bewust zijn van hun wortels in het Joodse volk. Op de scholen wordt geen onderwijs gegeven over de geschiedenis van de christenen in het Heilige Land en ook niet over de Joodse en Aramese wortels. Mijn vrienden kennen hun eigen persoonlijke geschiedenis niet. Dit wordt versterkt door de Israëlische samenleving die in het algemeen primair hen ziet als Arabieren. Mijn vrienden zien zichzelf alleen als zodanig. Dit is een historische vergissing en een schande. Het is niet goed als iemand niet zijn persoonlijke achtergrond kent.”

    Majoor I. geeft aan dat het voor een christen moeilijker is daarachter te komen dan voor mensen uit een andere minderheidsgroep in Israël. “Als het gaat over bij het leger horen, dan hebben de bedoeïenen en moslims mensen die hen helpen te integreren, en de IDF is blij met hen. De Druzen en de Circassiërs hebben een sterk en georganiseerd lichaam. De christenen hebben nog geen goed georganiseerde en sterke aanwezigheid in de IDF.”

    Trots op identiteit
    Ondanks het anti-IDF-sentiment onder veel christen Arabieren, voelt majoor I. zich niet geïntimideerd, en is hij trots op wie hij is. “Ik ben niet bang wanneer ik mijn uniform draag, zelfs niet in de Arabische stad Nazareth,” zegt hij. “Soms loop ik met opzet in uniform rond en ga winkels van christenen binnen zodat ze zien dat ze niet bang hoeven te zijn. Er is een christenofficier in Nazareth die na zijn diensttijd daar een café opende. Moslimvandalen probeerden hem te dwingen ‘beschermgeld’ te betalen, maar ze hadden geen succes. Hij was niet bang en gaf niet op, vergeleken bij andere christenen die niet in de IDF gediend hadden en de vandalen wel het ‘beschermgeld’ betaalden.”

    Majoor I. ziet veel voordelen die hij toeschrijft aan zijn diensttijd: “Mijn Hebreeuws is sterk verbeterd en ik voel me verbonden met de Israëlische samenleving. Mijn kinderen zitten op Joodse scholen omdat ik weet dat in privé christelijke en openbare scholen in de Arabische sector zij niets leren over hun wortels en identiteit. Niets over de besnijdenis van Jezus in het Joodse Bethlehem, niets over de levens van christenen in het Heilige Land voor de Arabische mosliminvasie. Ik geef er de voorkeur aan dat mijn zoon over zijn vroege christelijke wortels onderwijst krijgt op een Joodse school.”

    Ondanks de vooruitgang in zijn eigen gemeenschap voelt majoor I. in het bijzonder daar nog steeds een sterke onderstroom tegen dienst doen in de IDF, en in het algemeen ook tegen integratie in de Israëlische samenleving.

    “In de christelijke gemeenschap en de Arabische sector zijn sterke elementen aanwezig die erop hameren dat wij onwetend blijven,” verklaart hij. “Ze willen dat er een kloof blijft bestaan tussen christenen en Joden, ze willen ons lossnijden van de staat Israël. Ik hoop eraan mee te werken dat het stigma en de valse opvatting dat de staat ons vervolgt, zal breken. Mijn zus ging ook het leger in. Iedereen in mijn familie ging na mij dienen in de IDF. Het is in onze familie geen vraag meer of je wel of niet in militaire dienst gaat. Het is een gegeven dat je gaat. Ik raak hierover enthousiast omdat we op die manier voortgang boeken en deel zullen worden van degenen die het Heilige Land verdedigen.”

    Deel van mijn geloof
    Majoor I. ziet zijn dienstdoen in de IDF als een wezenlijk onderdeel van zijn geloof. “Zonder de staat Israël hebben christenen geen verbinding met dit land,” zegt hij. “Degenen die zich hier niet thuis voelen zouden hun biezen moeten pakken en naar elders afreizen, want als er geen staat Israël is kan hier geen enkele minderheid leven. Er zijn christenen die denken dat ze Arabieren zijn die tegelijk met de moslims hier kwamen. Dat klopt niet. Maar het is niet gemakkelijk opvattingen van mensen te veranderen, zelfs als die verkeerd zijn. Dat is het wat ze al die lange jaren te horen hebben gekregen.”

    Majoor I. gelooft dat de Amerikaanse christelijke gemeenschap Israëlische christenen kan helpen. “De meeste christelijke geestelijken in Israël zijn bang om te zeggen wat ze denken, zelfs als dat hetzelfde is wat ik denk,” zegt hij. “Het is belangrijk dat christenen uit de hele wereld ons geestelijk steunen. Ze zouden onze steden en dorpen moeten bezoeken om ons te leren kennen en zich met ons te verbinden. We zouden gezamenlijk hier in Israël, het Heilige Land, Kerstfeest moeten vieren. Het is heel belangrijk dat jongeren en christensoldaten hier zien dat christenen uit de hele wereld onze dienst in de IDF waarderen!”

    “Ik roep christenen wereldwijd op de Arabische media en ieder die anti-Israëlpropaganda uitdraagt, niet serieus te nemen. Pak de telefoon, kom hier naar toe, ontmoet ons en luister naar ons. Wees niet onwetend. Kom erachter wat de christenen in het Midden-Oosten meemaken, en begrijp dat het om die reden eveneens belangrijk is voor de staat Israël dat ze bestaat.”

    “Jullie zouden moeten begrijpen waarom het belangrijk is voor het Joodse volk een eigen staat te hebben: het is het enige land in het Midden-Oosten dat christenen toestaat in vrede, vrijheid en veiligheid te leven. Dus in plaats van Israël af te kraken, te verzwakken en het tot een gemakkelijke prooi voor terreur en vijanden van rondom te maken, moeten jullie trots zijn op de Joodse en democratische staat die z’n minderheden verdedigt.

    Over de auteur