fbpx
  • Een gele waas tijdens de stofstorm in de Negevwoestijn. - Foto's: Fraidzjah
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Stofstorm nummer 6

    Fraidzjah - 6 februari 2019

    Dinsdagmiddag om vijf uur joeg ik David en Jonathan naar buiten. Het zou over een kwartier donker worden, maar als ik het snel deed zou het net lukken. “Jongens, geef Toely de kat maar eten en ga even daar de hoge zandhoop. Mam moet echt even de vloer dweilen. Ik roep jullie als het weer droog is binnen.” Eigenlijk dweil ik altijd vlak voor de Sjabbat maar het moest maar een keer twee dagen eerder. De laatste storm had er een puinhoop van gemaakt binnen. En vergenoegd met een glimmende vloer riep ik de jongens weer.

    Woensdagmorgen keek ik op de fiets fronsend in de verte. Met heel wat jaren ervaring in het onderscheppen van de weersveranderingen vertrouwde ik de staalgrijze lucht voor geen meter. Het was te stil, te heiig in de verte. Alsof er een vacuum lag over de woestijn. Niets ademde of bewoog. De weersverwachting was dat het zou gaan regenen in het noorden. Dit betekende bijna altijd koude wind hier echter zonder regen. Had ik de ramen dicht gedaan thuis?

    Ik was een half uur aan het werk toen de woestijn uitademde. Met een harde stoot begon het te waaien in het dorpje dat bovenop een enorm duin is gebouwd. Je koopt hier eerst een bezem en een stofzuiger voordat je een huurcontract tekent. Binnen een paar minuten gierde het zand de straat over. Ik begreep dat terug fietsen onmogelijk zou worden en regelde een lift voor later die middag.

    “Het waait. Het waait hard. Wat moet ik doen zodat vrouwlief niet boos wordt vanmiddag?”

    Manlief vertelde ’s avonds dat hij opkeek van zijn werk en bedacht: ‘Het waait. Het waait hard. Wat moet ik doen zodat vrouwlief niet boos wordt vanmiddag? Oja. De was. Help! Waar heeft ze het wasrek neergezet vanmorgen?!’ en rende buiten het huis rond zonder deze te vinden. Met een voorgevoel had ik de was voor een keer in de badkamer op het wasrek gehangen. Wist manlief veel. Met een zucht van opluchting deed deze de ontdekking. ‘Wat nog meer? Oja. Handdoeken voor de deur.’

    Blijkbaar had mijn wanhopige verzuchting toch iets gedaan na de 5e storstorm die vrijuit ons huis binnen kon gieren en alles had bedekt onder het stof. Waarom had hij niet iets voor de kier gelegd onder de deur als hij toch thuis was geweest!? Rap rukte manlief de schone badhanddoeken uit de badkamer kast. Ik had ‘s middags het hart niet om te zeggen dat hier oude handdoeken voor apart liggen.

    Het uitzicht onderweg tijdens de stofstorm.

    Woensdagmiddag in de auto terug naar huis zagen we letterlijk niets. Enorme wolken ragfijn stofzand wervelden hoog op en vulden de lucht met een vreemde gele kleur. Ik begreep dat dit uit de woestijnen van Egypte kwam en misschien wel uit Soedan en dat deze voorraad onuitputtelijk was. De storm raasde over de auto, rolde dode struiken tegen de ramen en ik zag de grote trampoline van de buurkinderen honderden meters verderop tegen het veiligheidshek gekwakt liggen. De voordeur met beide handen vasthoudend vluchtte ik naar binnen.

    De voorraad handdoeken hadden niets uitgericht en de hele vloer was bedekt met een laagje stof. David zag zijn kans en schreef met beide handen zijn geheimschrift in het stofzand. De luiken voor de ramen waren dicht, en het huis leek een bunker. Tussen vier en vijf uur in de middag klonk er een soort donker en laag gebulder dat geen onweer was. Een enorme stofzuiger was verkeerd om gemonteerd en stootte het stof van zich af in plaats van het naar zich toe te zuigen. Het huis vulde zich met een zachte gele adem en kneep in onze longen. De storm was op zijn hoogtepunt.

    Het regende berichtjes via de mobiele telefoon. Waarschuwingen waar het zicht 0% was op de weg, dringend verzoek om medicijnen voor een kind met astma dat belemmerd werd in het adem halen, buren die dingen zagen vallen en rollen. Manlief was net voor het hoogtepunt de weg op gegaan om te werken met een grote bestelauto maar na tien minuten 5 km/u te hebben gereden keerde hij terug. Levensgevaarlijk om buiten te zijn. Dan maar geen verdiensten.

    Donderdagmorgen waadden we ons door het zand van bed via ontbijttafel naar buiten, alles afblazend dat we in onze handen namen. Ik probeerde om niet aan donderdagmiddag te denken en had daar ook geen tijd voor… En die middag schudde ik verbijsterd mijn hoofd. Deze tussen koeienvlaaien wandelende Hollandse was echt wel iets gewend, tenslotte was dit de 6e stofstorm van deze winter al. Maar hier bleven mijn handen steken. Waar moest ik beginnen?!? Dit had ik nog nooit gezien. Borden in de open kast, glazen, toiletpapier, beddengoed, alles was geel! Je zou het hele huis compleet met inboedel onder water water moeten dompelen.

    Zand in de vensterbank na de stofstorm.

    We wachten nu op nummer 7. Of op de lente.

    Over de auteur