fbpx
  • - Foto: iStock
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Antisemitisme en de Kerk

    Ds. Henk Poot - 14 maart 2019
    Dit referaat hield ds. Henk Poot tijdens een bijeenkomst over antisemitisme in Apeldoorn o.l.v Eric Vink op 18 februari 2019.

    Ik had tijdens de lezing gesproken over de terugkeer van de kinderen van Israël naar het land. Na afloop kwam iemand op me toe en zei: ‘Wist u dat de Taliban van oorsprong Joden zijn? Nou, als die terugmoeten zal Jezus daar nog een hele kluif aan hebben … en om zijn mond speelde een triomfantelijke glimlachje.

    Wat me opvalt is dat als het in de kerk over Israël gaat, of over de Joden, mensen altijd ongemeen fel en met emotie kunnen reageren, alsof de turbo erop gaat. Ik merk dat voortdurend. Voorgangers proberen uit alle macht het onderwerp Israël te vermijden, omdat dat scheuring brengt en de kerk heeft het toch al zo moeilijk. Wat is dat toch?
    Prof.van Praag, hier uit Apeldoorn spreekt in zijn boek Jodenhaat en Zionshaat over een waan. Er zit iets irrationeels achter, je kunt er je vinger niet achter krijgen.

    “Zonder Israël geen eredienst, geen psalmen, geen Tenach en geen Nieuwe Testament, zonder Israël geen weet van de toekomst en van het Koninkrijk, geen verbonden, geen wetgeving, geen Messias. Dat wringt.”

    Ik zou een hele avond kunnen vullen met wat er in de kerk aan antisemitisme aanwezig was en is en hoe zich dat vanuit de allervroegste kerk ontwikkeld heeft. Veel eerder dan de eerste christelijke keizer Constantijn. Ik zou kunnen voorlezen uit Pseudo-Barnabas en Diognetus en Tertullianus in de tweede eeuw, over Chrysostomus, de grondlegger van de liturgie van de Grieks – en Oosters-Orthodoxe kerk.

    Een paar zinnen: Diognetus: “Naar mijn mening hoeft u van mij niet te leren hoezeer hun vrees voor betreffende spijzen, hun bijgelovigheid aangaande de sabbat, hun pratgaan op de besnijdenis, hun huichelarij in verband met vasten en nieuwe maan belachelijk en geen woord waard zijn.”
    Chrysostomus spreekt twee euwen later in zijn paaspreken over de synagoge als een bordeel, vol hitsige, dronken lieden, niet geschikt om te werken en alleen geschikt voor de slacht.
    Maar ik heb niet heel de avond de tijd. Ik wil spreken bij alle waanzinnigheid over vier emoties die een rol spelen en tenslotte ingaan op wat we er in de kerk aan zouden moeten doen.

    Allereerst is er een bepaalde onverschilligheid

    Ik heb me dikwijls afgevraagd hoe het toch mogelijk is geweest, dat de kerk in zijn theologie en in zijn beleving na Auschwitz gewoon is verder gegaan. Alsof er niets gebeurd was en misschien alsof het er niet toe deed, of omdat andere dingen belangrijk waren: Indië, de wederopbouw.
    Er werd wel over de oorlog gesproken, maar dan vooral over het verzet en wat ons door de Duitsers was aangedaan. Maar de moord op zes miljoen Joden was niet echt een issue. Er waren wel theologen die er over spraken maar dat waren uitzonderingen.

    In de kerk hadden we misschien andere zaken aan ons hoofd: In de orthodoxie hoe ik gered en behouden wordt. En in evangelische kringen hoe ik de gaven van de Heilige Geest proef tot waar we samen met Jezus er in de eredienst een heerlijk feest van maken. Je zou verwachten dat we wat meer gestameld hadden na alles wat er gebeurd was. Dat er een grotere ootmoed en verlegenheid zou zijn. En is!

    De tweede emotie is die van macht.

    Ik noem het de tranen van Ezau. Die toch de oudste, de grootste, de sterkste is. De grote vraag is: wie brengt de zegen, het heil de wereld is en waar is het te krijgen. Het antwoord is: Jakob. “Het heil is uit de Joden”, zegt ook Jezus. Zonder Israël geen eredienst, geen psalmen, geen Tenach en geen Nieuwe Testament, zonder Israël geen weet van de toekomst en van het Koninkrijk, geen verbonden, geen wetgeving, geen Messias. Dat wringt.

    Edom is uiteindelijk Rome, zeggen de rabbijnen. Rome die zegt dat in het jaar 70 de Menorah is overgebracht van het verwoeste Jeruzalem naar Rome, het centrum van de wereld. De kerk deelt nu uit. ‘Want de kerk heeft Christus’. En heeft met Christus de waarheid en de positie van Israël overgenomen. Jakob heeft het verknoeid. Het stoort als Jakob dat niet erkent! Het irriteert als het Jodendom springlevend is en overtuigd is van zijn eigen rijkdom!
    Nu voelt de kerk intuitief aan, dat het niet klopt. Dat het anders ligt … bij God, maar tegen beter weten in is de kerk op de troon gaan zitten: Het koninkrijk van God loopt in haar uit, meent zij.

    Mensen zeggen wel eens; ‘Jullie doen Jezus te kort met jullie spreken over Israël’. Maar ze bedoelen; Je doet de kerk te kort. Ik proef zoveel bewondering voor de eigen kerkgeschiedenis, voor de eigen vaderen en de tranen om daar afbreuk aan te doen. Mensen zeggen tegen mij: “‘Je houd zeker meer van Israël dan van Jezus?” En dan zeg ik:
    “Meneer, mevrouw. Nee, maar Jezus houdt meer van Israël dan u, dat is het probleem!”

    De derde emotie: De verontwaardiging van Ismaël.

    Is Isaak dan beter, ben ik dan minder, bungel ik er wat achteraan!? Doen de Joden dan niets verkeerd? Meet God dan met twee maten? De diepe emotie van het gevoel van miskenning, waardoor Ismaël driftig om zich heen slaat. Het verschil tussen discriminatie en antisemitisme is dat discriminatie de houding is die neerkijkt op andere mensen. Antisemitisme is weerzin tegen hen die hoger, beter lijken. Natuurlijk is dat niet zo. God heeft Israël niet uitverkoren om Ismaël te verwerpen. Ismaël is rijk gezegend en Israël is uitverkoren om de wereld te zegenen.

    Een nog andere emotie is het gevoel van schuld, ook een bittere.

    De schuld dat het antisemitisme zich een weg gebaand heeft door de kerk en dat niet in China, maar in de Christelijke wereld heeft de Shoa plaatsgevonden. Een schuld die veelal onbesproken, en misschien daarom ook wel onverzoend is. En die zich uit door Israël onder een vergrootglas te leggen, misschien wel in de hoop dat de Joden erger zijn en onze schuld tot zwijgen brengen. Een Jood zei eens: “Ze zullen ons Auschwitz nooit vergeven”.

    Bid om ootmoed in de kerk. Dat we als christenen de plaats van Israël zullen erkennen en Israël willen zegenen.Meer gebedspunten Vier emoties die het antisemitisme voeden en bij dat alles is er ook een geestelijke component. De strijd in de hemelse gewesten, de wraakzucht van de oude Griekse en Germaanse goden, die moesten buigen voor de God van Israël en die toeslaan als de kerk het besef dat zij de God van Israël dient, loslaat. Franz Rosenzweig is het die betoogt dat het juist Israël is die de kerk behoeden kan voor deze terugval naar het heidendom. En daarmee komen we tot de vraag wat te doen om het spook van de smaad van Israël uit te bannen.

    Wilde takken

    Allereerst het besef dat wij, om met Paulus te spreken wilde takken zijn, die tegen hun natuur zijn geënt op de edele olijfboom. Dat blijft zo. Jezus noch Paulus zijn de stichter geweest van een nieuwe wereldgodsdienst. Wij zijn Jafeth die het huis van Sem zijn binnengekomen. Wij zijn mee gaan lezen, we hebben deel gekregen aan de rijkdom van Israëls God. Of om het anders te zeggen: wij zijn Ruth, die zegt: Uw God is mijn God, uw volk is mijn volk, waar u zult vernachten, zal ik ook de nacht doorbrengen.

    Zoon van Israël

    Wat we moeten doen? Het gaat dieper dan de Sjabbat houden, of koosjer eten, als we dat al kunnen. Maar dat zou je nog kunnen doen, los van Israël. Het gaat dieper, het is het besef, dat de persoon van de Messias, de Christus maar niet God-mens is, veel verder kwam onze dogmatiek niet, maar Zoon van God en Zoon van Israël, Immanuel. Jezus is besneden, ging naar de synagoge, vierde de feesten en at koosjer, koos Joodse jongens uit als zijn leerlingen, gaf een eigen interpretatie van de Thora en schafte hem niet af. En als Hij de Messias is, zal Hij alles doen wat de profeten gezegd hebben dat de Messias zal doen: Dus ook de terugkeer van alle stammen van Israël, het gericht over de volken en ook het herstel van Jeruzalem en het land.

    Gods weg

    God ging al bijna tweeduizend jaar een weg met Israël dat Hij zelf geschapen had. Hij noemt het zijn oogappel en zegt dat net zo min als de maan en de zon en de sterren zullen verdwijnen, Israël zal ophouden zijn volk te zijn en dan niet – zo is God niet – door die naam stiekem aan anderen te geven en zo zij beloften te handhaven. De weg met Israël gaat door en God vraagt daarbij doorgaans niet om om assistentie. Soms ook wel: Breng de Joden thuis en spreek tot hen goede en troostrijke woorden. Maar dan stopt het ook.

    Het is als met een vader die meerdere kinderen heeft en tot wie Hij verschillend spreekt en wat Hij tegen de ander zegt, daar moet ik mij niet in mengen. Ik heb voldoende aan wat God mij zegt.

    Over de auteur