fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Dood, onreinheid en melaatsheid in de Thora (deel 1)

    Rabbijn mr. drs. R. Evers - 28 maart 2019

    In Leviticus 12, 13, 14, 15 en 25 worden allerlei vormen van onreinheid behandeld: de dood, de onbesneden status, menstruatie, bevalling, vloeiingen bij mannen en melaatsheid. Lees de voorschriften in de Thora er op na. Het zijn er te veel om in een relatief kort overzicht te citeren. Wat is hierbij nu grootste gemene deler? Wat is de basis voor al deze onreinheden? Waarom gaat de Thora in op al deze menselijke onvolmaaktheden?

    Het antwoord luidt, dat al deze menselijke problemen een gevolg zijn van de zondeval van Adam en Eva. De Thora wijst ons een weg om al deze problemen te ontstijgen en weer langzamerhand terug te groeien naar de paradijselijke toestand van geestelijke en lichamelijke volkomenheid waar het eindige leven (de dood) en seksualiteit (besnijdenis, menstruatie, bevalling en vloeiingen) geen probleem meer zijn en sociale fricties (melaatsheid) niet meer bestaan.

    “De dood is de hoogste vorm van onreinheid.”

    Dood: zwaarste onreinheid

    De dood is de hoogste vorm van onreinheid. Overleden personen worden zo snel mogelijk weggebracht. De grootste menselijke onvolmaaktheid is zijn sterfelijkheid, een gevolg van Adams en Eva’s zondeval in het Paradijs. Potentieel zouden mensen zichzelf constant kunnen vernieuwen en eeuwig leven. Maar dat is (nog) geen realiteit.

    Sexualiteit: bron van frustraties

    Na bloedvloeiing (menstruatie) wordt een vrouw volgens de Thora onrein. Na de bevalling van een zoon of een dochter wordt de kraamvrouw onrein en moet ze zeven of veertien dagen wachten voordat ze geslachtsgemeenschap mag hebben met haar man; ze moet een offer brengen.
    Een ander gevolg van de zondeval was dat een vrouw tijdens de baring als in doodsnood verkeert. Onze houding tegenover ons eigen lichaam en tegenover seksualiteit werd na de zondeval totaal anders. Kinderen krijgen zou een normale, biologische functie moeten zijn maar bevallen werd zware arbeid en seksualiteit een bron van frustraties en taboes.

    Onbesnedenheid en menstruatiecyclus staan in verband met onze ontaarde toestand, onze breuk met de natuur, en herinneren ons constant aan onze zondeval. Waren man of vrouw onrein dan mochten ze niet in de Tempel komen, want de Tempel is het Paradijs in miniatuurvorm. Het Joodse huwelijk heet kidoesjien – heiligheid. Het vermogen om kinderen te scheppen is heilig. De besnijdenis vindt plaats aan de genitaliën.

    Melaatsheid en roddel

    Een melaatse is onrein en wordt uit de gemeenschap verwijderd. Melaatsheid is een lichamelijke aandoening die als gevolg van een geestelijk gebrek ontstaat. Het spirituele probleem van de melaatse wordt door onze Wijzen gezien als jaloezie en afgunst: het boze oog, dat omgezet wordt in geroddel en achterklap, schijnheiligheid en valse gevoelens (want jaloezie is sociaal onacceptabel. Het moet daarom versluierd en gecamoufleerd gebracht worden. Roddel is het middel bij uitstek om ongewenste individuen uit te schakelen of uit te sluiten. Ik heb gevallen van roddel meegemaakt en de desastreuze gevolgen gezien. Uitermate triest).

    De bron van veel kwaad komt voort uit egoïsme en egocentrisme: kortom een ander niets gunnen. De Talmoed gaat er van uit dat melaatsheid geen gewone ziekte is, maar een ingreep van Boven is in het sociale leven. De melaatse had anderen door zijn geroddel geisoleerd. Daarom wordt hij uit de maatschappij gezet. Langzaam kan de melaatse zich reinigen en terugkeren tussen de mensen. Ieder onderdeel van de reinigingsprocedure vormt een aanwijzing hoe hij zijn maatschappelijk leven opnieuw moet opbouwen. Dit is een oude vorm voor een modern probleem: reclassering.

    Religieuze reclassering

    De vogels, die bij de reiniging gebruikt werden, herinnerden hem eraan dat hij wellicht teveel lasjon hara (roddel) had gesproken: “Hij kwetterde als een vogel”. Eén van beide vogels werd geslacht en de ander werd vrijgelaten. Dit was bedoeld om de melaatse op het idee te brengen, dat wanneer hij zijn spirituele niveau zou verheffen hem verdere ziekte bespaard zou blijven (net zoals het geslachte dier niet meer levend kan worden). Maar wanneer hij zijn zondige gewoonten hervat, zou de ziekte terug kunnen keren, net zoals de vogel die werd vrijgelaten weer terug zou kunnen komen.

    Hout van de hoge cederboom moest samen gebundeld worden met de hysop, het laagste plantje, om de melaatse tot het besef te brengen, dat G’d de hoogmoedige straft door hem te vernederen in zijn melaatsheid. De karmozijnkleurige wol (rode draad) was een symbool voor zonde omdat zonden vergeleken worden met rode draden (vgl. Jesaja 1:18). De kleur moet als een ‘rode lap’ op hem inwerken om tot inkeer te komen. Bovendien heet de karmozijnkleurige wol in het Hebreeuws tola’at (worm) om de mens eraan te herinneren dat hij uiteindelijk weer tot stof vergaat. De breekbare aardewerken kom symboliseert de plaats van de mens in deze wereld. De mens is fragiel, kwetsbaar en vergankelijk. Het bronwater herinnert in de terminologie van onze Wijzen aan de Thora. Het water wordt zeven keer over de melaatse gesprenkeld om aan te geven dat hij Thora moet leren die – volgens één mening – uit zeven boeken bestaat.

    Vloeiingen

    Vloeiingen veroorzaken onreinheid. Als de vloeiing ophoudt moet men in het mikwe (rituele bad) onderdompelen, kleren wassen en een offer brengen: ‘bij iedere man waar afscheiding uit zijn lichaam vloeit, is diens afscheiding onrein’ (Vajikra/Leviticus 15:2). Het mikwe vormt de verbinding met de wateren van Eden, de Paradijselijke volmaakte toestand.

    Alle vormen van onreinheid hebben op de een of andere wijze met een vorm van dood te maken. De melaatse wordt vergeleken met een dode omdat hij totaal buitengesloten wordt omdat hij zo veel kwaad heeft gesproken over zijn naaste. Alle lichamelijke vloeiingen hadden kunnen uitmonden in nieuw leven maar doen dit niet en zijn daardoor een lichte vorm van verspilling van leven. En zijn daarom ook een lichte vorm van dood.

    » Lees hier deel 2

    Over de auteur