fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Een feestmaal, geschenken en gaven voor de armen

    Petra van der Zande - 28 maart 2019
    “Dit gebeurde op de dertiende dag van de maand Adar. Op de veertiende daarvan rustten zij, en zij maakten die tot een dag van maaltijden en blijdschap. En de Joden die in Susan waren, verzamelden zich op de dertiende en op de veertiende van die maand en zij rustten op de vijftiende ervan en zij maakten die tot een dag van maaltijden en van blijdschap. Daarom maken de Joden van het platteland, die in niet ommuurde steden wonen, de veertiende dag van de maand Adar tot een dag van blijdschap en maaltijden, een vrolijke dag en een dag om elkaar geschenken te sturen. Mordechai beschreef deze gebeurtenissen, en hij zond brieven aan al de Joden, dichtbij en ver weg, die in alle gewesten van koning Ahasveros waren, om voor hen vast te leggen dat zij ieder jaar de veertiende dag van de maand Adar en de vijftiende dag daarvan moesten vieren als de dagen waarop de Joden rust gekregen hadden van hun vijanden, in de maand die voor hen veranderd was van verdriet in blijdschap en van rouw in een feestdag, en om deze dagen te maken tot dagen van maaltijden en blijdschap [een jom tov], om elkaar geschenken te sturen en gaven te geven aan de armen. De Joden namen op zich te doen wat ze al begonnen waren, en wat Mordechai hun geschreven had.” (Esther 9: 17-23)

    Vorige week was het Poerim. Tijdens dit feest gelden enkele mooie gebruiken. Misjloach manot (het zenden van porties) is een Poerim mitswa (gebod). Het kan in de vorm van een Poerimmand of een warme maaltijd die aan familieleden of vrienden gegeven wordt. Daterend uit de tijd van Esther, zorgde het gebruik ervoor dat iedereen voldoende eten had tijdens het Poerimfeest. Tegenwoordig ligt de nadruk meer op het geven van zoetigheid aan vrienden, bekenden en zorginstellingen.

    Tijdens het Poerimfeest worden Joden geacht vier mitswot te doen: de Megilat Ruth (boekrol van Ruth) lezen, een feestelijke Poerimmaaltijd (seoeda) eten, twee warme maaltijden (misjloach manot) naar vrienden of bekenden sturen en een gift (matanot le’evjoniem) geven aan twee hulpbehoeftige mensen geven. Dan kan een geldbedrag of voedsel zijn.

    “Om jaloersheid te voorkomen, raadde de Ramban aan dat deze donaties aan zowel Joden als niet-Joden gegeven mochten worden.”

    Officieel mogen misjloach manot alleen op Poerim zelf gegeven worden, zodat de ontvanger er op die dag van kan genieten. Ook al geeft men geen geschenk aan iemand die rouwt, mag die persoon wel een eenvoudig mandje aan iemand anders geven. Vaak worden kinderen, verkleed als Esther of Mordechai, gebruikt als tussenpersoon om de geschenken rond te brengen.

    Poerim kan ook goodwill kweken. Iemand stuurt een Poerim mand naar de buurman die altijd voor zijn deur parkeert, en ook de familie wiens zoon altijd tot diep in de nacht muziek maakt, krijgt een mand. De ontvanger is niet verplicht misjloach manot terug te geven.

    De Sjoelchan Aroech leert dat het prijzenswaardig is om aan vrienden misjloach manot te sturen maar dat het beter is om meer te besteden aan matanot le’evjoniem. Waarom? Omdat er geen grotere vreugde (simcha) is dan het hart te verblijden van de armen, de wezen en de weduwen. Iemand is ‘arm’ als hij zichzelf en zijn gezin niet kan onderhouden, hoge medische uitgeven heeft of andere noden. Allen die hun ‘hand ophouden’ krijgen op Poerim matanot le’evjoniem. Om jaloersheid te voorkomen, raadde de Ramban aan dat deze donaties aan zowel Joden als niet-Joden gegeven mochten worden.

    Een feestmaal, geschenken en gaven voor de armen – goede manieren om kameraadschap, eenheid en vriendschap te promoten en goodwill te kweken.

    Over de auteur