fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Eerherstel voor de Farizeeën

    29 april 2019

    Hoe staat het er?

    “De schriftgeleerden en de Farizeeën zijn gaan zitten op de stoel van Mozes” (Matteüs 23:2)

    De farizeeën hebben in het algemene spraakgebruik geen goede naam. Volgens de woordenboeken Nederlands is een farizeeër een huichelaar, een schijnheilige. Dat lijkt te kunnen steunen op teksten uit de Bijbel. Maar is dat wat het Nieuwe Testament over de Farizeeën zegt?

    “Intussen lezen we makkelijk over een fundamentele uitspraak van Jezus heen: “De schriftgeleerden en de Farizeeën zitten op de stoel van Mozes; daarom, al wat zij u zeggen dat u in acht moet nemen, neem dat in acht en doe het”

    In de vorige column zagen we al dat het Farizeeën waren die Jezus kwamen waarschuwen voor Herodes. Nicodemus en Jozef van Arimathea waren vooraanstaande Farizeeërs. In het boek Handelingen is het niemand minder dan Gamaliël die het opneemt voor de volgelingen van Jezus (Handelingen 5:34vv). Er bestaat een natuurlijke verwantschap tussen de Farizeeën en de ‘eerste gemeente’, zoals die ook gevoeld is met Jezus (vgl. Matteüs 22:34/Marcus 12:28).

    Het negatieve beeld van de Farizeeën wordt vermoedelijk vooral gevoed door hun vermeende rol in de veroordeling van Jezus, door bepaalde gelijkenissen, en door het achtvoudige wee in Matteüs 23. Jezus’ waarschuwing – want dat is het mijns inziens – is daar dan ook niet mals. Vergelijkbare kritiek kun je overigens in de Talmoed vinden. Dus ook Matteüs 23 staat niet los van de Joodse traditie.

    Intussen lezen we makkelijk over een fundamentele uitspraak van Jezus heen: “De schriftgeleerden en de Farizeeën zitten op de stoel van Mozes; daarom, al wat zij u zeggen dat u in acht moet nemen, neem dat in acht en doe het” ook al doen ze het zelf misschien niet (Matteüs 23:2-3). De schriftgeleerden en de Farizeeën hebben dus volgens Jezus’ woord de autoriteit om de Thora (Mozes) uit te leggen en toe te passen.

    Jezus zegt het tegen “de menigte en tot Zijn discipelen”. Impliciet bekrachtigt Hij hiermee de geldigheid en de legitimiteit van de mondelinge Thora (de traditie van de Farizeeën, voortgezet door de rabbijnen na de verwoesting van de tempel), nadat in de voorgaande hoofdstukken het failliet van de Sadduceeën is uitgesproken (Matteüs 21:43; 22:29).

    Ondanks hun tekortschieten wordt hun de leiding van het volk toevertrouwd. Zij mogen ‘rabbi’ (leermeester) genoemd worden, ook al is er maar Eén “jullie leermeester”. Daarom pleit ik voor eerherstel voor de Farizeeën.

    Thema

    bijbel

    Over de auteur