fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Negenenveertig keer een selfie

    Binyomin Jacobs, opperrabbijn - 30 april 2019

    De Joden hadden geen tijd om bij de Uittocht uit Egypte hun deeg te laten rijzen. Eindelijk had de Farao toestemming gegeven om Egypte te verlaten en trokken ze halsoverkop richting de berg Sinai, om aldaar de Tien Geboden te ontvangen.

    Ieder woord in de Thora heeft een eenvoudige betekenis. Maar daarnaast ook vele diepere, filosofische en mystieke verklaringen. Verklaringen die in elkaars verlengde liggen. Waarom zo fanatiek het verbod op brood en gerezen deeg? Voor Pesach werd letterlijk met een kaarsje het hele huis doorzocht opdat in de Pesach week zelfs geen kruimeltje brood gevonden kon worden.

    Gerezen deeg staat symbool voor hoogmoed, de bron van alle kwaad en van alle ruzies. Matze, ongerezen, wijst op bescheidenheid en nederigheid. Maar ook nadat de ergste vorm van hoogmoed is verwijderd en het matze-gevoel zich van ieder heeft meester gemaakt, zijn we er nog niet, letterlijk en figuurlijk.
    Het primaire doel is en was weliswaar om Egypte te verlaten, maar daarna moet iets bereikt worden, iets Hogers.

    De Joden gingen op weg naar de berg Sinai, het ultieme doel van de Uittocht uit Egypte. Negenenveertig dagen duurde de reis. Een mens heeft gevoelens. In totaal, zo leert ons de Joodse filosofie, heeft ieder negenenveertig gevoelseigenschappen. Neem bijvoorbeeld ‘liefde’. Heb uw naaste lief gelijk u zelve. Als ieder zijn gevoel van liefde hiertoe gebruikt, zijn we goed bezig! Maar als de liefde uitgaat naar criminaliteit of naar ‘ikke, ikke en de rest mag stikken”, omdat de mens bezig is met het dienen van de afgod IK, dan wordt die gevoelseigenschap misbruikt.

    Na eeuwenlang in Egypte te hebben gewoond, beïnvloed te zijn geweest door de verderfelijke Egyptische cultuur, waren de Joden eindelijk vrij. Vrij van lichaam, maar nog niet vrij van geest. Daarom negenenveertig dagen: ieder dag een ander gevoel onder de loep, ieder dag een verbetering in gedrag en in denken, tot de Joden zich dusdanig hadden veranderd, dat ze rijp waren om bij de berg Sinaï voor de Eeuwige te verschijnen.

    Die negenenveertig dagen, die zeven weken, geteld vanaf Pesach tot Sjawoeot, het Wekenfeest, heten de Omertijd. Ieder dag werd en wordt geteld, iedere gevoelseigenschap bekeken, ieder dag een eerlijk selfie, om uiteindelijk, vrij van hoogmoed en vol goede edele emoties, op de vijftigste dag bij de Berg Sinai de Tien Geboden te ontvangen.

    Over de auteur