fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Oh oh Israël…

    Joanne Nihom - 29 april 2019

    Het  liedje is ‘Oh oh Den Haag’ (van Harry Jekkers), maar eigenlijk is het ‘Oh oh Israël’…

    Steeds weer valt het me op dat het net ruzie lijkt als Israëliërs met elkaar praten. Harde, opgewonden stemmen en hevig bewegende armen.

    Afgelopen week liep ik een  modezaak binnen. De eigenaresse was in gesprek met een klant. Mijn Ivriet is goed, maar het was zo’n druk en hevig gesprek dat ik het amper kon volgen. Toen de klant wegliep, vroeg ik aan de eigenaresse of de ruzie was bijgelegd. “We hadden geen ruzie hoor”, zei ze lachend, “ze legde me iets uit.”

    Oh oh Israël…

    Ook een verhaal apart: ambulances in het Heilige Land. Vaak rijden ze alleen met zwaailichten, dat betekent: geen haast, maar ik ben wel een ambulance en ik wil erlangs. Is de sirene aan met zwaailichten dan is er spoed. Maar heel soms doen ze dat ook om langs een file te komen.

    Ik heb dat al een paar keer meegemaakt. Als keurige Nederlander zet ik mijn auto aan de kant van de weg zodra ik een ambulance met sirene aan hoor komen – niet iedere Israëli doet dat overigens – en vaak kom ik dan diezelfde ambulance even later in een file tegen of bij een stoplicht.

    Het gevolg: op een haartje na klapten ze tegen elkaar.

    Deze week was het helemaal bijzonder. Een ambulance met zwaailichten en sirene kwam in grote vaart aanrijden. Ik ging aan de kant van de weg staan en met mij nog een aantal automobilisten. De ambulance was nog niet voorbij of een van die auto’s scheurde achter de ambulance aan, dan kan je goed de vaart erin houden, maar de auto voor hem had hetzelfde bedacht. Het gevolg: op een haartje na klapten ze tegen elkaar. Dan hadden we zeker een ambulance moeten bellen.

    Oh oh Israël…

    Tenslotte. Ik woon in het noorden van het land en bij veel kruispunten hier in de omgeving staan bedelaars. Inmiddels ken ik de meesten. Een oudere man in een rolstoel, hij heeft maar één been, raakt me altijd diep. Als het me lukt, want het stoplicht moet daarvoor op rood staan, geef ik hem wat geld.

    Vanmorgen stonden er een paar auto’s voor me. Het stoplicht stond op rood en ik was geduldig aan het wachten tot hij naar me toe kwam. Hij stopte eerst bij de auto voor me. Ik zag dat hij wat muntjes kreeg, die hij altijd direct in een buideltasje om zijn middel stopt, waarbij hij ze gelijk sorteert (ik weet niet waarop). Toen kwam hij richting mijn auto, maar bedacht zich. Ik zag hem teruggaan naar de auto voor me. Hij gebaarde de automobiliste haar raampje te openen en wees naar iets in de auto. Het bleek een fles water te zijn. De vrouw gaf hem die en moest toen doorrijden want het stoplicht sprong op groen. Ik kon hem nog net geld geven en moest toen ook verder rijden, want anders … ook een Oh oh Israël, gaat iedereen toeteren.

    ‘Oh oh Israël’ dacht ik voor de zoveelste keer… plaatsvervangende schaamte dat er zwervers zijn in dit land, maar ook reuze trots omdat de vrouw hem een fles water gaf.

    Thema

    Over de auteur