fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Verteerd door vuur – wat deden Aärons zonen fout?

    Rabbijn mr. drs. R. Evers - 11 april 2019

    Hoofdstuk 16 van Leviticus (het derde boek van de Thora) spreekt een verbod uit op het zo maar in een spontane opwelling het Heilige betreden. Dit verbod wordt ingeleid met de opmerking ‘Na de dood van de twee zonen van Aäron, toen zij G’d benaderden, zei G’d tegen Mozes: ‘Spreek tot je broer Aäron dat hij niet op elk moment in het Heilige mag binnenkomen, daar waar de heilige Ark en het verzoendeksel staan’ (16: 1-2).

    Iedereen voelt op zijn klompen aan dat je niet zomaar kan ‘binnen komen bij G’d’. Het is oneerbiedig tegenover G’d om ‘zonder aan te kloppen’, in pure opwelling Hem proberen te benaderen. Dichter bij G’d komen vereist training en discipline. G’dsdienst is meer dan alleen maar spontane opwelling. Ware religie is niet alleen uithuilen op de schouders van de Almachtige of ‘himmelhoch jauchzend’ staan te dansen van extase.

    “G’dsdienst is meer dan alleen maar spontane opwelling.”

    Religie is een opdracht om G’ds Koninkrijk op aarde te vestigen. Daarvoor is meer nodig dan alleen maar emotie. Het vereist – als bij iedere grote onderneming – vastberadenheid, planning, duurzaamheid, een voorzienende blik, verantwoordelijkheid, resources, leiderschap, visie en inspiratie.

    Vuur verteerde de zonen van Aäron

    Wat was er gebeurd? In hoofdstuk 9 van Leviticus gingen Mozes en Aäron de ‘tent der samenkomsten’ binnen en zegenden het volk. Toen verscheen G’ds Majesteit aan heel het volk. Vuur schoot uit van voor G’d en verteerde de offers op het altaar.

    Toen namen de zonen van Aäron, Nadav en Avihoe ieder zijn wierookvat. Zij deden er vuur in, legden er reukwerk op en brachten zo een vreemd vuur voor G’d, dat Hij de zonen van Aäron niet geboden had.

    Toen schoot er een vuur uit van voor G’d en verteerde hen. Mozes zei toen tot Aäron: Dat is het, wat G’d eerder gesproken heeft: door zij, die Mij nabij zijn, zal Ik geheiligd worden; voor de ogen van het hele volk zal Ik geeerd worden. Aäron zweeg en zei niets’.

    Vier vragen
    Bij deze tekst komen bij mij altijd de volgende vragen op:

    1. Waarom krijgt Aäron de Hogepriesterrol bij de inwijding van de Tabernakel terwijl hij toch bij de productie van het gouden kalf betrokken was?
    2. Wat was nu precies de fout van de zonen van Aäron? Ze hebben inderdaad vreemd vuur gebracht, dat G’d hen niet had opgedragen. Maar is een spontane opwelling van religieusiteit zo erg?
    3. Mozes had Aäron er in het verleden al op gewezen dat Nadav en Avihoe op een ongeevenaard hoog geestelijk niveau stonden en eigenlijk een hoger religieus niveau hadden dan zij, Mozes en Aäron. Hun verheven spirituele niveau ligt ook aangeduid in hun namen. Nadav betekent dat hij van adellijke afkomst was. Avihoe geeft aan dat hij de ‘vader’ van het Joodse volk had kunnen worden. Wat ging hier mis?
    4. Waarom staat er in Leviticus hoofdstuk 16 dat Aäron duidelijk gewaarschuwd moest worden om niet dezelfde fout te maken als zijn zonen Nadav en Avihoe?

    Vraag 1: Aäron was inderdaad betrokken geweest bij de vervaardiging van het gouden kalf maar deed zijn uiterste best om de productie van het gouden kalf te vertragen totdat Mozes zou terugkomen. De zoon van Mirjam, Choer, werd vermoord toen hij het volk terechtwees. Aäron zag dat het geen zin had het volk tegen te houden. Zij zouden alleen maar nog meer doden op hun geweten hebben gehad. Daarom ging Aäron over op een vertragingstactiek. In het vijfde Toraboek staat nog dat G’d erg boos was op Aäron maar Hij vergaf hem uiteindelijk vanwege zijn goede intenties. Toch bleef er natuurlijk een spoor van overtreding achter. Aäron werd door de dood van zijn zoons – ook al was dat door hun eigen schuld – als vader natuurlijk zwaar getroffen. Hij bleef zwijgen, treurde in stilte en reageerde verder niet.

    Vraag 2 en 3. Nadav en Avihoe waren inderdaad religieus bezien zeer begaafde mannen. De Midrasj (achtergrondverklaring) vertelt, dat Mozes en Aäron dit ook wisten. Maar ze waren teveel van hun eigen grootheid overtuigd. Ze waren in zekere zin enigszins ‘overgekwalificeerd’. Juist omdat ze grote geleerden waren, dachten ze de Thora zelfstandig te kunnen uitleggen. Zij leidden uit de Thora af, dat ze hun eigen vuur op het altaar moesten plaatsen hoewel op de achtste dag van Inwijding vuur van Boven afdaalde. G’d was aan zet en het was even niet de tijd voor de mensen om te reageren vanuit hun eigen gevoelens. G’ds Majesteit werd vandaag geopenbaard. G’d Zelf vestigde Zijn Koninkrijk op aarde. De mens moest even zwijgen. G’d kwam de mensen daar in de Sinai woestijn inderdaad heel erg nabij. Dat leidt meestal tot een hoge vorm van extase. Maar de Thora wil dat wij het aardse heiligen en niet dat wij wegzweven in een allesverterende extase en geestelijke opwinding.

    Dit was hun fout. En omdat zij zo dicht bij G’d stonden werden zij ook zwaar beoordeeld. Nadav en Avihoe maakten zich aan nog veel meer schuldig – alles in dezelfde lijn. Zij weigerden het aardse te heiligen en zochten voornamelijk het aardse te onvluchten en weg te vliegen naar hogere, spirituele werelden:

    -Nadav en Avihoe waren ongetrouwd. Ze weigerden kinderen op deze wereld te zetten. Een kind voortbrengen betekent een ziel vanuit de Hemel hier op aarde te laten afdalen in een aards lichaam. Nadav en Avihoe wilden juist het aardse ontstijgen.

    – Ze goten geen water over hun handen en voeten voordat zij het Heiligdom binnengingen, hoewel de Thora dit als verplicht voorschrijft. Handen wassen symboliseert het heiligen van onze aardse bezigheden, van eten tot werken. Daar hadden Nadav en Avihoe weinig boodschap aan.

    – Nadav en Avihoe droegen ook niet de voorgeschreven priesterkleren. Wanneer een profeet een profetie krijgt heeft hij de neiging zijn kleding uit te trekken als symbool van het verlaten van het lichamelijke en op te gaan in de hoge extase van een profetie. Nadav en Avihoe meenden G’d te kunnen dienen zonder acht te slaan op G’ds opdracht speciale kledij te dragen in de Tempel omdat zij zich in een constante trance bevonden en kleren alleen maar als beperking ervoeren.

    -Ze brachten eigen vuur. Dit symboliseert dat zij zich alleen concentreerden op hun eigen religieuze groei en hun eigen trance centraal stelden terwijl de Tempeldienst er juist was voor de heilige beleving van het hele volk. Volledig overtuigd van hun eigen religieuze opwinding, bespraken ze hun eigen initiatief niet eens met elkaar.

    -Nadav en Avihoe consulteerden noch Mozes noch Aäron. Zij hadden hen moeten vragen of dit wel juist was. Zij verlangden zó intens naar een ontmoeting met G’ds Aanwezigheid, dat ze het Allerheiligste binnensnelden om het reukwerk te brengen.

    Het gaat om het aardse hier en nu in de Bijbel. De Thora propageert een doe-religie voor het hele volk. G’d wilde en wil wonen temidden van de mensen. G’ddelijkheid daalde af naar deze materiële wereld. G’d gaf heiligheid aan het wereldse. Nadav en Avihoe gingen juist de tegenovergestelde richting, van beneden naar boven. Ze wilden zich niet ‘verlagen’ tot een huwelijk en ook geen zielen op de wereld laten afdalen. Dit zou daling betekenen. Zij zochten juist stijging.

    Hoogzweverij met mystieke zweem is egotripperij en jubelend vertoeven onder de vleugelen van G’ds Majesteit is mooi, maar niet voldoende. Nadav en Avihoe waren te veel op hun spirituele emotie gefixeerd en vergaten de ware bedoeling van de Bijbelse opdrachten.

    Vraag 4: Dit was de boodschap in Leviticus 16 aan de vooravond van Jom Kippoer, de Grote Verzoendag. Omdat op Jom Kippoer al onze zonden tussen mens en G’d vergeven worden, staan de lijnen naar het Opperwezen op deze dag open. Het is een dag van top inspiratie met gevaar van wegzweverij. Daarom krijgt Aäron juist nu weer even een korte herinneringswaarschuwing.

    Over de auteur