fbpx
  • Konstanty Rockiki, een Poolse diplomaat werkzaam in Bern tijdens de Tweede Wereldoorlog. - Foto: Wikipedia
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    De Poolse Holocaustheld over wie tot nu toe niemand iets wist

    10 mei 2019

    Konstanty Rokicki en medediplomaten in de Zwitserse stad Bern maakten duizenden valse paspoorten om Joodse levens te redden. Hij stierf zonder dat iemand dat wist. Tot vandaag.

    Konstanty Rokicki was een Poolse diplomaat en werkzaam voor de geheime dienst. Hij stierf onder armoedige omstandigheden in 1958. Achteraf bleek hij een van de vergeten helden van de Holocaust te zijn. Hij probeerde het leven van duizenden Joden te redden met zijn bekwaamheid Paraguese valse paspoorten te maken.

    Driekwart eeuw nadat Rokicki zijn formidabele vaardigheid aanwendde de Nazi’s voor de gek te houden, en 60 jaar na zijn sterven aan longkanker, waren leden van mijn team in de Poolse ambassade in Zwitserland verbaasd de nette gelijke lussen van zijn handschrift te herkennen op het ene na het andere paspoort. In 2017 waren de reisdocumenten ontdekt door Poolse en Canadese journalisten. Zij vroegen ons om bevestiging van een van de moedigste hoofdstukken in het redden van Joden uit de greep van de Holocaust tijdens de oorlog.

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Rokicki viceconsul op de Poolse ambassade in Bern. Daar werkte hij samen met ambassadeur Alexander Ladoś en zijn plaatsvervanger, adviseur Stefan Ryniewcz. Hij stierf in 1958 en was begraven op een Zwitserse armenbegraafplaats. Nu wordt hij door het Yad Vashem Wereld Holocaust Herinneringscentrum in Jeruzalem erkend als Rechtvaardige onder de Volken.

    Sta me toe een paar feiten toe te voegen die we tot dusver gehoord hebben.

    1. De reddingsoperatie in Bern was veel groter dan we aanvankelijk hadden gedacht.

    Alle Paraguese paspoorten die tussen 1941 en 1943 in Bern werden uitgegeven, waren opeenvolgend genummerd in 5 verschillende nummerseries. Gebaseerd op het hoogste serienummer van elke serie, schatten we dat op zijn minst 1056 paspoorten voor 2500 mensen waren verstrekt. Daar komen nog de vervalste documenten bij die voor 2000 andere Joden hun Paraguees burgerschap bevestigden.

    Ook gaven Ladoś, Rokicki en Reniewicz aan de Joodse organisaties het groene licht documenten uit Honduras, Haïti en Peru in handen te krijgen. Toen de Zwitserse politie probeerde tussenbeide te komen, verdedigden de drie mannen hun Joodse partners. Onze inschatting is dat tussen de 8000 en 10.000 Joden uit Polen, Nederland, Duitsland, Oostenrijk en een tiental andere landen, een kans gegeven werd deportatie te vermijden dankzij Rokicki en zijn collega’s. Dit vermeerderde de overlevingskansen.

    2. Rokicki handelde niet in z’n eentje, hij was onderdeel van een team.

    Rokicki stond bekend als een van de topmensen van de Poolse Militaire Geheime Dienst (Dwójka). In de jaren twintig van de vorige eeuw werkte hij in de Sovjet Unie. In Bern diende hij onder ambassadeur Ladoś en Ryniewicz. De laatste werd een persoonlijke vriend van hem. Rokicki werd ook gesteund door zijn Joodse collega Juliusz Kühl die op het consulaat werkte. Allen wisten van de paspoorten. Zowel zijn meerderen als zijn collega’s ondersteunden de operatie en namen er deel aan. We hebben vastgesteld bewijs dat in veel gevallen Rokicki rechtstreeks handelde op instructies en bevelen van zijn superieuren.

    We schatten dat op zijn minst 1056 paspoorten voor 2500 mensen waren verstrekt.

    Een van de vele voorbeelden: ambassadeur Ladoś kreeg een verzoek om een paspoort te organiseren voor de familie van Herbert Kruskal, z’n vrouw en drie kinderen. Er werd toen een paspoort vervaardigd in het handschrift van Rokicki, duidelijk nadat Ladoś Rokicki hiervoor inschakelde. De hele familie overleefde.

    Toen het complot uiteindelijk ontdekt was, kwam ambassadeur Ladoś persoonlijk tussenbeide bij het Zwitserse ministerie van Buitenlandse Zaken, waarbij hij dreigde voor Zwitserland er een internationaal schandaal van te maken. Ryniewicz ging naar de Zwitserse Vreemdelingenpolitie en kalmeerde de hoofdcommissaris Heinrich Rothmund. “Het gaat om mensenlevens,” was het argument van Ladoś en Ryniewicz. De Zwitsers zagen af van verdere acties.

    3. Rokicki volgde de instructies van de Poolse regering op maar deed meer.

    De meeste diplomaten die tot Rechtvaardigen onder de Volken zijn verklaard, handelden alleen, en waren voortdurend op hun hoede voor hun meerderen. Maar dit is een volledig ander geval. Ladoś en zijn diplomaten – die de Zwitserse wet overtraden – kregen steun van hun superieuren.

    Toen in april 1942 de Poolse regering-in-ballingschap hoorde wat er in Bern gebeurde, juichte het onmiddellijk de illegale vervalsing toe omdat de motivatie uit ‘puur humanitaire redenen’ bestond. Vervolgens verzocht de regering dat zulke paspoorten verstrekt moesten worden aan tientallen, zo niet honderdtallen Joodse activisten en religieuze leiders. De regering nam ook deels de kosten voor de operatie voor haar rekening en zorgde ervoor dat  de paspoorten door Paraguay en andere landen als erkende documenten werden beschouwd.

    4. Rokicki kende niet de mensen die hij redde.

    Er is geen bewijs dat Rokicki ook maar iemand kende van de mensen voor wie hij de paspoorten uitgaf. Zoals met veel grootschalige Holocaustredders, hield hij een systeem aan de gang en werkte met lijsten en gegevens die hem door vertrouwde Joodse partners werden toegespeeld, zoals Abraham Silberschein van het Wereld Joods Congres, en Chaim Eiss, de vertegenwoordiger van Agudath Yisrael.

    Aan het eind van de vijftiger jaren woonde hij in een armenhuis.

    Niemand van de geredde mensen wist iets van Rokicki af. De meesten dachten dat de paspoorten hun gegeven waren door hun familieleden in Zwitserland. Alleen in 2017 begonnen een paar nog levende overlevenden erachter te komen dat alle paspoorten op elkaar leken. Sommige mensen die gered waren, wisten zelfs niet eens dat er voor hen paspoorten geregeld waren. Sommige documenten kwamen in handen van de Nazi’s en werden voor grote geldsommen verhandeld. Desondanks voorkwam de uitgifte van deze paspoorten dat duizenden mensen naar de doodskampen werden gestuurd.

    5. Rokicki stierf in armoede en vergetelheid.

    Rokicki en Kühl traden op als bemiddelaars bij het betalen van steekpenningen aan de Zwitserse advocaat die Paraguay vertegenwoordigde. Hoewel van Rokicki wordt aangenomen dat hij ongeveer een half miljoen Zwitserse francs aan omkoopgeld heeft betaald aan de Paraguese ereconsul, en dat het geld gegeven was door Joodse, en in sommige gevallen, door Poolse, Zwitserse en Nederlandse donoren, had hijzelf geen enkel financieel profijt van de hele operatie.

    Nadat hij zijn consulaire post in 1946 verliet en weigerde dienst te nemen in de naoorlogse Poolse communistische regering, dacht de Zwitserse politie dat hij te arm was om hem toe te staan in Zwitserland te blijven wonen. Later kwam hij in verschillende rapporten naar voren als een noodlijdend persoon. Aan het eind van de vijftiger jaren woonde hij in een armenhuis.

    U hebt nooit eerder gehoord van Rokicki. Dat klopt, want hij liet geen memoires na.

    Rokicki stierf op 18 juli 1958 aan kanker en werd begraven op de begraafplaats van Luzern in een gedeelte voor de armen. Een laatste spoor van zijn leven is een stukje van een brief gedateerd juli 1957 toen hij in het armenhuis woonde. Rokicki vroeg om 15 francs om de schuld voor zijn maaltijden te kunnen betalen.

    Zijn graf werd pas 60 jaar later ontdekt.

    Dit artikel is geschreven door de Poolse ambassadeur in Zwitserland, Jakub Kumoch, en stond 2 mei 2019 op de website van The Times of Israel. Vertaling: Evelien van Dis.

    Thema