fbpx
  • - Beeld - Elena Kotliarker
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Joodse mystiek – deel 1

    Rabbijn mr. drs. R. Evers - 20 mei 2019

    De Joodse mystiek zoekt een dieper verstaan van Gods Woord om in een hechtere relatie tot des Schepper te leven. Mystiek kent – zoals de naam al impliceert – mysterieuze kanten die ook weerstand en vooroordelen kunnen oproepen. Rabbijn Raphael Evers geeft in dit vierluik een introductie op de Joodse mystiek – de Kabbala. In deel 1: waarom en hoe werd de wereld geschapen?

    De Kabbalisten zien de wereld als een uiting van G’ds liefde: Olam chessed jibane – de wereld is gebaseerd op liefde. Hasjeem (G’d) was alleen voordat de wereld geschapen was. G’d wilde goed doen en had hiervoor schepselen nodig – als het ware, die het goede van Hem zouden kunnen ontvangen.

    Maar als de mens er niets voor zou hoeven doen om die goedheid van Hasjeem te ontvangen, zou dit beschamend zijn. Daarom heeft Hasjeem de mens een jeetser hara (aardse neiging) en een jeetser hatov (neiging tot het goede) gegeven zodat hij op ieder moment moet kiezen tussen goed en kwaad. Wanneer de mens het goede in de ogen van G’d doet en het slechte nalaat, wordt hij G’ds liefde waardig. Anders dan Engelen hebben wij mensen een vrije wil, die ons in staat stelt om door onze keuzes dichter bij G’d te komen of – chas vesjalom (G’dbeware) – van Hem af te drijven.

    Hoe werd deze wereld geschapen?

    Vlak voor de schepping van deze wereld was alles totaal gevuld met G’ds Aanwezigheid. Om plaats te maken voor allerlei andere schepselen ‘buiten Hem’ heeft Hasjeem (G’d) zichzelf ‘uit zichzelf’ terug getrokken. Deze terugtrekking was nodig om van Hem onafhankelijk leven te scheppen. In deze ‘leegte’ zond G’d een ‘lichtstraal’ (jehi or – er zij licht) die door bewerking in de tien ‘Sefirot’ (sferen, eigenschappen, instrumenten) deze wereld creëerde. Deze tien ‘instrumenten’ vormen de totaal spirituele G’ddelijke uitstraling om in fysieke vormen.

    Alle beschrijvingen van de Eeuwige zijn slechts figuurlijk bedoeld. Wij gaan er van uit dat G’d geen lichaam heeft en geen menselijke vorm. We kunnen dus niet zeggen, dat G’d beweegt, rust of opstijgt of afdaalt. Als de Bijbel dan toch in menselijke termen spreekt over G’d, dan mag dit nooit letterlijk genomen worden. De Bijbel spreekt in figuurlijke termen over G’d zodat wij dit beter kunnen begrijpen (de Thora spreekt in menselijke termen zodat wij mensen de Thora kunnen begrijpen).

    De Joodse mystici vonden het inzicht om gestalte te geven aan de manier waarop G’d, als zuiver spiritueel, iets fysieks tot stand kan brengen als deze aarde. Deze gestalte zijn de tien of elf Sefirot. Dit zijn dus eigenlijk een soort G’ddelijke kanalen waardoor de G’ddelijke energie hier op aarde vorm krijgt. Het is een beschrijving van hoe een nieuwe uitvinding aardse vorm krijgt. Zo ontstaat iedere aardse vorm door materialisering van Bovenaardse energie.

    Kabbalistisch bezien is bijvoorbeeld de aardse vorm van een mens een reflectie of neerslag van zijn spirituele of geestelijke beeld in de Hemel. Het totale scheppingsproces van dit universum is dus ‘van Boven naar beneden’, vanuit G’d naar een aardse reflectie, vanuit spirituele energie naar de aardse energievorm; ‘materie’. Darwin dacht horizontaal (een mens ontstond volgens hem uit een bacterie of een oersoep). De Joodse mystiek denkt verticaal: de mens krijgt zijn vorm en energie vanuit de Hemel, van G’d.

    Een voorbeeld

    Hieronder volgt een voorbeeld van materialisering van deze G’ddelijke scheppingsenergie in een parabel van hoe een G’ddelijke ingeving (een idee van Boven) langzaam aardse vormen aanneemt en zorgt voor constante verrijking en vernieuwing van ons aardse leven (G’d schept iedere dag de wereld opnieuw).

    De eerste Sefira heet Ketter, kroon. De kroon staat op het hoofd en vormt de verbinding tussen het bovenaardse en het fysieke universum. Ketter vangt de bovenaardse energie op en verbindt die met aardse ‘ontvangers’ zodat deze bovenaardse energie hier op aarde verdergeleid, uitgewerkt en gebruikt kan worden.

    Chogma, wijsheid of inzicht, Aha Erlebnis of flits van inzicht vormt de tweede Sefira en is het menselijke vermogen om die bovenaardse entiteiten op te vangen en daarmee aan de slag te gaan. Deze flits van inzicht pakt deze bovenaardse ingeving op en maakt er gebruik van om iets nieuws te creëren.

    De volgende (derde) Sefira heet Bina, wat betekent: uitbouwen. De flits van inzicht (de Aha Erlebnis) wordt uitgewerkt in een nieuw begrip, idee, formule of systeem, bijvoorbeeld in een wiskundige vergelijking, die in onze fysieke wereld toegepast kan worden.

    In een volgend stadium ontstaat dan Da’at, vaste kennis (de vierde Sefira) waarmee wij deze wereld kunnen benaderen, omvormen, naar onze hand zetten (het Bijbelse beheersen van de wereld) en veranderen.

    Dit zijn intellectuele Sefirot, die beschrijven hoe nieuwe dingen uitgevonden kunnen worden.

    Praktische voorbeelden

    Neem de relativiteitstheorie van Einstein als voorbeeld. Zijn relativiteitstheorie maakt hem beroemd. Maar hoe kwam hij eraan? Hij bestudeerde alle feiten eromheen en kreeg ineens inspiratie, een ingeving van bovenaf en zag de oplossing. Hij werkte het uit in een theorie en formules en testte deze allemaal uit. En het werkte! Zo kreeg hij inzicht in belangrijke processen die de mensheid vooruit hebben geholpen. Maar het begon allemaal met deze flits van inspiratie die we chogma noemen.

    Laten we een ander voorbeeld nemen: het fenomeen elektriciteit. Door nauwkeurige observatie van fenomenen in deze aardse wereld, ontstond bij grote geesten het concept dat er zoiets bestaat als elektriciteit. Daarna werd geprobeerd dit in woorden en formules samen te vatten en uit te werken waarna men proefondervindelijk elektriciteit in alle sectoren van ons leven kon invoeren tot dit de normaalste zaak van de wereld werd. Niemand weet nog precies hoe het werkt, maar iedereen gebruikt elektriciteit!

    (wordt vervolgd)

    Over de auteur