fbpx
  • - Beeld - Elena Kotliarker
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Joodse mystiek – deel 4

    Rabbijn mr. drs. R. Evers - 23 mei 2019

    De Joodse mystiek zoekt een dieper verstaan van Gods Woord om in een hechtere relatie tot des Schepper te leven. Mystiek kent – zoals de naam al impliceert – mysterieuze kanten die ook weerstand en vooroordelen kunnen oproepen. Rabbijn Raphael Evers geeft in dit vierluik een introductie op de Joodse mystiek – de Kabbala. In deel 4: de oorsprong van het kwaad.

    Zoals we in de vorige drie delen hebben beschreven vormen de tien of elf sefirot

    (tien of elf, is afhankelijk van de vraag of je de bovenste, Ketter meetelt) een voorstelling van hoe Gods volmaakte, verheven licht, neerdaalt en wordt gefilterd tot het gestalte geeft aan wat wij kennen als de materiële schepping. De bovenste sefirot, Ketter, Chogma en Bina konden het G’ddelijke Licht bevatten en verder leiden.

    Na de zondeval van Adam en Eva en de daarop volgende G’dsverduistering in het universum konden de lagere sefirot echter de G’ddelijke kracht en vloed niet goed meer aan en verder geleiden: ze ‘explodeerden en braken’. Dit is niet letterlijk maar meer spiritueel bedoeld. Sjewirat keliem – ‘het breken van de vaten’ betekent dat vonken van G’ddelijke energie niet meer gericht op een duidelijk doel verspreid raakten over de hele wereld en vermengd raakten met het kwaad in dit aardse universum. Daarom moest het Joodse volk over hele wereld verspreid worden om deze verloren G’ddelijke vonken weer terug te brengen tot hun oorsprong om zo de Messiaanse wereld voor te bereiden. De ballingschap lijkt gedeeltelijk ten einde te zijn gekomen.

    “Met de Thora ontstond de gelegenheid om het kwaad te overwinnen, het zelfs om te zetten in goed.”

    Goed en kwaad

    Voordat hij at van de Boom, was Adam’s geest vrij. Hij kon zich volledig wijden aan zijn relatie met G’d. Het kwaad in het Paradijs werd gesymboliseerd door de slang. Het was geen onderdeel van de menselijke natuur. Het kwaad was een kracht van buitenaf. Adam kon die negeren, vermijden of bevragen. De mens had maar één opdracht. Hij mocht niet eten van de Boom, maar deed het toch. En zoals in de Boom Goed en Kwaad onlosmakelijk met elkaar waren verbonden, zo werd de slechte neiging een deel van de menselij­ke ziel.

    De mens werd een vat vol tegenstrijdigheden. Zijn spirituele roeping en zijn lichamelijke driften zouden hem uit elkaar rukken. De mens verloor zijn onsterfelijkheid gelijk met zijn onschuld. Met de zondeval van de mens verviel ook de wereld tot een lager niveau. Al het geschapene was nu doortrokken van een mengeling van goed en kwaad. De Boom van Leven, de Thora, zou de mensen weer kunnen optillen uit hun zonde-toestand. Met de Thora ontstond de gelegenheid om het kwaad te overwinnen, het zelfs om te zetten in goed. De Thora is de enige remedie tegen de slechte neiging.

    G’d gelijk worden

    Toch heeft dit mengsel van goed en kwaad ook een voordeel. Het waarom van de Schepping heeft vele filosofen beziggehouden. G’d heeft de wereld geschapen als een daad van pure naastenliefde, om goed te doen aan het geschapene. De mens als uitver­koren schepsel moest de ontvanger van dit goede worden. G’d wil ons niets minder dan het allerbeste geven. Dit hoogste is niets minder dan G’d Zelf. Het is de bedoe­ling dat de mens op G’d zou lijken, en Hem naderbij zou komen. Om enigszins G’d gelijk te worden, moet de mens een volledig vrije wil hebben.

    In feite is dat het ‘evenbeeld van G’d’ waarover in Genesis bericht wordt. G’d is volledig vrij om te doen en te laten wat Hij wil. Wanneer de mens een beetje G’d gelijk wil worden, moet hij over een volledig vrije wil beschikken. Maar voor zijn vrije keuze moest er naast de mogelijkheid om goed te doen ook een potentieel voor kwaad bestaan. Tot de zondeval was de mens een volledig geïntegreerd wezen, zonder interne conflicten. Na de zondeval vertoonde hij een duidelijke innerlijke scheuring. Dit interne conflict bepaalt de keuzevrijheid van de mens. En deze hele wereld is alleen geschapen voor de mens met zijn vrije wil.

    » Lees ook deel 1, deel 2 en deel 3.

    Over de auteur