fbpx
  • De gouden menora bij de boog van Titus in Rome. - Foto: met dank
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Kleinzoon van een nazi-soldaat doet boete met gouden menora

    7 mei 2019

    De opmerkelijke geloofsdaad van een kleine groep christenen heeft een eervol streven: de diefstal van de gouden menora uit de Tempel door Titus in 70, ongedaan maken! Wat de groep nog meer zoekt, is iets van de liefde van God teruggeven, een liefde die Duitsland in stand hield ondanks de afschrikwekkende misdaden gepleegd op de Joden in de Holocaust. Deze ambitie wordt belichaamd door een gouden menora met een gewicht van 265 pond goud die nog op tijd voor de 71ste Onafhankelijkheidsdag in Israël zal landen, en wordt samengevat in het verhaal van de mensen achter dit project.

    Alexander Dietz is een Duitse christen die al meer dan drie jaar vrijwilligerswerk in Israël doet. Hij komt uit een volstrekt ongodsdienstig gezin. Als jonge man kwam hij in een zware crisis terecht en verviel in een levensstijl die zowel psychisch als lichamelijk ongezond was. De situatie werd zo erg dat hij geestelijk instortte. Zijn zoektocht leidde hem eerst naar het zenboeddhisme en hij ging weer in Dresden wonen. Hij kwam onder de zorg van een fysiotherapeut, een 55-jarige vrouw die hij als ‘mammie’ beschreef.

    “Ze maakte soep voor me klaar en luisterde naar mijn verhalen,” vertelde Dietz aan Breaking Israel News. “Op een keer zei ze: ‘God kan je genezen’. Ik geloofde haar niet. Omdat ze zo aardig was, ging ik wel met haar mee naar een kerk als ze me daarvoor uitnodigde. Het was heel vreemd, maar ik ging elke keer weer mee. Ik bleef met haar bevriend. En ik hielp haar met werkzaamheden rond het huis en zij bleef soep voor me maken. Op een avond had ik het heel erg moeilijk; zij en een vriendin baden voor mij. Toen voelde het alsof de hemel openging, ik kan het niet uitleggen wat er gebeurde. Iets zwaars viel van mijn hart, en ik realiseerde me dat God de ware Genezer is.”

    “De ergste vijanden van Israël hebben nu de grootste gelegenheid Israëls beste vrienden te zijn.”

    “Hij genas mij maar ik besefte ook direct dat dit betekende dat mijn reis met Hem zojuist begonnen was. Op mijn 28ste liet ik alles achter. Alles wat ik had was een kamer en een Bijbel, maar ik was zo gelukkig als ik nog nooit geweest was.”
    Dietz is een toegewijd christen en gelooft vast in Jezus, maar door zijn Bijbelstudie kwam hij erachter dat dit hem noodzakelijkerwijs met de Joden verbond. “Het trof me: hier was ik en las in de Thora van het Joodse volk. Ik las over de Joodse aartsvaders en -moeders, Israël, en Jeruzalem. Ik realiseerde me dat de Messias de Messias is voor iedereen. Het Joodse volk wacht op de Messias, dus er moet hier iets voor mij te vinden zijn.”

    “Natuurlijk, er wordt heel veel gesproken over of Hij al gekomen is maar wij allen wachten op de Messias. Of dit nu de eerste of de tweede keer is dat Hij komt, de idee van Messias zou iets moeten zijn wat christenen en Joden verbindt. We moeten de krachten bundelen om ons voor te bereiden op de Messias. We hebben elk een verschillende taak in Gods Verlossingsplan voor de hele wereld, maar we moeten ons herinneren dat God Eén is.”
    De nieuwe reis bracht Dietz eveneens bij zijn vrouw en hun huwelijksreis in het Heilige land. Ook ging hij naar de kerk, en toen ontdekte hij hoeveel schade de vervangingstheologie het christendom had berokkend.

    “Vervangingstheologie is de basis van antisemitisme en is slecht voor de Joden,“ zei Dietz. “Maar het is veel erger voor christenen. Het heeft invloed op ons geloof in Jezus. Demonische invloeden slopen de Kerk binnen. Ik vraag altijd aan God waarom Hij dit toeliet.” Dietz heeft veel hierover gebeden, en werd ook een richting gewezen. Hij merkte in de afgelopen jaren op dat er een groeiende band is ontstaan tussen christenen en Joden die een zionisme aanhangen dat op geloof gebaseerd is. Dietz gelooft dat we op een centraal punt in de geschiedenis aangekomen zijn waarin zich een grote verandering voltrekt voor beide religies.

    “Het was nog niet de tijd om vervangingstheologie de wereld uit te helpen,” zei hij. “Nu is het de tijd voor het christendom de vervangingstheologie in elke vorm achter zich te laten en terug te keren door een band met Israël aan te gaan.” Dietz verbond zich met een vriendengroep van 11 personen die zich Reforma Sion noemde. De naam is een woordspeling gebaseerd op de protestantse Reformatie door Maarten Luther in 1516 begonnen, precies 500 jaar eerder dan de formatie van hun groep.

    “Wij hadden een nieuwe reformatie nodig, een die gebaseerd is op Sion,” zei Dietz. “Maarten Luther had iets van de Heilige Geest, een werkelijke ontmoeting met God. Maar op het eind van zijn leven werd hij antisemitisch omdat de Joden weigerden Jezus te accepteren. Hitler baseerde zijn antisemitisme op Maarten Luther. Wij moeten dat herstellen. Christenen hoeven niet Israël te ‘reformeren’. Wij moeten onszelf bekeren, en in het christendom (de Kerk) een openbaring van Israël brengen waar de Bijbel begon.”

    Terwijl Dietz vrijwilligerswerk deed in Israël, kwam hij erachter dat er ongeveer 150.000 Holocaustoverlevenden in Israël wonen. Hij ontdekte ook dat hij een persoonlijke connectie had met de Holocaust. “Mijn grootvader was erg oud,” zei Dietz. “We wisten dat hij net als alle Duitsers van zijn leeftijd, gevochten had in de oorlog. Maar hij sprak nooit daarover. Toen hij ziek was en het duidelijk werd dat hij niet heel lang meer zou leven, haalde hij plotseling een doos te voorschijn die vol medailles zat, waaronder ook nazi-medailles. Het was een belangrijk iets in zijn leven maar hij weigerde erover te spreken. Maar voor ons werd de Holocaust ineens heel persoonlijk.”

    Een Joods-Israëlische vriend hielp Dietz om dit in een ander perspectief te zien. “De ergste vijanden van Israël hebben nu de grootste gelegenheid Israëls beste vrienden te zijn,” zei Dietz. “In het christendom noemen we dit genade, maar in het Hebreeuws noem je dit chessed. Chessed is waarom ik zelfs besta. Duidelijk is dat de enige reden waarom Duitsland nog in Gods wereld bestaat, Zijn chessed is.” “Als je de ontvanger bent van zo’n liefde, moet je die teruggeven,“ zei Dietz. “En de enige manier om dat aan God terug te geven is het door te geven aan je medemens.”

    Studies hebben aangetoond dat Holocaustoverlevenden lijden door een overmaat aan sociale, economische en gezondheidsproblemen. En Dietz besloot om actief mee te helpen deze problemen te verlichten. Hij is betrokken bij veel vrijwilligerswerkzaamheden, maar zijn focus ligt op activiteiten die vreugde geven aan Holocaustoverlevenden. Hij doet dit via de organisatie Yad L‘Ezra (Helpende hand). Dietz en zijn vrouw hebben ook contact met Duitse christelijke groepen die naar Israël komen. “Ik vertel tegen hen: Ga en geef licht,” zei Dietz. “Dit gaat niet over theologie. Wij moeten dienen, en laat Gods licht de boodschap zijn.”

    Dietz merkte op dat het aantal Holocaustoverlevenden elk jaar minder wordt omdat hun generatie aan het verdwijnen is. Maar de les wordt steeds belangrijker. Hij wees op de verontrustende politieke ontwikkelingen in Europa en Amerika, waar haat, extremisme en verwerping van God sterker schijnen te worden. “De enige manier om niet weer bedrogen te worden, en een kwade heerser als Haman of Hitler te herkennen, is door in zee te gaan met ‘Gods oogappel’ zoals de Bijbel Israël noemt.”

    Het boek Zacharia spreekt het duidelijkst daarover: “Want zo zegt de HEERE van de legermachten: Nadat Hij heerlijkheid heeft beloofd, heeft Hij mij gezonden tot die heidenvolken die u beroven, want wie u aanraakt, raakt Zijn oogappel aan.” (Zacharia 2:8)
    Dietz verklaarde zijn uitleg van deze tekstregels, dat geschiedenis een perspectief vereist dat groter is dan wat mensen kunnen uitdenken: dat perspectief omspant vele generaties.

    “De enige manier voor de volken om niet bedrogen te worden door slecht leiderschap, is om de huidige gebeurtenissen te zien vanuit Gods perspectief; dat betekent om met God in verbinding te staan via het volk van God – dat met Hem in verbinding staat via Zijn waarden en waarheid.”
    Elke natie die de Joden en Israël slecht behandeld heeft, waaronder Duitsland, heeft op zijn beurt ook geleden. “Zelfs vandaag de dag heeft Duitsland door elkaar gehaald wie de vijand is,” merkte Dietz op. “Duitsland keer weer Israël de rug toe.”

    “Israël, net als andere naties, zit vol met het goede en het kwade,” legde Dietz uit. “Maar achter Israël gaan staan is niet een kwestie van oordelen. We verheerlijken Israël niet omwille van Israël zelf. Onze Bijbel identificeert God als de God van Israël. Dat is de identiteit van God zoals christenen Hem in de Bijbel zien. Christenen en Joden hebben elkaar nodig.”

    Dietz is nu betrokken geraakt bij een opmerkelijk project. In Israël ontmoette hij Bart Repko, een Nederlandse christen die het op zich had genomen de profetieën over land en volk uit te spreken bij/op de Muur en dagelijks te bidden om de vrede van Jeruzalem. Als een geschiedenisstudent was Repko zich bewust van het vele onrecht dat in de naam van de godsdienst de Joden was aangedaan. “Hij verlangde ernaar de onrechtvaardige daden te ‘herstellen’ door te bidden maar ook door te handelen,” zei Dietz. “Hij had sterk de gedachte gekregen dat we de diefstal van de menora door Titus, Gods Licht, moesten rechtzetten.”

    Repko is inmiddels overleden, maar de kleine Reforma Siongroep heeft zijn verlangen tot realiteit gemaakt. Voor het menoraproject was 120.000 euro nodig die door privédonaties er kwamen, en het kostte 18 maanden om de menora te vervaardigen, met succes: een gouden menora als duplicaat van de menora afgebeeld op de Titusboog in Rome, is nu onderweg naar Israël. Net als de menora van Titus, is de replica gemaakt met verschillende gebroken zijtakken.
    “We willen dat de menora staat voor een herinnering aan christenen dat wij iets verbroken hebben,” zei Dietz. “Dit kan een teken zijn van onze bekering. De Joden zijn teruggekeerd naar hun land, maar de christenen moeten ‘herstellen’ wat we verbraken, teruggeven wat we gestolen hebben.”

    “We zagen dat het wegnemen van de menora in het jaar 70 niet slechts het stelen van goud was,” zei Dietz. “Nadat de menora in Rome terecht was gekomen, verklaarde (eeuwen later) Rome zich als de stad van God, het ware Israël. God heeft Israël nooit verlaten, maar wij dienen wat gestolen is, terug te geven. Alles moet terugkeren naar de bron waar het begon.”

    De menora wordt langs dezelfde weg teruggebracht waarlangs hij gestolen was. Vorige week woensdag stond de menora uit Duitsland voor de Titusboog in Rome. De menora is op vandaar van Griekenland naar Haifa vervoerd waar hij in een vreugdevolle ceremonie in ontvangst zal worden genomen.Vandaag, dinsdag, 7 mei, zal hij in Jeruzalem ontvangen worden, op tijd voor Israëls Onafhankelijkheidsdag die woensdagavond 8 mei begint.

    Over de auteur