fbpx
  • De brand laat grote schade achter bij Mevo Modi'im, 26 mei 2019. - Foto: Hadas Parush/Flash90
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Ondanks de brand: hoop en vertrouwen

    Joanne Nihom - 27 mei 2019

    Meer dan duizend branden dwongen afgelopen week duizenden mensen te evacueren. Achthonderd hectare grond werd verwoest. Dertien brandweermannen raakten bij het blussen licht gewond.

    De Israëlische brandweer verklaarde zaterdagavond dat ze alle branden meester waren. Wat precies de oorzaken zijn geweest van de branden wordt nog onderzocht. Meer dan 300 vrijwilligers hielpen de brandweermannen. Twaalf brandbestrijdingsvliegtuigen werden door Israël ingezet, en vanuit Egypte, Cyprus, Griekenland, Italië en Kroatië werd ook hulp geboden. Een van de gebieden die de ergste schade heeft geleden was het Ben Shemen Forest in centraal Israël.

    Brand in Mevo Modi’im

    De redactie van Christenen voor Israël sprak afgelopen week met de oud-Nederlandse Leah Soetendorp. Zij woont in Mevo Modi’im, een dorp dat vorige week door een brand totaal verwoest werd.

    ‘Gisterenmiddag, donderdag, was ik op weg naar de verjaardag van mijn kleindochter. Toen ik daar aankwam zag ik dat de kinderen met hun ouders al aan het vertrekken waren. Er werd gezegd dat er brand was. Even later werd er via microfoons omgeroepen dat we allemaal zo snel mogelijk het dorp moesten verlaten. Van het ene op het andere moment veranderde alles. Ik ben langs alle huizen gehold, overal heb ik aangeklopt. Sommige mensen lagen te slapen, anderen hadden het bericht niet gehoord. Gelukkig konden we iedereen op tijd waarschuwen.

    We dachten dat het maar voor even was en dat we binnen een paar uur weer terug zouden zijn. We werden naar een winkelcentrum geleid vlak bij ons dorp. Daar hoorden we hoe erg het was. We mochten niet terug, dat was te gevaarlijk. Te veel rook. Ik heb die nacht bij vrienden geslapen.

    Over sabbat is ons hele dorp uitgenodigd bij een dorp in de buurt. Zo konden we allemaal bij elkaar zijn; dat is belangrijk in dit soort situaties. Het is een shock. Alles is weg. Ik heb geen huis, niets meer, alles is verdwenen. De herinneringen aan mijn ouders, mijn jeugd, het is weg, verbrand. Het is net alsof G’d een enorme schoonmaak in mijn leven heeft gehouden en me geholpen heeft alles wat overbodig is, weg te gooien.

    Van het ene op het andere moment veranderde alles.

    Het heeft de bewoners van ons dorp ook dichter bij elkaar gebracht. Als je in een klein dorp leeft zoals het onze, zijn er veel voordelen, maar ook veel schaduwzijden, veel gevechten onderling. Als er zo iets vreselijks gebeurt als dit, waarbij je allemaal echt alles verliest, geeft dat een band.

    Ik ben nu even in het winkelcentrum, want ik heb helemaal niets meer, geen onderbroek, niets, en ik kom mensen uit ons dorp tegen. We omhelzen elkaar innig. Het voelt als een uitbarsting van liefde. Ik krijg zoveel boodschappen van over de hele wereld, iedereen leeft mee.

    Ik ben positief. Zo ben ik opgevoed door mijn ouders, die het vreselijkste van het vreselijkste hebben meegemaakt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij hebben mij geleerd dat het leven het belangrijkste is wat we hebben. Misschien dat ik daarom, als eerste impuls, wel alle huizen ben langsgegaan. Niemand is gewond geraakt en iedereen is er nog. We hebben alleen al onze huizen en spullen verloren.

    Hoe we verder moeten, weet ik niet. Ik probeer het positieve van alles te zien. Misschien is het goed dat we opnieuw moeten beginnen. We moeten waarderen dat we in leven zijn. We moeten elkaar helpen. We mogen nog niet terug naar ons dorp, dat is te gevaarlijk. Een paar jaar geleden heb ik mijn zoon verloren, dat is de ergste pijn die je je maar kunt voorstellen. Over deze brand komen we heen. Iedereen die ons wil helpen, is geweldig. Maar blijf het relativeren.’

    De les van de branden drie jaar geleden bij Haifa

    Afgelopen week waren er een aantal grote branden in Israël. U heeft er al over gelezen. Het weekend is er verder geblust. Het is gelukkig wat minder warm, maar de schade is enorm.

    Grote branden komen vaker voor in Israël. Zo veranderde drie jaar geleden een allesverwoestende brand in korte tijd het blijde groene Haifa in een zwarte, treurige stad. Doordat het zo lang niet had geregend, de grond kurkdroog was, en er die dag een extreem harde wind waaide, kon het vuur zich snel verspreiden.

    Het werd de ergste brand in de geschiedenis van Israël in stedelijk gebied. Een week lang waren de mensen van het Joods Nationaal Fonds (JNF), de politie, Staatsbosbeheer, de brandweer en vele vrijwilligers 24/7 bezig om de branden te blussen. Zij kregen daarbij hulp uit onder andere Amerika, Frankrijk, Kroatië, Cyprus, Turkije, Griekenland, Rusland en ook van Jordanië, Egypte en de Palestijnse autoriteiten.

    Toen werd er besloten, voor de herbouw, om het anders aan te pakken en te zorgen dat zulke hevige branden zouden worden voorkomen. “Na maanden van plannen, bedenken en vooral afwachten – want we wilden de natuur de tijd geven om te herstellen na de branden – zijn we nu bezig met het echte werk,” vertelde Hanoch Borger, boomdeskundige, mij toen.

    “Voorheen bestond het bos voornamelijk uit naaldbomen. De naaldbomen die de brand hebben overleefd, blijven staan, maar we planten geen nieuwe meer, want die zijn uiterst brandbaar. Om toekomstige brandhaarden te voorkomen, planten we de nieuwe bomen ook verder bij de huizen vandaan. En we houden het groen op de grond laag, zodat een eventueel vuur zich niet makkelijk verspreidt.”

    Thema

    Over de auteur