fbpx
  • Via een app op je telefoon kun je zien waar in Israël raketalarm is. | Foto: Robert Scoble (edited) (cc)
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Leven met het luchtalarm

    Joanne Nihom - 24 juni 2019

    Ik woonde net een half jaar in Israël, toen de Tweede Libanonoorlog uitbrak. Zomaar, ongevraagd zat ik in een voor mij totaal onbekende situatie. Het was angstig, vreemd en ik had het gevoel dat ik in een hele slechte film zat. Twee weken geleden, tijdens een verblijf in Nederland, was ik op maandagmorgen in een werkvergadering. Plotseling hoorde ik buiten een alarm afgaan.

    Een bekend geluid. Ik verstijfde. Het voelde alsof ik in Israel was, maar ik bevond mij in Amsterdam-Buitenveldert. Een van de aanwezigen zag mijn verschrikte blik. ‘Het is de eerste maandag van de maand dan wordt altijd om 12.00 uur de sirene getest. Er is niets aan de hand’.

    “Al jaren ligt onder mijn bed een doos met een gasmasker. Die heb ik nog nooit opengemaakt”

    Zomer 2006. Het leek alsof niemand er op voorbereid was. Ik herinner me het allereerste alarm. Grote verwarring. We waren op bezoek bij vrienden in ons dorp. Ik holde naar buiten en zag overal mensen in paniek naar schuilkelders hollen. Ik sprong op mijn fiets, snel naar huis, naar mijn hond. De dagen en weken erna waren bizar. Mijn leven bestond uit de schuilkelder, een minuut rennen van ons huis, en de huiskamer. ‘s Nachts sliepen we, ook als er niets aan de hand was, in de schuilkelder. Voor ‘je weet maar nooit.’

    ‘s Morgens heel vroeg, als het nog donker was, lieten we de hond uit, die ik in die tijd geen seconde uit het oog verloor en zij mij ook niet. De knallen van de raketten die vanuit Libanon werden afgeschoten, waren oorverdovend. Nog steeds als ik vuurwerk hoor, lopen de rilllingen over mijn lijf.

    Bij knallen vanuit Israel deed mijn hond niets, maar een paar seconden voor de knallen uit Libanon, stond ze al bij de deur te blaffen dat we moesten rennen.
    Het leerde me om nog meer op dieren te vertrouwen.

    Vrienden vragen me wel eens of ik in die tijd bang was en terug wilde naar Nederland. Beide gedachten pasten niet in die rare periode. De situatie was zo onrealistisch, zo ‘niet om voor te stellen’, dat je hoofd en lijf in een soort andere stand komen.

    Aan de noordelijke grens is het relatief rustig. Toch triggert het horen van een alarm het lijf. Al jaren ligt onder mijn bed een doos met een gasmasker. Bij het schoonmaken komen we elkaar even tegen. Ik heb de doos nog nooit opengemaakt, en ik ben ook niet van plan om dat ooit te doen.

    Of ik wat wil drinken? Ik ben weer terug in de vergadering.

    Over de auteur