fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Van vloek naar zegen

    Rabbijn mr. drs. R. Evers - 29 juli 2019

    De heidense profeet Bileam wordt door koning Balak van Moab ingehuurd om de Bnee Jisraeel, het Joodse volk, in de woestijn te vervloeken. Deze hele episode – die uitmondde in een groot debakel (een orgie van afgoderij en ontucht waarbij minimaal 24.000 Joodse mannen stierven) wordt beschreven in het vierde boek van Mozes, Numeri, hoofdstuk 22 tot en met 24.

    In de Hebreeuwse Bijbel wordt deze episode genoemd naar Balak. Het is de enige episode in de Bijbel die naar een heidense koning genoemd is, hetgeen uitzonderlijk genoemd mag worden.

    Nog uitzonderlijker is de Talmoedische traditie dat onze Wijzen dit hele verhaal van de vloeken, die veranderden in zegeningen, wilden opnemen bij de recitatie van het Sjema – de dagelijkse verklaring van G’ds Eenheid. Uiteindelijk hebben onze Wijzen dit niet gedaan omdat zoveel tekst een te grote belasting voor de gemeente zou betekenen. Niettemin duidt deze traditie op het grote belang van deze episode omdat dit vaak in onze geschiedenis gebeurt, dat we fout bedoelde zegeningen toegevoegd krijgen of met hypocriete wensen belaagd worden.

    “We zeggen nogal eens dat ‘schelden geen pijn doet’ maar niets is minder waar.”

    Het Jodendom gaat er van uit dat verbale uitingen heel belangrijk zijn. In Nederland zeggen we nogal eens dat ‘schelden geen pijn doet’ maar niets is minder waar. Kwetsen met woorden kan veel erger zijn dan een fysieke aanval.

    In het geval van de vloeken van Bileam was er zelfs een speciale G’ddelijke interventie nodig om deze vloeken in zegeningen te veranderen. G’d had medelijden met het prille Joodse volk en wilde ze niet laten vervloeken. G’d luisterde niet naar de foute intenties van deze heidense profeet en “veranderde de vloek in een zegen voor u” (Deuteronomium 23:6).

    Maar wat zijn deze ‘gecorrigeerde vloeken’ waard? Er bestaat zelfs een Talmoedische traditie die stelt, dat na de verwoesting van de Tempel alle vloeken van Bileam weer van kracht werden en dat er geen dag is zonder vloek en vervelende dingen.

    Gebed en Torastudie

    De enige zegen die ons altijd heeft begeleid is de zegen ‘Hoe schoon zijn uw tenten, o Jacob, uw woningen, o Israël’ (Numeri 24:5). Met onze tenten worden onze synagogen bedoeld, hetgeen de kracht van onze gebeden symboliseert en met onze woningen worden onze leerhuizen bedoeld, hetgeen de kracht van ons ‘Thora lernen’ benadrukt. Alleen deze twee activiteiten – het gebed en de Thorastudie – zijn bronnen van zegen en inspiratie gebleven, die altijd in staat zijn geweest alle slechte invloeden om te ‘turnen’ in goede ‘vibes’.

    Bileam was niet de eerste man in de geschiedenis die ons versluierde en versluierende vloeken gaf. Bileam was een gilgoel, een reïncarnatie van Laban, de kwaadwillende broer van onze tweede Aartsmoeder Rivka (Rebekka). Toen Rebekka op het punt stond te vertrekken naar Kanaan om te trouwen met onze tweede Aartsvader Isaak zegende haar broer Laban haar met de woorden “Jij bent onze zuster, jij moge worden tot duizenden van tienduizend” (Genesis 24:60). Het vreemde is dat wij tot op de dag van vandaag deze zegen uitspreken tegenover de bruid die onder de choepa, de huwelijksbaldakijn staat.

    Laban wordt door onze Wijzen gezien als een doortrapte witteboordcrimineel, die eigenlijk nog veel slechter was dan Farao. Farao wilde ons ‘slechts’ fysiek vernietigen maar Laban wilde ons ook nog eens moreel en religieus verderven.

    Met zijn zogenaamde zegen bedoelde hij te zeggen dat hij hoopte dat de miljoenen afstammelingen van Rivka precies zoals hij (Laban) zouden worden. Het is alsof hij zei: ‘mogen al jouw afstammelingen net zo doortrapt worden als ik’. Dit wens je zelfs je ergste vijand niet toe! Dit is geen zegen maar een vloek! Hoe kunnen we de woorden van deze ‘spirituele boef’ bij ieder huwelijk als summum van heiligheid en wenselijkheid vermelden?

    Isaak huwde Rebekka toen hij veertig was, maar ze kregen pas kinderen toen Isaak zestig was. De Thora vermeldt alleen maar dat Isaak tegenover zijn vrouw tot G’d bad gedurende deze twintig jaar (Genesis 25:21). De Thora gebruikt bij dit langdurige gebed van Isaak een heel speciale uitdrukking die erop duidt dat er heel veel veranderd moest worden voordat de zegen van G’d aan Abraham dat hij alleen door Jitschak kinderen zou krijgen, op aarde realiteit zou worden. G’d had Abraham al lang met kleinkinderen door Isaak gezegend. Waarom moest Isaak dan zo intens en lang voor hem en zijn vrouw Rebekka bidden dat ze kinderen zouden krijgen?

    Isaak moest zo lang tot G’d smeken om de slechte ‘vibe’ van Laban af te schudden. Daar onze Aartsvaders en –moeders perfectionisten waren, duurde dit lang en moesten de gebeden intens zijn om voor alle komende generaties te verzekeren dat het kwade, dat zich aan deze zegen gehecht had, ongedaan gemaakt zou worden.

    Als G’d uiteindelijk een vloek in een zegen verandert, heeft dit het bijkomende voordeel dat dit nu G’ds zegen geworden is waarop alle mogelijke kwade invloeden en bijbedoelingen geen enkele invloed meer hebben. Daarom zijn de zegeningen uit de Balakperiode tegenwoordig een integraal onderdeel geworden van onze gebeden en beginnen onze gebeden zelfs met deze fraaie zin ‘Hoe schoon zijn uw tenten, o Jacob, uw woningen, o Israël’ (Numeri 24:5).

    Wat doen wij dus met valse zegeningen en foute, maar sympathiek geformuleerde wensen? Wij transformeren deze door intens gebed en diepgaande Thorastudie. Hierdoor worden zelfs de meest verderfelijke invloeden in goede vibes omgezet. Een menselijke vloek wordt een G’ddelijke zegen. Amen!

    Over de auteur