fbpx
  • Enorm veel belangstelling voor de ceremonie. Het monument staat in het hart van de stad, zodat nooit vergeten wordt wat hier in 1941 is gebeurd.
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Olga en de kinderen van Belaya Tserkov

    Anemone Rueger - 17 september 2019

    “Vandaag is een heel belangrijke dag, misschien wel de meest belangrijke in mijn leven,” zei Natella Andrushenko, directrice van de Joodse school in Belaya Tserkov even ten zuiden van Kiev. Op 27 augustus jl. werd op Oekraïense bodem een gedenkmonument in het hart van Belaya Tserkov onthuld voor de eerste in de Holocaust vermoorde kinderen.

    Natella had jarenlang haar best gedaan steun te krijgen voor het gedenkmonument. “Een lange periode heb ik dit

    Het monument voor de Joodse weeskinderen in Bela Tserkva

    onderwerp steeds weer zijdelings aangezwengeld,” zei ze. “Het is niet populair, en het was te moeilijk voor mij – omdat een groot deel van mijn familieleden in massagraven in de buurt begraven liggen. Maar de kinderen gaven me geen rust. Het was alsof hun bloed nog steeds naar de hemel schreeuwde.”

    Slechts enkele weken na de Duitse inval van de Sovjet Unie op 22 juni 1941, vermoordden de SS Einsatzgruppen de Joodse bevolking van Belaya Tserkov. De stad herbergde eens meer dan 20.000 Joodse inwoners. Na de razziamoord bleven 90 jonge kinderen over. Ze hadden geen familieleden meer en zaten zonder eten en drinken twee dagen opgesloten in een gebouw. Tegen de wil van het Wehrmacht leiderschap hadden de plaatselijke SS ploegen uiteindelijk politieofficieren ingeschakeld om de kinderen te executeren.

    In de zomer van 2018 namen Koen Carlier (directeur van Christenen voor Israël – Oekraïne) en Johannes Zink (pastor van een kerk in het Duitse Heidelberg) samen deel aan een eenvoudige baanbrekende ceremonie bij een gedenkmonument voor deze kinderen vlakbij de plek waar ze vastgehouden waren.

    Nu, een jaar later, bracht Johannes een groep mensen van zijn kerk mee, en een belangrijke financiële bijdrage voor de onthulling van het gedenkmonument. Bij deze onthulling waren veel officiële mensen aanwezig waaronder de Opperrabbijnen van Oekraïne en Nederland, de vertegenwoordiger van de Israëlische ambassade, de regionale gouverneur en de plaatselijke burgemeester. Ook waren er overlevenden en getuigen.

    “Ik ben hier om vergeving te vragen voor het lijden, de pijn en de dood die onze vaders en grootvaders over jullie stad brachten,” zei Johannes toen hij de microfoon in zijn hand kreeg en ten overstaan van de ongeveer vijfhonderd aanwezigen neerknielde. “Wij willen dat jullie weten dat wij nu achter jullie, Gods uitverkoren volk, staan…”

    … Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal uw graven openen en Ik zal u uit uw graven doen oprijzen, Mijn volk, en Ik zal u brengen in het land Israël,” hield Roger van Oordt – directeur van Christenen voor Israël – Nederland zijn gehoor voor uit het boek Ezechiël (hoofdstuk 37:12).

    En inderdaad, een week later voegde Dasha – een begaafde leerling van de Joodse School en dochter van onze contactpersoon Tanya – zich bij een groep opgewonden Joodse kinderen op het vliegveld van Kiev. Ze waren daar om een nieuw leven te gaan beginnen in Israël. De vlucht was onderdeel van het Na’aleh Jeugd Aliya programma. Dasha volgde in de voetstappen van haar tante ’s  familie en haar grootouders die vorig jaar aliya maakten. Haar moeder werkt nog steeds op het kantoor van het Joodse Agentschap in Belaya Tserkov en helpt Christenen voor Israël bij het vinden van Holocaustoverlevenden en noodlijdende ouderen in haar stad.

    Tijdens onze bezoekroute met voedselpakketten voor behoeftige ouderen in de omringende dorpen, klopte ons team ook aan op de deur van Olga’s kleine huisje. We zagen de verf van de muur bladderen toen onze ogen gewend waren aan het weinige licht in de belangrijkste ruimte die zowel diende als woon- en slaapkamer. Onlangs was de elektriciteit afgesloten omdat ze niet is staat was geweest haar rekeningen te betalen, legde Olga uit. Ze behielp zich met een olielamp die het goed zou doen in een westerse antiekwinkel. Haar hoofd was omwikkeld met een sjaal, maar haar gezicht straalde een vriendelijkheid uit die een sterk contrast vormde met haar omgeving.

    Toen ik haar hand vasthield en naar haar familie vroeg, begon Olga te huilen. “Moeder gaf me weg,” zei ze in tranen. “Ik was geboren in Kiev. Toen verjaagden ze ons naar Babi Yar – moeder, vader, mijn broer en mij. Op het laatste moment kon mijn moeder mij nog overhandigen aan haar vriendin Galya. Toen liepen ze door. Ze waren allen doodgeschoten. Mijn Oekraïense moeder redde mijn leven.”

    Olga, een Holocaustoverlevende uit een dorpje in de buurt van Belaya Tserkov

    Wij stonden daar in shock bij elkaar, en onze tranen voegden zich bij die van Olga. Hoe kon het dat we zo’n schitterend mens aantroffen na zoveel jaren op zo’n armoedige plek? En toch vonden we haar, 78 jaar na de bloedbaden van Babi Yar en Belaya Tserkov.

    “Mensen kunnen denken: waarom je zo druk maken, waarom investeren in deze mensen terwijl ze al zo oud zijn,” zei Tanya onze plaatselijke project coördinator. “Maar jullie vormen een zonnestraal die de hoop terugbrengt in hun levens. Door jullie liefde en jullie praktische steun, ervaren deze overlevenden dat ze voor iemand belangrijk zijn, zelfs voor iemand uit een ander land. Ze krijgen er hun menselijke waarde mee terug en zo kunnen ze in vrede deze wereld verlaten.”

    Dit verslag is geschreven door Anemone Rueger en stond op de website van Christians for Israel. Vertaling: Evelien van Dis

    Over de auteur