fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Starende blikken

    Julia - 26 september 2019

    Ik kijk naar het slapende meisje. Ze is nog geen jaar oud. Alhoewel ze in de afgelopen maanden flink is gegroeid, is het nog steeds een klein hummeltje om te zien.

    Het meisje wordt 24/7 in de gaten gehouden door middel van een monitorsysteem. Ze heeft continu extra zuurstof nodig en krijgt eten toegediend door middel van een PEG-sonde. Voorzichtig pak ik haar op en leg haar in de buggy. Ze slaapt gelukkig rustig door. Vandaag ga ik met haar naar een afspraak bij een kliniek waar ze spalken voor haar spastische handjes zullen aanmeten.

    Als ik de kliniek binnenloop, passeer ik een man die iets onverstaanbaars naar mij mompelt en mij meelevend aankijkt. Er zitten wat mensen in de wachtkamer die mij en het kleine meisje van top tot teen opnemen. Ik meld haar aan en neem plaats. Twee jonge kinderen kunnen hun ogen niet afhouden van het meisje en ik hoor hen aan hun moeder vragen: ‘Waarom heeft dat meisje een slangetje in haar neus?’ De mensen om mij heen denken dat ik de moeder van het kindje ben en de starende medelijdende blikken geven mij een wat ongemakkelijk gevoel. Ik realiseer mij opeens dat moeders van gehandicapte kinderen zich vaak zo moeten voelen.

    Ik realiseer mij opeens dat moeders van gehandicapte kinderen zich vaak zo moeten voelen.

    We worden binnengeroepen in een klein kamertje. Twee vrouwen stellen zich aan mij voor en vallen stil als ze het kleine meisje zien. ‘Ik neem aan dat jij de moeder bent?’ Ik leg uit dat het meisje in Aleh woont en dat ik daar vrijwilliger ben. Een van de vrouwen krijgt tranen in haar ogen. Ik vraag of ze het moeilijk vindt om een klein kindje te zien dat zo gehandicapt is. De andere vrouw zegt: ‘We zien veel gehandicapte kindjes en we zijn gespecialiseerd in het maken van spalken voor deze kinderen. Maar zelden zien we zo’n klein kindje met een handicap als deze. We zijn allebei moeder en het idee dat dit meisje geen thuis heeft met een moeder die haar veel liefde kan geven, is moeilijk.’

    Ik kijk naar het kleine meisje dat nog steeds ligt te slapen in haar buggy. Ik denk aan haar moeder die regelmatig van ver komt om haar te zien en te knuffelen. Negen maanden heeft zij dit meisje gedragen. Ze kreeg een kindje dat anders was, zwaar gehandicapt en voor wie zij niet kon zorgen. Door de reacties die ik vandaag krijg uit mijn omgeving, het medeleven, de starende blikken, sta ik opnieuw stil bij de ernstige beperkingen van de kinderen in Aleh. En dat de liefde die deze kinderen nodig hebben niet groot genoeg kan zijn. Regelmatig kom ik met verdriet in mijn hart thuis uit Aleh. Gelukkig weet ik dat God over deze kinderen waakt en hen stuk voor stuk kent en liefheeft.

    Thema

    Over de auteur