fbpx
  • Rabbijn Jacobs spreekt de Joden toe in de eeuwenoude synagoge in de Oekraïense sjtettl Berschad. - Foto: CvI
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Een gedachte bij Soekot

    Binyomin Jacobs, opperrabbijn - 8 oktober 2019
    Een antilope was vreedzaam aan het grazen op een Afrikaanse savanne, met haar kalfje dicht naast haar, dat ook aan het grazen was. Plotseling zei het kalfje geschrokken “Mama, ik zie in de verte twee leeuwen!”
    De moeder bleef kalm en zei, “Ja lieverd, ik heb al een tijdje naar ze staan kijken”.
    Een beetje confuus vroeg het kalfje “Ben je dan niet bang? Moeten we niet wegrennen?”
    De moeder antwoordde: “Laat me je iets heel belangrijks vertellen. Luister goed, want jouw leven kan hiervan afhangen: een leeuw in de verte is voor onze soort geen gevaar. Op het moment dat we zien dat de leeuw te dichtbij gaat komen, dan hollen we weg en brengen onszelf in veiligheid.
    Veel gevaarlijker voor ons is een onzichtbare leeuw die zich verstopt in de bosjes, uit het zicht, klaar om een nietsvermoedend slachtoffer te bespringen. Wees altijd op je hoede voor zulke verborgen gevaren …”

    “Openlijke gevaren zijn doorgaans de gevaren waar we ons op richten; wanneer enkelingen of groepen publieke verklaringen afleggen over het vernietigen van ons volk, dan zijn we op onze hoede. Maar veel minder hoor je spreken over de meer verborgen, bedekte gevaren – het type antisemitisme dat toeneemt in de vorm van politieke mooipraterij. Ze noemen het antizionisme, maar bedoelen doorgaans antisemitisme.

    Nog minder is men zich bewust van de gevaren die voortkomen uit onze eigen houding, de verborgen bedreigingen die we onszelf aandoen wanneer we verzuimen onze Joodse identiteit te omarmen, langzaam, maar bijna zeker houden we dan op te bestaan, als volk en als individuele Jood.

    Als er een beurskrach is, neemt meteen iedereen maatregelen, maar bij een langzame inflatie leunt bijna iedereen achterover. Maar zo’n sluipende inflatie kan veel slechter uitpakken, juist omdat het nauwelijks wordt opgemerkt.

    De sjoel van Berschad

    Enige weken gelden was ik in een sjoel in Berschad in Oekraïne. De sjoel is meer dan tweehonderd jaar oud en is gemaakt van leem. Geen elektriciteit, geen water, geen toilet. Zeventig procent van de bevolking van Berschad was voor de oorlog Joods.

    “Ik had het gevoel dat de sjtettl van toen weer even bestond en de sjoelbezoekers uit hun massagraf waren opgestaan. De sjtettl leefde weer.”

    In die sjoel viel mijn oog op drie op de muur geschilderde Hebreeuwse teksten:

    1. Bid voor het welzijn van de Overheid
    2. Hoe mooi zijn uw tenten Jacob
    3. Heb uw naaste lief gelijk u zelve

    Indoctrinatie?

    Bidden voor het welzijn van de Overheid, hier in de sjtettl? Welke Overheid, vroeg ik me af. Het nazibewind? De communistische overheersing?
    En hoe zit het met onze Nederlandse Overheid? Worden wij ook systematisch geïndoctrineerd?

    Van een zichtbare indoctrinatie vanuit de Overheid is G’d zij dank geen sprake. Maar toch? Met betrekking tot Israël wordt er systematisch gesproken over ‘de bezette gebieden’. ‘Bezette’ gebieden en niet ‘betwiste’ gebieden. We merken het al niet meer. Het is normaal geworden. En de inwoners van de betwiste gebieden zijn geen bewoners, maar worden ‘kolonisten’ genoemd. Een sluikse beïnvloeding die bijna ongemerkt de mening van de gemiddelde Nederlander heeft bepaald, bijna onzichtbaar.

    Waarden en normen

    En wat met “Hoe mooi zijn uw tenten Jacob”. Met die tenten kunnen de sjoels bedoeld worden. Maar er is nog iets waarmee de tenten van de Joden mooi waren. Onze overlevering vertelt ons dat de tenten dusdanig waren opgesteld dat er niet bij elkaar naar binnen kon worden gekeken.

    Ik moest terugdenken aan de periode dat wij pas in Amersfoort woonachtig waren en er in een wijk in Leusden de huizen dusdanig waren gesitueerd dat ieder bij ieder naar binnen kon kijken. Resultaat: overspel, partnerruil en echtscheidingen. Waarden en normen.

    In onze samenleving viert ‘alles mag en alles kan’ hoogtij. “Hoe mooi zijn uw tenten Jacob”, vertelde mij die beschildering, die nog nauwelijks leesbaar was, aan de muur van die lemen sjoel in Berschad.

    De sjtettl leefde weer

    En dan: “heb uw naaste lief”. Gebrek aan wederzijds respect, vetes en ruzies, vaak op niets gebaseerd. De lemen sjoel was vol. Ik sprak de gemeenschap uit Berschad toe. Ik sprak in het Jiddisch. Sommigen huilden, omdat ze zich op dat moment verbonden voelden met het Joodse leven van toen. Ze hoorden hun ouders en grootouders weer spreken. En aan het eind van mijn toespraak zongen we: osee shalom. We zongen en zongen. En smeekten G’d om shalom. Ik had het gevoel dat de sjtettl van toen weer even bestond en de sjoelbezoekers uit hun massagraf waren opgestaan. De sjtettl leefde weer.

    Het was en het is alsof wij nog steeds door de eeuwen heen omringd worden door de G’ddelijke wolken die het Joodse volk beschermden na de Uittocht uit Egypte en die wij gedenken door op Soekot in de Soeka te vertoeven.
    Nog vele jaren! Chag Samech.

    Over de auteur