fbpx
  • Loofhutten in een religieuze wijk in Jeruzalem. - Foto: Noam Revkin Fenton/ FLASH90
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Nog even over die loofhutten …

    29 oktober 2019

    Waarom gedenken we met Loofhuttenfeest uitgerekend de tijdelijke onderkomens van de Israëlieten in de woestijn, terwijl er zoveel gedenkwaardige gebeurtenissen in de Thora vermeld staan?

    Waarom vieren we heden ten dage in vredesnaam het Loofhuttenfeest, Soekot?
    De Thora vertelt ons duidelijk dat de reden waarom God ons gebiedt een week lang naar deze hutten te verhuizen, is om ons te herinneren aan Gods bescherming in de woestijn nadat Hij ons uit Egypte had uitgeleid (Lev. 23:42, 43). Dit feest zou dan gevierd moeten worden direct na Pesach wanneer we de Uittocht uit Egypte herbeleven. Niet vijf dagen na Jom Kippoer.

    Daar komt nog dit bij: als dat wat God op dit feest van ons wil – Zijn goedgunstige bescherming in de woestijn herdenken – waarom is verhuizen naar hutten dan het mechanisme om dit te doen? In de talrijke verzen door de hele Thora heen die ons verblijf in de woestijn beschrijven, noemt geen enkel vers onze tijdelijke verblijfplaatsen, de loofhutten.

    Feitelijk is het zo dat alleen door Leviticus 23:42 (met het gebod jaarlijks een week in loofhutten te wonen om onze woestijnreis in herinnering te brengen), dat we erachter komen dat God ons toen in loofhutten deed wonen. Als ik het voor het zeggen had gehad om Gods volk zich de woestijnperiode te herinneren, dan zou ik wellicht een opdracht hebben gegeven waarbij bijvoorbeeld het manna een rol speelt. Waarom kiest God de loofhut, de soeka, uit als het symbool voor de jaren in de woestijn?

    “Soekot, direct na Jom Kippoer, is Gods manier om aan ons te laten weten dat Zijn vergeving diep is, waarachtig en oprecht.”

    Reconstructie

    Ik geloof dat de sleutel tot het beantwoorden van beide vragen ligt in het reconstrueren van de gebeurtenissen van dat eerste jaar in de woestijn.

    Onze tocht begint met onze wonderbaarlijke Uittocht uit Egypte als we door de in tweeën gespleten zee trekken als een vrij volk. Zeven weken later komen we aan bij de voet van de berg Sinaï, waar we er getuige van zijn dat God Zelf aan ons de Tien Geboden bekendmaakt. Hoe ontzagwekkend deze ervaring ook mag zijn, het loopt veertig dagen later uit op een ramp: Mozes komt van de berg naar beneden en ontdekt dat het volk rondom een gouden kalf aan het dansen is.

    Nadat Mozes God smeekt en pleit ten behoeve van het volk, verleent God genadig Zijn vergeving. Daarna bouwt het volk de Misjkan – de Tabernakel – een woonplaats voor Gods Aanwezigheid in hun midden.

    Alle feesten gedenken één jaar

    Maar realiseer je het volgende: in de Thora worden duizenden jaren van geschiedenis beschreven die gevuld zijn met gebeurtenissen die gemakkelijk tot een jaarlijks feest hadden kunnen leiden. Denk aan het einde van de zondvloed, het ‘offer’ van Isaak, het gebod aan Abraham om op weg te gaan naar het Beloofde Land, om maar een paar te noemen. Toch is het zo dat feitelijk al de Joodse feesttijden gebeurtenissen herdenken uit een en hetzelfde kalenderjaar – dat eerste oorspronkelijke jaar in de woestijn.

    We beginnen met Pesach/Pascha om de Uittocht te vieren. We tellen dan onze omer – Sfirat Omer – die ons bij het Wekenfeest brengt wanneer we veertig dagen later de Thora ontvangen. Daarna vasten we op de 17de Tammoez (in de zomer) om niet alleen de gebeurtenissen te gedenken die leidden tot de verwoesting van de Tempel, maar ook de zonde van het gouden kalf (Misjnah Ta’anit 4:6). Dan houden we Jom Kippoer, herdenkend dat we vergeving ontvingen voor die verschrikkelijk grote zonde.

    Dan komen we bij ons huidige feest, Soekot. Binnen de boven beschreven context wordt het plotseling duidelijk waarover dit feest eigenlijk gaat; waarom het nu juist direct na Jom Kippoer gevierd moest worden. En waarom het herdacht moest worden uitgerekend met loofhutten en niet met een symbool als manna bijvoorbeeld: het Loofhuttenfeest herdenkt in dat oorspronkelijke eerste jaar de bouw van de Tabernakel (Misjkan).

    De Tabernakel

    Verschillende treffende parallellen tussen onze soeka’s en de Misjkan ondersteunen deze gedachte. Een kenmerkend iets van de Misjkan was z’n tijdelijke aard; hij werd regelmatig uit elkaar gehaald om de Kinderen Israëls te vergezellen op hun reizen door de woestijn. (Feitelijk wordt de Misjkan aangeduid als de Ohel Mo’ed, de Tent van Ontmoeting. Dit staat in contrast met z’n latere meer permanente tegenhanger, de Tempel, de Beit HaMikdasj, het Heiligdom.)

    Zo is het ook met de soeka. Om het een koosjere soeka te laten zijn, moet het een tijdelijk onderkomen zijn; als het te permanent is, is het niet geschikt (Masechet Sukkah 2a.)
    Daar komt bij dat de toegevoegde feestdag van Soekot, de 8ste dag – Sjemini Atseret, herinneringen oproept aan de inwijdingsceremonie van de Tabernakel beschreven in Leviticus 8 en 9. Die inwijding duurde 7 dagen en werd gevolgd door een laatste 8ste dag, ‘Jom HaSjemini’.

    Tenslotte vind ik het fascinerend dat de Engelse benaming voor het feest het wezenlijke concept lijkt te reflecteren, aangezien Loofhuttenfeest aangeduid wordt met Feast of Tabernacles, het identieke woord voor de Misjkan.

    Bekering

    De vergelijking brengt ons echter tot een meer dringende vraag. Waarom was het bouwen van de Misjkan zo betekenisvol dat het onderdeel werd van onze jaarlijkse herbeleving van de gebeurtenissen van dit oorspronkelijke eerste jaar?
    Misschien omdat er geen krachtiger uitdrukking van bekering van het volk, of van Gods vergeving van hun zonde van het gouden kalf kon zijn dan de Misjkan.

    Om het gouden kalf te vervaardigen, doneerde het volk vrijgevig hun goud, zilver en juwelen. De Misjkan is het wezenlijke herstel, de tikkun daarvan. Een passende reparatie die de Kinderen Israëls een nieuwe gelegenheid geeft om hun waardevolle bezittingen weg te geven – deze keer voor de bouw van een huis voor God.

    Tegelijkertijd is de Misjkan het volmaakte voertuig voor God om Zijn vergeving tot uitdrukking te brengen. De Misjkan is precies datgene wat de balans in evenwicht houdt tijdens die dagen vol vrees wanneer Mozes bij God pleit om het volk te vergeven voor de zonde van het gouden kalf.

    Het eerste doel van de Misjkan is dat de Goddelijke Aanwezigheid te midden van het volk zal wonen, zoals staat in Exodus 25:8: “En zij moeten voor Mij een heiligdom maken, zodat Ik in hun midden kan wonen.”
    (…)
    Het ene grote doel van de Tabernakel is om Gods Aanwezigheid onderdak te geven te midden van het volk. Maar dit hangt af van het feit of God Zijn volk wil vergeven.

    God die intrek bij ons neemt

    Nu kunnen we pas goed op prijs stellen waarom niets anders dan de opdracht tot de bouw van de tabernakel de boodschap van Gods volle vergeving duidelijk zou maken. Feitelijk zei God tegen de Israëlieten: Ik kom weer bij jullie terug. Ik herstel onze relatie weer zoals die vanouds was, een hele dichtbije relatie zoals die bestond vóór deze ondermijnende zonde.

    En niets kon meer op z’n plaats zijn dan direct na Jom Kippoer het Loofhuttenfeest te vieren. Soekot, direct na Jom Kippoer, is Gods manier om aan ons te laten weten dat Zijn vergeving diep is, waarachtig en oprecht. Dit komt ten volle tot uitdrukking als God met Zijn aanwezigheid ook intrekt in onze soeka’s, net zoals Hij intrek nam in de Tabernakel.

    Het opmerkelijke is dat dat nu precies het geval is. Daarom is het traditioneel om de soeka letterlijk in elkaar te zetten op de avond waarop Jom Kippoer eindigt. Je demonstreert daarmee de oprechtheid van je bekering, want je bouwt een huis voor God (Rama Orach Chayim 624:5 en 625:1).

    De meest krachtige weerspiegeling van Gods vergeving is voor mij dat de minimum hoogte van de soeka op zijn minst de grootte van de ark moest hebben: onze soeka’s moeten zo groot zijn dat de Goddelijke Aanwezigheid erin kan neerdalen, dan is de soeka koosjer. Als we eten, slapen en eenvoudig in onze soeka’s doorbrengen, moeten we ons bewust zijn van de aanwezigheid van de Shechina.

    Terug naar de vraag van het begin. Nu we gezien hebben dat onze soeka niet alleen representeert dat God de Kinderen Israëls beschermde in de woestijn, maar ook de Tabernakel zelf vertegenwoordigt, begrijpen we dat we direct na Jom Kippoer onze soeka’s opzetten.
    Daar komt nog dit bij: het enige symbool van Gods vergeving van de zonde met het gouden kalf, is een soeka. Het Loofhuttenfeest is hoogtepunt van ons jaarlijkse ‘weer opvoeren’ van dat oorspronkelijke eerste jaar in de woestijn, het grondleggende jaar van ons als natie.

    De uiteindelijke climax is niet de ontzagwekkende ervaring van de Uittocht met Pesach of de inspirerende heerlijkheid van de berg Sinaï met het Wekenfees, Sjawoe’ot, of het verkrijgen van Goddelijke vergeving op Jom Kippoer. Het ultieme doel van dat jaar – en van elk jaar daarna – is het overbrengen van de krachtige ervaringen van het hele jaar in de bouw van een gemeenschap waarvan de Goddelijke Aanwezigheid het hart is.

    Over de auteur